Niet doen. Dat is de reflex bij het gebruik van medicijnen tijdens de zwangerschap. Farmacoloog Peter Moleman bepleit een nuchtere afweging van voor- en nadelen, juist in het belang van het kind.
Geen enkel medicijn is honderd procent veilig. „Een middel dat werkt, kan per definitie ook schaden”, zegt farmacoloog Peter Moleman. Een zakelijke afweging van voordelen en risico’s is daarom in elke situatie geboden. Ook bij zwangerschap. „Maar daarbij is de reflex toch veelal: niet doen, het kan een gevaar vormen voor de baby.” Dat geldt al voor een aspirientje, maar zeker bij zware medicijnen als antidepressiva.
Een slechte zaak, vindt Moleman, die vandaag spreker is op een door het Erasmus MC in Rotterdam georganiseerd congres, waar onder de titel ’De Veilige Kribbe’ het ’bedreigde kind’ centraal staat. „Er wordt over het hoofd gezien dat een depressie tijdens de zwangerschap óók gevolgen kan hebben voor het kind.”
Onderzoek heeft uitgewezen dat baby’s van depressieve moeders bij de geboorte vaak iets lichter zijn en het bij de zogenaamde Apgar-test (een onderzoek net na de geboorte naar de algemene conditie van een kind) slechter doen. Later doen zich ook vaker gedrags- en cognitieve problemen voor.
Volgens Moleman, als bijzonder hoogleraar biologische aspecten van de psychopathologie verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, spelen daarbij twee factoren een rol. Iemand die depressief is zorgt vaak minder goed voor haarzelf – doet dingen (roken, drinken) die slecht zijn voor haar gezondheid en laat verstandige dingen na, zoals goed eten en foliumzuur slikken. Dat kan gevolgen hebben voor de ontwikkeling van de foetus, zo blijkt steeds duidelijker. Net als de stresshormonen die tijdens de depressie het lichaam van de moeder teisteren. De wetenschapper vat samen: „Als het slecht gaat met de moeder is dat slecht voor het kind.”
Antidepressiva mogen in zo’n situatie niet per definitie worden uitgesloten, vindt hij. Er is inmiddels redelijk wat bekend over de effecten van de meest gebruikte antidepressiva tijdens de zwangerschap. Zo heeft volgens onder meer Canadees onderzoek fluoxetine (prozac) geen meetbaar effect op gedrag, IQ of taalontwikkeling. Wel lijkt het erop dat kinderen wat vaker problemen ontwikkelen met de longen, „net zoals bij te vroeg geboren kinderen”. Moleman tekent aan: „Geen enkel onderzoek is natuurlijk waterdicht. Dat zou gruwelijke experimenten vereisen waarbij je een groep depressieve moeders wel en een vergelijkbare groep geen medicijnen geeft en hun kinderen daarna jarenlang volgt.”
De industrie is in deze, is zijn ervaring, uiterst voorzichtig. Alle bijsluiters bevatten uitgebreide waarschuwingen. „Vergeet niet dat het huidige systeem van medicijnregistratie zijn oorsprong heeft in de Softenon-affaire. Niemand wil verantwoordelijk zijn voor een soortgelijke zaak.” Softenon was een geneesmiddel dat eind jaren vijftig als slaapmiddel en als middel tegen ochtendmisselijkheid op de markt werd gebracht. Het bleek bij baby’s ernstige misvormingen te kunnen veroorzaken.
Natuurlijk, zegt Moleman, blijft het een moeilijke beslissing om wel of geen medicijnen te gebruiken. Hoeveel we tegenwoordig ook mogen weten over de risico’s bij zwangerschap, we kunnen slechts zeggen „van dit of dat middel zijn ook na onderzoek bij heel veel moeders en kinderen niet meer afwijkingen van die en die aard gevonden dan normaal”, schrijft hij in zijn onlangs verschenen boek ’Geneesmiddelen voor de Geest’, waarin de verschillende psychofarmaca worden besproken.
Kun je vrouwen dan niet beter ontraden in zo’n situatie überhaupt zwanger te worden? Daar wil Moleman geen uitspraak over doen. „Het is aan de vrouw en haar eventuele partner. Het is haar beslissing. Maar het is dan aan een arts om haar heel goede informatie te geven.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.