De afgelopen weken heb ik het weer eens met ongeloof aangezien. Ik wilde een nieuwe versie van Ubuntu testen, een Linux-variant die kans maakt om bij consumenten een echte concurrent van Windows te worden. Als je je realiseert hoeveel mensen daar zonder winstoogmerk een bijdrage aan leveren, word je er stil van.
Linux is de kern van Ubuntu, en dat wordt vooral geschreven door talloze vrijwilligers. Daar worden grafische 'schillen' aan toegevoegd om het systeem makkelijk bruikbaar te maken, schillen geschreven door, vermoedelijk vele duizenden, onbetaalde krachten. En daar maken grote aantallen vrijwilligers weer taalversies van. Op Ubuntu kun je Open Office gebruiken en nog 20.000 andere programma's; allemaal gratis geleverd door duizenden en nog eens duizenden. Ik kon na installatie Ubuntu meteen teksten tikken en dergelijke, maar een paar andere zaken werkten niet onmiddellijk. Dus stortte ik me op online-forums, waar binnen enkele uren talrijke deskundigen en liefhebbers me van advies gingen voorzien. Onbezoldigd uiteraard.
Computers en internet worden geregeld afgeschilderd als asociale dingen voor vooral jongens en mannen die zich uren afzonderen in een kamertje en geen woord met huisgenoten wisselen. Maar volgens mij is het socialiserende effect van de pc/web-combinatie vele malen belangrijker. Linux is daarvan een van de bekendste resultaten, maar beslist niet meer uniek.
Wikipedia zullen velen ook al meer dan eens geraadpleegd hebben. Met dank aan die duizenden - of zijn het miljoenen? - wereldwijd die consciëntieus een encyclopedie in alle talen van de wereld samenstellen. Nog nooit is zo veel kennis zo makkelijk voor zo velen beschikbaar gekomen.
Anderen zijn weer op een andere manier sociaal: zij stellen de tijd dat hun pc staat te nietsen beschikbaar voor wetenschappelijk onderzoek. Een nog veel grotere groep werkt samen via zogeheten peer-to-peer programma's. Zeker, vaak is dat dan met een 'winstoogmerk': het gratis bemachtigen van muziek. Maar veel p2p behelst ook het uitwisselen van informatie of zelfgemaakte videobeelden. Hoe dan ook werken alle p2p-gebruikers samen in netwerken waarin niet slechts krijgen, maar ’krijgen én geven’ het uitgangspunt is. In het verlengde hiervan kun je ook denken aan Fon, het Spaanse initiatief waarbij deelnemers hun internetverbinding thuis via een open wifi-verbinding beschikbaar stellen aan passanten.
Inmiddels dragen mensen op steeds meer fronten onbezoldigd bij aan de verspreiding van kennis en andere zaken. Een in de journalistiek wereldberoemd voorbeeld is Ohmynews, een Zuid-Koreaanse nieuwssite die 70 procent van zijn berichten krijgt van burgers. En Trouw heeft sinds een week Trouw in de buurt, waarop de bezoekers zelf nieuws, groot en klein, kunnen plaatsen.
Ik weet niet hoeveel mensen inmiddels al hebben bijgedragen aan de uitbouw van het wereldwijde web tot één groot sociaal netwerk. Exacte cijfers zijn niet beschikbaar, maar ik gok op tientallen tot honderden miljoenen. Als ik daaraan denk krijg ik kippenvel en bekruipt mij weer een ouderwets jaren-zestig flower-power gevoel. Maar misschien is het wel helemaal niet zo bijzonder. Zet tien mensen bij elkaar en drie of vier gaan samen iets doen. Maak een miljard mensen makkelijk vindbaar en bereikbaar voor elkaar en je krijgt vanzelf Linux, Wikipedia, Open Office . . .
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.