*

 

Oppositie in Rusland op de wip

Jelle Brandt Corstius − 01/12/07, 00:00

Ironisch genoeg zullen de communisten na de verkiezingen waarschijnlijk het enige democratische alternatief zijn voor de partij van Poetin. Maar van een echte oppositie is nauwelijks sprake.

Direct nadat president Poetin donderdag in een televisietoespraak een dramatische oproep had gedaan aan de Russische burgers om op zijn partij te stemmen, verscheen Vladimir Zjirinovski in beeld. Het toespraakje van de flamboyante leider van de LDPR-oppositiepartij, zoals gebruikelijk grof en schreeuwend, was niet bedoeld om de kiezers een bredere keus te geven. Het diende er juist toe de mensen ervan te weerhouden op een andere partij dan Verenigd Rusland – Poetins partij – te stemmen.

De LDPR afficheert zich als oppositiepartij, maar stemt in de praktijk nooit tegen een wetsvoorstel van de partij van Poetin. Datzelfde geldt voor de Communistische Partij. Sinds de kiesdrempel is verhoogd van vijf naar zeven procent, en sinds bijna alle aandacht op televisie en in de kranten uitgaat naar Verenigd Rusland is de verwachting dat alle oppositiepartijen uit de Doema zullen verdwijnen na de verkiezingen van morgen. Op de communisten na, die volgens de peilingen 15 procent van de stemmen krijgen.

Wie dacht dat de Russen er na decennia experimenteren met het communisme wel genoeg van hadden, heeft het mis. Op 7 november, 80 jaar na het begin van de Oktoberrevolutie, stonden meer dan twintigduizend mensen in het centrum van Moskou –tien keer zoveel als bij een goed bezochte demonstratie van de beweging van Kasparov.

Op de demonstratie, met ouderwetse rode vlaggen en lange slogans was goed te zien waar het communistische electoraat uit bestaat: oude mensen, die bang zijn voor de onzekerheden van het kapitalistische systeem en terugverlangen naar de dagen van Brezjnev.

Dat de massale demonstratie, die de hoofdstraat van Moskou urenlang blokkeerde, werd goedgekeurd, zegt veel. De verkiezingsspotjes zijn wellicht sociaal-realistisch, met hooiende boeren en grote gezinnen. En waar de oudjes die stemmen misschien nog geloven in een revolutie, doet de partij, al veertien jaar onder leiding van Gennadi Zjoeganov, dat al lang niet meer. Het lijkt erop alsof de communisten er alles aan doen om niet aan de macht te komen.

In 1996 won Jeltsin nog op het nippertje van deze Zjoeganov, die onverwacht snel de handdoek in de ring gooide. Volgens sommigen omdat hij met Jeltsin een dealtje had gesloten. Van revolutionair vuur kun je dus niet spreken. In de tussentijd heeft de partij ook privé-bezit geaccepteerd, en zitten er enkele miljonairs in de Doema-fractie. Leider Zjoeganov doet officieel of hij oppositie voert, maar als het erom gaat stemt de KPRF voor de wetsvoorstellen van Verenigd Rusland.

De enige kritiek van de communisten op Poetin gaat altijd over sociale kwesties als pensioenen en subsidies. Dat kan nog wel eens een troef zijn. Sinds een maand zijn de grote prijsstijgingen van levensmiddelen het gesprek van de dag. Het kan best eens zijn dat de communisten, met hun sociale imago, een nieuwe verkiezingsgroep kunnen aanboren: jongeren en werkende mensen die de prijsstijgingen beu zijn.

Een dergelijke verrassing was er dit jaar in de miljoenenstad Volgograd. Daar versloeg een communist een kandidaat van Verenigd Rusland in de burgemeestersverkiezingen, tot stomme verbazing van de spindoctors in het Kremlin. Eenzelfde verrassing zit er wellicht weer in, maar dat zal dan gaan om hooguit een extra aantal procenten.

mailIcon print |