De Fransen hebben een volkslied waarin ze hun akkers gaarne doordrenkt zien van onrein vijandelijk bloed. De Belgen combineren in hun Brabançonne bloed en bodem door zelf als bevloeiers op te treden: O heilig land der vaadr’en / Aanvaard () het bloed van onze ad’ren.
Op de nationale hymne van de Duitsers valt niets aan te merken, sinds de regels zijn geschrapt waarin hun Lebensraum nogal ruim werd uitgemeten. Dat van de Britten daarentegen laboreert aan hypocrisie. Ze verzoeken God niet alleen Elizabeth II te behoeden, maar in één moeite door de ’schurkenstreken’ van hun vijanden te verijdelen.
Deze maand bestaat het Wilhelmus 75 jaar als officieel volkslied. Het is een roerende 16de-eeuwse ontboezeming. Maar te zeggen dat het anno 2007 de natie uit het hart gegrepen is, lijkt overdreven.
Daarvan getuigen ook de jubileumreacties op internet. De begrijpelijke bezwaren gelden de inhoud maar vooral ook de taal. Wat moeten jongeren – voor traditiebestrijders de gebruikelijke testgroep – met ’van Duitsen bloed’, ’lijdt u, mij onderzaten’, ’heireskracht’en ’tempeest’? Verdedigers van het Wilhelmus erkennen de bezwaren en doen een beroep op het onderwijs: betere geschiedenislessen (dan snap je tenminste waarom je plaatsvervangend ’de koning van Hispanje’ mag eren, maar zijn ’Spanjaards’ verfoeien moet) en grondiger taalonderricht.
Is die remedie echt nodig? De spelers en toeschouwers die bij sommige sportwedstrijden het eerste couplet meezingen, wekken niet de indruk. Velen van hen zijn ongetwijfeld niet bij machte die strofe uit te leggen. Maar dit belet hun niet deel te hebben aan een collectieve emotie. Daar is geen glasheldere tekst voor nodig. Nagenoeg iedere verzameling zinnen volstaat, mits duister genoeg, voorzien van een nationale reputatie en en masse ten gehore gebracht.
Voor wie dit niet gelooft en per se van het Wilhelmus af wil, is er de Spaanse oplossing: een woordloos ’volkslied’ – La Marcha Real –, dat alleen uit muziek bestaat.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.