*

 

Gezaghebbend over het Songfestival

Johan ten Hove − 19/05/07, 00:00

Waar ze op de economische faculteit, afdeling econometrie, van de Rijksuniversiteit Groningen al niet tijd voor hebben! Afgelopen woensdag schreef Laura Spierdijk, universitair docent econometrie in Groningen een, voor mij althans, gezaghebbend stuk op de podiumpagina over het Eurovisie Songfestival van vorige week donderdag en zaterdag. Dat festival waar de Nederlandse zangeres Edsilia Rombley al in de halve finale werd uitgeschakeld.

In dat stuk, met de kop ’Geef toe, Nederland had afgezaagd liedje’, memoreert mevrouw Spierdijk eigen statistisch onderzoek omtrent het Songfestival, dat zij vorig jaar met een collega van de Universiteit Twente had uitgevoerd. Zodat je je ook al afvraagt waar ze op de Universiteit Twente al niet tijd voor hebben. Uit dat onderzoek bleek dat de ouderwetse vakjury – die tot 1996 de punten toekende – veel objectiever stemde dan het publiek. Er werd veel minder op buurlanden gestemd en er was nauwelijks sprake van patriottisch stemgedrag.

Niet dat mevrouw Spierdijk meehuilt met de wolven in de NOS, die vinden dat het hele songfestival oneerlijk is verlopen omdat al die immigranten op hun moederland stemmen (hetgeen streng verboden is), al die Oost-Europese landen op elkaar stemmen en niet op Nederland (hetgeen streng verboden zou moeten worden). Mevrouw Spierdijk is het daar ten dele mee eens, maar vindt ook dat Nederland de afgelopen jaren louter afgezaagde en fantasieloze Eurovisieliedjes heeft ingezonden. En dat dit keer de inzendingen van de Oost-Europese landen, Rusland en Turkije ’op muzikaal gebied vele malen trendgevoeliger, innovatiever en enthousiaster waren dan de soms archaïsch aandoende liedjes van de West-Europese landen’.

Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik beide songfestivalavonden op de tv heb gemist. Wel heb ik vooraf Edsilia dat liedje ’On top of the world’ meerdere malen horen en zien zingen en daarbij bedacht dat ik er geen bal aan vond. Zodat die uitschakeling voor mij geen verrassing was. Maar ik moet ook eerlijk zeggen dat ik van dit soort gedoe en muziek geen bal verstand heb en als het om populaire muziek gaat tegenwoordig niet veel meer draai dan Bob Dylan en Van Morrison. Draai inderdaad, op een draaitafel, zo’n ding voor grammofoonplaten, zwarte schijven met een gat erin.

En werd ik niet vrolijker van opmerkingen van de algemeen directeur van de NOS, die in de krant van zaterdag 12 mei liet weten dat Nederland ’een topartiest had, en goede componisten, veel beter heb je ze hier niet’ en dat het toch maar niet wilde lukken. Dan bedenk ik dat het maar goed is dat ik er geen verstand van heb, maar dat de NOS toch een keer Erik Hartevelt Rasquert, musicus en stadsdichter van Assen, moet uitnodigen. Hij zegt op een regenachtige middag een liedje met daarin een eerlijk profiel van Nederland te kunnen schrijven.

Op maandag las ik dat Servië die zaterdag had gewonnen en dat dat in het weekeinde grootst gevierd was in het land en wel als overwinning op West-Europa. Waarmee ik dat hele songfestival al een stuk zinniger ging vinden, want er zijn inderdaad veel slechtere manieren om als land in Europa je gram te halen. En was het het mooiste liedje? ’Een lied zonder opsmuk’, schrijft mevrouw Spierdijk, ’een mooie gevoelige tekst, waarin vaag iets doorklinkt van melancholie’. ’Een lesbisch statement’, meent Joost van Velzen in zijn tv-rubriek, waarin hij nog warme gevoelens krijgt bij het ding-e-dong en tikke tikke tak en bim bam bom van dat literair hoogstaande Nederlandse liedje dat in een ver en gelukkig verleden het festival won. Gelukkig heb ik er geen verstand van en het liefst zou ik willen dat we met elkaar afspreken dat het Eurovisie Songfestival niets met muziek te maken heeft, dat we het verder onveranderd laten en gewoon elk jaar houden om te zien welke landen in Europa elkaar aardig vinden en welke niet. Europa heeft voorwaar in het verleden wel kwalijker middelen gehanteerd om dat uit te vinden.

mailIcon print |