*

 

Het geheim achter de maskers

Onno Havermans − 02/06/07, 00:00

Ruiters die voor de Romeinen ten strijde trokken, droegen soms helmen met een ijzeren vizier. Voor het eerst is daar onderzoek naar gedaan.

Romeinen vochten niet te paard, zegt Louis Swinkels, conservator archeologie van Museum Het Valkhof in Nijmegen. „Ze trokken te voet ten strijde. Hun ruiters waren inheemse strijders, die ze inhuurden.” Langs de Limes, de noordelijke grens van het Romeinse rijk, waren dat voornamelijk Bataven.

Sommigen droegen helmen met een ijzeren gezichtsmasker. In Nederland en Noord-Duitsland zijn enkele tientallen van zulke maskervizieren gevonden, vooral in de wijde omgeving van Nijmegen, waar rond het begin van de jaartelling meerdere grote legerkampen zijn geweest. Vaak is betwijfeld of ze die maskers ook droegen tijdens het gevecht, want dat lijkt nogal onhandig. Toch wel, zo luidt de belangrijkste conclusie uit onderzoek dat is verricht door restauratoren van Het Valkhof en het Rheinische Landesmuseum in Bonn. Ook zijn er aanwijzingen voor een zilverindustrie.

„De meeste maskers zijn verroest, maar in een ervan vonden we nog een stukje ijzer”, vertelt de Nijmeegse restaurator Ronny Meijers. „Het ijzer zelf is nogal slap en buigzaam, maar door het steeds te verdubbelen is een harde laag ontstaan. Wij hebben dat ijzer nagemaakt en er met de replica van een Romeinse kruisboog op geschoten. De pijl trok krom en op het plaatwerk is nauwelijks een krasje te zien. Toen we hetzelfde deden met hedendaags ijzer, veroorzaakten we een fikse deuk.”

De maskers waren dus sterk genoeg om klappen op te vangen. Toch droegen niet alle ruiters een vizier. Swinkels vermoedt dat ze vooral werden gebruikt om een onverschrokken uiterlijk te suggereren. „Alsof de strijder geen masker en geen helm draagt, een beetje macho dus.” Dat komt vooral door de bekleding van gevlochten paardenhaar. „Het lijkt op het resultaat van kantklossen”, zegt Meijers. „Die ruiters zaten de hele dag tussen de paarden, die moeten helemaal naar paard geroken hebben. Misschien hebben ze ’s avonds hun helmen zitten versieren.”

Het vlechtwerk is voor het museum nagemaakt en te zien op een kleine expositie rond het onderzoek.

Zes helmen, of wat daar nog van over is, staan te pronken in drie vitrinekasten in Het Valkhof. Topstuk is een verzilverde helm met masker. Zo moeten de andere er ook hebben uitgezien. Deze helm is in 1915 gevonden in de Waal, samen met enkele sieraden. „Die spullen zijn waarschijnlijk bewust in de rivier gegooid door veteranen, als offer”, zegt Swinkels. De resten zilver vertonen oxidatiesporen en inslagen van een wals. „De sporen lijken op de blaasjes die ontstaan als je bladerdeeg uitrolt”, vertelt Meijers. „Je kon toen dus al zilveren plaatwerk kopen. Romeinen wonnen hun zilver uit looderts en via de verhouding van de isotopen in het lood kunnen we het wingebied bepalen. Dat is in dit geval waarschijnlijk de Eifel, dus vlakbij. Er moeten daar zilverfabrieken hebben gestaan. Van het afvalproduct lood werden waarschijnlijk de doodskisten gemaakt die hier en in Duitsland zijn gevonden.”

Het meest recente masker is vorig jaar gevonden bij opgravingen in hartje Nijmegen, op de plaats waar ooit de Bataafse nederzetting Oppium Batavorum lag. Dus niet in een legerkamp. „Dat plaatst ons nog voor veel geheimen”, aldus Swinkels.

mailIcon print |