Noord-Holland is een provincie van uitersten. Wieringen en het Gooi, de Kop en de Kont zijn streken die hemelsbreed van elkaar verschillen. Van het ruime sop naar de afgepaste stukken (maten) grond en vruchtbare bolle ’engen’, van het Schuitengat naar de Sijsjesberg. Van de vrijzinnigheid naar de orthodoxie.
Tussen die extremen loopt sinds afgelopen week het Noord-Hollandpad. De laatste etappe voert van ’s-Graveland naar Huizen, van de residentie van Natuurmonumenten naar het Vaticaan van de Gereformeerde Bond (zoals iemand het noemde toen de Huizer ir. J. van der Graaff daar nog de scepter zwaaide), over de Gooise heidevelden.
Het is een wonderschoon traject, maar tegelijk onvergelijkbaar met het Noord-Hollandse landschap boven het IJ. Die verscheidenheid is tegelijkertijd de grote charme. Van het pad Het is overigens niet zo gek dat van het Gooi soms gezegd wordt dat het helemaal geen Noord-Holland is. Bijna een eeuw geleden schreef de Landsmeerse predikant H.J. Heijnes in ’Bij ons in Noord-Holland’ dat „het Gooi, maar ook Haarlem, en zelfs Amsterdam” ten onrechte op de landkaart van de provincie lagen: „Zoo kan men alles wel Noord-Holland noemen”, aldus Heijnes, die vervolgens het Gooi in zijn boek doodzweeg.
Hans Schipper, gedeputeerde voor de openluchtrecreatie, zal dat niet in zijn hoofd halen. Hij was de grote (pro)motor van het Noord-Holland; hij wilde banjeren door de binnenlanden van zijn provincie. Hij heeft gelobbyd en gepleit, boeren en burgers bij de plannen betrokken en binnenkort kan hij wat dat betreft met een gerust hart afscheid nemen van de provinciale politiek. ’Zijn’ pad staat niet alleen op de kaart, het ligt er ook in het land. Weliswaar nog slechts gemarkeerd van noord naar zuid en alleen voorzien van stickers en informatieborden en zonder papieren routebeschrijving, maar het Schipperen bleek lonend in Noord-Holland.
Het pad is in recordtempo aangelegd – in maart 2006 werd het goedgekeurd door de staten en binnen een jaar is het gerealiseerd. En nu maar zien of die vrijdenkers uit het noorden van de provincie ook hun ogen zullen uitkijken als ze het Gooi binnenstappen. In ’s-Graveland begint de route op het terrein van Natuurmonumenten bij bezoekerscentrum Boekesteyn, waar je meteen over een prachtige beukenlaan de bossen van het Spanderswoud induikt. Het is een zeer populair wandelgebied, je loopt als het ware in de etalages van Natuurmonumenten. De landgoederen waren oorspronkelijk eigendom van Amsterdamse kooplui die in de Gouden Eeuw dik geld verdienden aan de zandwinning tussen Hilversum en Kortenhoef. Dat gaven ze dan weer uit aan deze glanzende villa’s en indrukwekkende lappen grond. Boekesteyn (’boek’ is oud-Hollands voor ’beuk’) is half parkbos half agrarisch gebied, met name weilanden en akkers. Het landgoed lijdt aan uitdroging als gevolg van de drinkwaterwinning. Om het vochtig te houden wordt er op het moment water ingelaten uit de Vecht.
De mooie paadjes en doorkijkjes in het Spanderswoud hebben een dromerige uitwerking; je zou bijna vergeten op de markering te letten. En dan sta je ineens voor de Franse Kampweg in plaats van de veel rustiger Bussumerstraatweg. Even opletten dus. Want de natuurbrug bij Zanderij Crailo mag je niet missen, afgelopen voorjaar geopend door majesteit herself. Het heeft een paar centen gekost (14,75 miljoen euro), maar dan heb je ook wat. De brug overspant een provinciale weg, een spoorlijn, een NS-bedrijventerrein en een sportpark over een lengte van 800 meter – en is waarschijnlijk de langste natuurbrug ter wereld. De brug kan door vele soorten worden gebruikt, van pissebed tot rugstreeppad en van ringslang tot de mens. Die laatste mag te voet, te fiets en te paard oversteken, gescheiden van de dieren waarvoor geweldige voorzieningen zijn bedacht, zoals beschutting tegen warmte of kou, dekking tegen gevaar en zo min mogelijk verlichting Geen brommers op de brug en ook geen honden: alleen de geur is voor dieren al bedreigend. Met infraroodcamera’s wordt bijgehouden welke dieren de brug oversteken; ook wordt de zandbedmethode toegepast waarbij diersporen in het zand worden geregistreerd.
De brug is een fantastische aanwinst voor plant en dier, maar ook voor de recreant die zo de Wester- en Bussumerheide opstapt. Het gebied wordt doorsneden door de Nieuwe Crailoseweg, die maar liefst vier kilometer lang is en in de volksmond ’Gebed zonder end’ heet. Hier en daar ligt nog een grafheuvel. Vele zijn verdwenen door onhandige onderzoekers en ploegende boeren. Dwars op het eindeloze ’Gebed’ staat de Banscheiding, aangelegd in 1428 om de schaapskudden van Hilversum en Laren uit elkaar te houden. Een schaap dat door de ban heenging, was een ’overloper’ en werd automatisch eigendom van de andere gemeente.
Een kleine eeuw geleden werd op de heide landbouw bedreven, turf gewonnen en woningbouw gepleegd. Amsterdam zag in dit gebied een ideale locatie voor een tuinstad. Het onzalige idee riep veel weerstand op, die leidde tot de oprichting van de stichting Gooisch Natuurreservaat. Gelukkig maar. De Bussumerheide fungeerde van 1880 tot 1893 als paardenrenbaan, met tribunes op de Lange Heul. In 1928 hielden de deelnemers aan de Olympische Spelen van Amsterdam hier hun uithoudingsproef, van Corversbos tot Lage Vuursche.
Na de Bussumerheide lopen we langs het verlaten asielzoekerscentrum Crailo, passeren de snelweg A1 onderlangs en gaan na de bushalte en ziekenhuis Tergooi (voorheen Gooi-Noord) en door een villabuurt de Blaricummerheide op. Opnieuw een wonderschoon gebied, met de Mont Blanc en de Mount Everest van het Gooi: de Trappenberg en de Sijsjesberg. Tot slot zakken we de stuwwal af en bereiken via het dorp Huizen de boorden van de voormalige Zuiderzee. Overigens is Huizen van een streng vissersdorp uitgegroeid tot een welvarend villaoord.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.