*

 

Belgrado mag weer met de Europese Unie praten

Iris Ludeker − 02/06/07, 00:00

Oud-generaal Zdravko Tolimir was gisteren nog niet in Den Haag gearriveerd, of de Europese Unie zette de deur voor Servië weer open.

De precieze details over de arrestatie van Zdravko Tolimir zijn nog niet bekend, maar een mooi georkestreerde operatie was het zeker. Ergens donderdagmiddag ging de voortvluchtige verdachte de grens tussen Servië en Bosnië over. Vlak daarop werd hij, na een tip van de Servische autoriteiten, in de kraag gevat door de politie van Republika Srpska, het Servische deel van Bosnië. Gisteren kwam hij aan in Den Haag.

Tolimir werd vlakbij Srebrenica opgepakt, de plek waar hij zijn ernstigste oorlogsmisdaden zou hebben gepleegd. De enclave, beschermd door Nederlandse blauwhelmen, werd in 1995 door het Bosnisch-Servische leger onder de voet gelopen. Zeker zevenduizend moslims werden daarop vermoord. Als adjunct van generaal Ratko Mladic zou Tolimir hebben geweten van de genocidale plannen voor Srebrenica.

Volgens de Servische autoriteiten werd Tolimir na de oorlog spil in een netwerk dat de eveneens voortvluchtige Mladic beschermde. Of de naar verluidt ernstig zieke Tolimir waardevolle informatie heeft over Mladic, zal de komende tijd blijken.

De vangst van Tolimir werd in ieder geval internationaal verwelkomd, en gisteren kreeg Servië zelfs te horen dat het weer mag praten over nauwere banden met de EU. Die gesprekken werden vorig jaar opgeschort omdat de toenmalige Servische regering niet genoeg met het Joegoslavië-tribunaal meewerkte.

Het valt echter te bezien of de arrestatie van Tolimir de opmaat is tot het inrekenen van andere voortvluchtigen (zie kader). Nerma Jelacic, een Bosnische journalist bij persagentschap Birn, is sceptisch. „Tolimir is opgeofferd op het moment dat Servië en Republika Srpska iets concreets nodig hadden.” Jelacic wijst erop dat hoofdaanklager Carla del Ponte van het Joegoslavië-tribunaal juist deze week Belgrado bezoekt.

Ook de Republika Srpska heeft baat bij haar allereerste arrestatie van een Servische oorlogsmisdadiger. Premier Dodik van het deelrepubliekje belde Del Ponte zelf op om haar van de vangst op de hoogte te stellen. De Bosnische Serviërs staan onder zware internationale druk om hun eigen agenten te laten opgaan in een nationale Bosnische politiemacht. Het is voor hen een mooie opsteker dat juist die agenten nu laten zien dat ze netjes hun werk doen.

Dat het oppakken van Tolimir nog niet een-twee-drie tot dat van Mladic hoeft te leiden, kan ook opgemaakt worden uit het feit dat Servië de man niet zelf inrekende. Een arrestatie van Mladic op Servisch grondgebied ligt wellicht nog te gevoelig, ook onder de nieuwe, pro-Westerse regering. Die bestaat nog steeds deels uit de partij van premier Kostunica. „En die wil Mladic niet arresteren”, denkt Jelacic. „Mladic zit in Belgrado, dat heeft Del Ponte met zekerheid gesteld. Als ze zouden willen, zouden ze hem kunnen oppakken.”

mailIcon print |