Slempende pubers tonen hoe ouders kun kinderen niet hebben geleerd zich te gedragen in de openbare ruimte. Het is niet de taak van de overheid om kinderen op te voeden, die verantwoording ligt bij de ouders. School, sportclub, vrienden en vriendinnen en pas in de laatste plaats de kroegbaas en de overheid zijn slechts medeopvoeders.
Wij Nederlanders hebben het drinken niet tot meesterschap verheven. Dat komt doordat wij, anders dan in Belgiƫ, Frankrijk en Italiƫ, onze kinderen niet leren hun smaak te ontwikkelen, om die in de volwassen leeftijd verder te verfijnen. De Nederlander eet en drinkt alles wat hij voor zijn neus krijgt, maar proeft het niet. Graag schaar ik mij achter tv-kok Pierre Wind, die op de Nederlandse scholen de smaakles wil invoeren om kinderen het verschil te leren proeven tussen een biologische tomaat en een kastomaat, tussen een ei uit de legbatterij en een ei van een scharrelkip. Laat hij kinderen dan ook het verschil leren proeven tussen de diverse bieren, wijnen en gedistilleerd.
Opvoeden is een verantwoordelijkheid van de ouders, zij geven de grenzen aan waarbinnen kinderen zich vrij kunnen ontwikkelen. De overheid zou daarbij kunnen steunen door voorlichting te geven over hoe te veel alcohol blijvende schade aan de hersenen kan toebrengen, want hersencellen zijn de enige lichaamscellen die zichzelf na een beschadiging door alcoholmisbruik niet kunnen herstellen.
Wietske E. Breman Overveen
De vraag ’waarom treedt er niemand op tegen slempende pubers’ heeft Breedveld even tevoren zelf al beantwoord: we aanvaarden geen norm, we eisen (!) de vrijheid om iedereen onbekrompen in te schenken. Door we te zeggen trekt hij iedereen mee in zijn kringetje en ontkent hij dat er mensen zijn die er een andere manier van leven op na houden.
Ik heb bewondering voor moeders die de handen in elkaar slaan en zeggen „Wij moeten het gaan opnemen tegen de politiek die niets doet uit angst voor de alcoholindustrie. Wij moeten de kots opruimen, wij liggen ’s nachts wakker, wij moeten zorgen dat de kinderen maandag weer nuchter in de schoolbanken zitten. Wij maken ons zorgen over hun toekomst!” Het zou goed zijn als deze moeders een actiegroep starten die gesteund wordt door alle moeders die zich niet bij deze toestand willen neerleggen. Dan pas valt er iets anders te eisen dan het onbekrompen inschenken dat meestal door stoere vaders gebeurt.
Ineke Remijnse Almere
Wie is een meester? Iemand van wie je iets kunt leren. Helaas wordt er in onze maatschappij van uitgegaan, dat kinderen geen meester meer nodig hebben. Zij worden geacht alles al te weten of zo niet, alles te kunnen opzoeken. Maar in werkelijkheid kunnen we zien dat kinderen leren van nadoen. En eigenlijk blijft dat leerproces het hele leven doorgaan. Ook ’slempende pubers’ doen na wat zij om zich heen zien. Moet je daar dan streng tegen optreden? Of het van ’de overheid’ verwachten? Of zullen we als volwassenen de hand in eigen boezem steken en ons realiseren dat wijzelf het verkeerde voorbeeld geven.
Wellicht kunnen wij wat leren van hen, die ons voorgingen in de geheelonthoudersbeweging. Radicaal in het voorbeeld om geen alcohol te drinken en je in te zetten voor de vormgeving van zinvol bestaan voor de Ander en hem bij te staan.
Bien van den Brink-Tjebbes Amersfoort
Wat helpt, om het drankgebruik onder zowel jongeren als ouderen aan te pakken, is van de brouwerijen een belangrijke rol eisen in de bestrijding van het drankprobleem. Elke fles alcoholhoudende drank dient met een felrode sticker uitgerust te worden met ‘Pasop Gevaar’ erop. Natuurlijk moet ook het aantal verkooppunten sterk verminderd worden. In elk geval moet alcohol uit de schappen van de supermarkt gehaald worden. Waar groente en fruit verkocht wordt, dienen geen harddrugs verkrijgbaar te zijn. Met een gezonde peer leg je overigens ook een veel betere basis voor de toekomst dan met alcohol. Dat veroorzaakt alleen maar mist en vertroebelt de heldere blik!
Henk Sieben Rekken
Genieten kan in de diepte (kwaliteit) of in de breedte (kwantiteit). In een ’het kan niet op’-maatschappij is kwaliteit te verwaarlozen. Bij drank spelen nog twee factoren een rol: het sprookje dat veel drinken nodig is, en drank als sociale smeerolie. Het Nederlandse probleem met drank is, dat beschaving hier inhoudt dat ongeveer alles moet kunnen waar winst te halen valt. De oorzaak van het probleem staat de oplossing dus in de weg, temeer daar onze overheersende mentaliteit gekenmerkt wordt door lafheid.
Wouter Lentjes Arnhem
De acceptatie van het drinken van pubers is gemeengoed. Jan is aan het stappen geweest en de volgende morgen heeft hij hoofdpijn. Jan moet toch ook meedoen.
Het meesterschap hebben veel ouders al lang aan anderen overgelaten. De commercie, in dit geval de horeca, heeft die taak overgenomen Naar eigen zeggen zijn ze zich hiervan ook ten diepste bewust. De weinige beperkingen worden in horecakringen dan ook een als last op de bedrijfsvoering ondervonden.
Sinds 1880 hebben we in Nederland een wettelijk drankbeleid. Dat is vooral ingevoerd omdat de fabrikanten iets wilden doen omdat een dronken man achter de machine hen uiteindelijk hen een dure machine kostte. Tegenwoordig zien wij de miljarden euro’s die het gebruik van alcohol ons kost, als een risico dat je nu eenmaal maar moet nemen.
Historisch gezien wordt een probleem alleen serieus aangepakt als het finaal uit de hand gelopen is. Zolang we menen dat het nog wel meevalt, zullen we doormodderen.
Een doorbraak zal er pas komen, als we de ernstigste gevolgen zien.
Leeuwarden Abe Westra
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.