*

 

Naar Peking

Katinka Polderman − 19/05/07, 00:00

O, wat ziet cabaretière Katinka Polderman er toch enorm naar uit om lekker naar China te gaan.

’Zó! Dus jij gaat naar Shanghai en Peking om op te treden voor Nederlandse expats! Leuk zeg! Je kan zeker niet wachten tot je gaat?” Dat roept iedereen me sinds kort enthousiast en met een jaloersige blik toe. En dan antwoord ik met een lach: „Ja, fantástisch hè? Ik heb er echt ontzettend veel zin in. Nou, ik bof maar!” En dan juich ik even heel overtuigend, waarbij mijn zeven jaar theaterschool me goed van pas komen. Want... ik heb helemáál geen zin. Na een seizoen optreden lig ik liever twee weken in bed ’Jambers’, ’De tien grootste dikkerds aller tijden’ en dat soort flauwekul te kijken. Of op het strand met een bundel sudoku’s of een ander goed boek. Ik sta eigenlijk niet te springen om van cultureel verantwoorde tempel naar iets anders cultureel verantwoords te trekken op één van de nine million bicycles van Peking. Een ander groot probleem is dat ik nog moet zien te achterhalen wat ’lactose en melkproducten’ in het Chinees is. Dit om te voorkomen dat ik de hele vakantie ziek ben. En dan dus níet van de een of andere grapjas die me aan elk etensstalletje laat zeggen: „Strijd voor een Vrij Tibet!” Of: „Verkoopt u ook gewokte paardenlullen?”. Natuurlijk vind ik het ook gewoon doodeng. In de wereldatlas heb ik al opgezocht of er breuklijnen lopen door Peking en Shanghai. En natuurlijk zijn die er. Enórme breuklijnen. De atlas is uit 1986 en al is er bijna geen grens meer die klopt, die breuklijnen zitten er natuurlijk nog steeds. Het zijn er misschien zelfs alleen maar meer geworden. En dan heb ik het nog niet eens over de reis ernaartoe: meer dan twaalf uur vliegen. En dan moet ik ook nog terug. Er is al heel lang geen vliegtuig met Nederlanders erin neergestort. Statistisch gezien is het daar wel weer eens tijd voor. En als we er al komen: wat als we om een of andere reden worden opgesloten? Je weet het maar nooit met dat soort landen. Mijn lief moet zich maar goed scheren voordat we gaan. Pas werden we ook al niet toegelaten tot een Van der Valk Hotel omdat we er blijkbaar nogal duister uitzagen. Bij de Chinese grens zal dat niet veel anders zijn. En dan worden we vast verhoord in het Chinees. En gemarteld, omdat we geen Chinees spreken. Zal je net zien, ga ik eens naar China, verdwijn ik. En de hond maar hartverscheurend piepen op zijn logeeradres omdat ’ie ons zo mist. Tot ’ie uiteindelijk sterft van verdriet. En ik van de verschrikkelijke martelmethoden. Nee, ik kijk er echt ontzettend naar uit! Afscheid nemen kan nog tot twee juni. Katinka hield van witte lelies... Ach, als ik er eenmaal ben vind ik het vast leuk. Maar ja, voor mij is nu meer de vraag of ik er überhaupt wel kom.

mailIcon print |