In de bergen van Noord-Griekenland leven Pomakken: Slavisch-sprekende moslims. Ze zijn speelbal in een Grieks-Turkse strijd.
Halverwege de weg van Xanthi naar Echinos zijn nog de resten van een oude militaire controlepost te onderscheiden. ’No borders’ staat er in het Engels op een rots.
Tot een jaar of tien geleden waren de Noord-Griekse dorpjes achter deze afscheiding vrijwel hermetisch afgesloten van de rest van de wereld. Griekenland vreesde tijdens de Koude Oorlog het communisme, en hield de bewoners in het Rhodopegebergte in het grensgebied met Bulgarije onder streng toezicht. Zij mochten zonder toestemming niet ver reizen en dienden voor zonsondergang weer thuis te zijn.
De bewoners van deze streek vormen een aparte minderheid in Griekenland. Ze zijn moslim, en spreken van oudsher een Slavisch dialect waarmee ze zich onderscheiden van de andere moslim-minderheid van etnische Turken in het westen van Thracië, de Griekse regio waar van oudsher moslims wonen. De 40.000 Griekse ’Pomakken’ hebben hun eigen taal, hun eigen cultuur, hun eigen dorpen.
Maar is er ook een Pomakse identiteit? In het dorpje Miki in ieder geval wel. Daar lopen alle vrouwen, jong en oud, in Pomakse klederdracht: een lange rok, een schort, een witte hoofddoek. Die kleding speelt een belangrijke rol in de huwelijkstradities van de bevolkingsgroep. Zelfgeweven en gebreide kledingstukken vormen traditioneel de bruidsschat als jongens en meisjes gaan trouwen.
Maar niet overal gaat het er nog zo aan toe: de afgelopen decennia zijn veel dorpen in het Rhodopegebergte flink ’geturkificeerd’. Neem Echinos, vlakbij Miki. Het dorp, prachtig gelegen in een groene vallei en omzoomd door tabaksvelden, lijkt zijn Pomakse identiteit af te hebben geworpen. Vrouwen lopen er niet in de kleurige klederdracht, maar gaan op straat gekleed in ’gewone’ lange rokken en jassen. Fatma, die in het plaatselijke internetcafé de rommel van de vorige avond aan het opruimen is, zegt het onomwonden. „Dit is een Turks dorp.”
Die identificatie met de Turken loopt in de eerste plaats via religie: veel Pomakken zijn erg gelovig en de hoogste islamitische autoriteiten in Thracië zijn Turks. Daarnaast sijpelt de Turkse invloed door via het onderwijs.
Dat blijkt bijvoorbeeld als Hakan, het elfjarige neefje van Fatma, zijn superman-rugzak uitpakt. Eerst komt er een rekenboek uit. Voertaal: Turks. Hetzelfde geldt voor zijn scheikunde- en biologieboek. Alleen zijn geschiedenisboek is in het Grieks.
Het is het gevolg van oude akkoorden tussen Griekenland en Turkije, bedoeld om ’elkaars’ (islamitische en christelijke) minderheden te beschermen. In West-Thracië resulteerde dat in de oprichting van honderden ’minderheidsscholen’, waar een groot deel van de lessen in het Turks wordt gegeven.
Ook in Echinos is de enige basisschool een minderheidsschool, net als in andere bergdorpen in de omgeving. Vandaar dat veel Pomakse ouders hun kinderen met Turks opvoeden, zodat die niet met een taalachterstand aan school beginnen. Met het doorbreken van het isolement is in de afgelopen tien jaar ook tot Echinos het belang van onderwijs doorgedrongen.
Neem het gezin Hacibedel. Hun centrale woonruimte hangt helemaal vol met trossen drogende tabaksbladeren. Tabak zit hier in de genen, maakt de 62-jarige Sefika Hacibedel duidelijk, terwijl ze al pratend bladeren sorteert. Ze maakt er stapeltjes van die ze verkoopt aan de grote sigarettenfabriek in Xanthi.
Het werk is zwaar, helemaal nu haar man niet meer kan meehelpen. Echtgenoot Hamdi heeft longkanker en ligt puffend op de bank. De tabak levert steeds minder op, rekent hij voor, nu de Europese Unie subsidies aan het afbouwen is.
De zoon des huizes werkt inmiddels al in Duitsland, net als veel andere mannen uit de omgeving. Voor de kinderen ligt een schoolcarrière in het verschiet. Terwijl het Turks van Sefika Hacibedel te wensen overlaat, voedt schoondochter Nadire haar kinderen in die taal op. Zij spreken beter Turks dan Slavisch. „Turks is belangrijker voor hen”, aldus hun moeder.
Fatma, die al sinds haar jeugd in Duitsland woont en daar economie studeert, ziet de verandering bij haar leeftijdgenoten in het dorp: „Steeds meer jongeren in Echinos gaan studeren.” Niet in Athene of Thessaloniki, maar in Istanbul en Ankara.
Juist dat laatste vindt de Griekse overheid een zorgelijke ontwikkeling. Een functionaris in Xanthi, die alleen anoniem wil spreken omdat de materie zo gevoelig ligt, ziet bewust beleid uit Ankara. „Er bestaat een excessieve invloed van Turkije op onze minderheden, op elk vlak, sociaal, religieus, politiek”, zegt hij. „Dat geldt voor alle moslimgroepen.”
Volgens de diplomaat worden de Pomakken zelfs onder druk gezet om zich als Turks te definiëren. „Als iemand zegt dat hij Pomak is, wordt hij geïsoleerd.” Wie zijn oor te luisteren legt, hoort de beschuldiging vaker: ’agenten’ van de Turken kopen mensen om en intimideren ze.
De diplomaat noemt de situatie fnuikend voor de Pomakken: „Deze schizofrene situatie maakt hen gefrustreerd. Ze zitten in een cultureel niemandsland.” Misschien zouden de Pomakken wel gebaat zijn bij scholen waar in hun eigen Slavische dialect les wordt gegeven. Maar de onderwijsakkoorden tussen Ankara en Athene zijn in marmer gebeiteld en de Turkse overheid is niet van zins invloed in te leveren, vreest de diplomaat. „Als we een Pomak-school zouden oprichten, dan wordt het oorlog.” De Grieken proberen daarom de Pomakken op andere manieren los te weken van de Turken, bijvoorbeeld door ze te helpen hun eigen identiteit te bewaren en te ontwikkelen. Het liefst, stelt de diplomaat, zou hij willen dat de Pomakken uit de bergen naar Xanthi komen, waar ook ’gewone’ Griekse scholen zijn. Daar kunnen ze onderdeel van de Griekse samenleving gaan vormen, en hun ontwikkelingskansen vergroten.
Tahir en Emine (27) zijn het soort ’model-Pomakken’ waar hij op doelt. Het echtpaar voelt zich Grieks, maar is zich tegelijkertijd erg bewust van zijn Pomakse identiteit. In hun kleine huiskamer in Xanthi zet Emine de cd met Pomakse liederen op die ze uitbracht, als eerste Grieks-Pomakse vrouw. Terwijl klagelijke klanken over onvervulde liefde de huiskamer vullen, vertelt ze dat de cd bepaald niet met open armen is ontvangen in het conservatieve dorp waar haar ouders nog wonen. Om hun eer te redden hebben die haar zelfs onterfd.
Het is een mentaliteit waar Emine en Tahir een beetje genoeg van hebben. Tahir is een fel tegenstander van de Turkstalige minderheidsscholen, die de ontwikkeling van de dorpelingen volgens hem tegenhouden. „Wij zijn Griekse burgers. We kijken naar de toekomst, onderwijs, Europa. Iedereen zou verplicht in het Grieks onderwijs moeten krijgen.”
Emine, die zelf op 14-jarige leeftijd naar Xanthi kwam om met Tahir te trouwen, sprak nauwelijks Grieks toen ze er arriveerde („Ik kon nog geen goeiemorgen zeggen”). Dat geldt niet voor haar kinderen. Alle drie gaan die naar een Griekse school, en ze leren Arabisch op de koranschool. Emine: „Ik heb de Turkse boeken op de koranschool geweigerd. Ze hebben geen Turks nodig, maar Engels.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.