*

 

Steek Servië nu de helpende hand toe

door J. Schaberg − 24/01/07, 00:00

Het is hoog tijd de problemen op de Westelijke Balkan aan te pakken. Dat verzekert de toekomst van die regio, en maakt heel Europa veiliger.

Bij de verkiezingen in Servië bleef de ultranationalistische Servische Radicale Partij de grootste met bijna 30 procent van de stemmen (Trouw, 22 januari). Een teleurstelling voor het Westen, dat de Serviërs had opgeroepen die partij links te laten liggen.

De westelijke interventies in voormalig Joegoslavië, begonnen in 1992, waren een voortdurende opeenstapeling van tegenvallers. Er vielen 250.000 doden en miljoenen mensen zijn van hun geboortegrond verdreven. Instabiliteit, uitzichtloosheid voor de bevolkingen en politieke radicaliteit heersen nog steeds.

De hele Westelijke Balkan blijft een grote zorg. De internationale criminaliteit en de militante islam in de vorm van terroristische cellen, zijn een bedreiging voor Europa. Ze gedijen in politiek instabiele staten. Dat zijn Servië (door de internationale gemeenschap tot een Duitsland van na Versailles gemaakt) en Bosnië (een land van mensen die niet bij elkaar willen horen). En in Kosovo hebben militante groeperingen de feitelijke macht.

Als binnenkort wordt besloten over de status van Kosovo, dienen zich nieuwe, grote problemen aan. Servië heeft zich sterk verzet tegen het opgeven van Kosovo. Maar de Albanezen in Kosovo zullen alleen genoegen nemen met volledige zelfstandigheid en dreigen die zelf uit te roepen, waarbij zij wapengeweld niet zullen schuwen.

Ook in Bosnië zal de roep om afscheiding van het Servische deel toenemen. In Macedonië dreigen dan etnische problemen te escaleren. De hele regio is een risicogebied, maar als altijd spreekt de internationale gemeenschap daar te optimistisch over: echte inspanningen gaat men uit de weg.

Voor de samenhang van regionale problemen is geen oog. Servië heeft een sleutelrol in al die Balkan-kwesties. Er kan in Belgrado nu mogelijk wel een regeringscoalitie van gematigde partijen worden gevormd. Maar die heeft een krappe meerderheid in het parlement en, daarenboven, voor een dreigende amputatie van Kosovo zullen die partijen geen politieke verantwoordelijkheid willen dragen. Positief is echter dat de te verwachten regering Servië graag lid wil maken van de Europese Unie en als beginstap een stabilisatie- en associatieverdrag wil sluiten.

Op de EU-top medio vorige maand steunden de buurlanden, zoals Italië,Oostenrijk en Griekenland, die grote belangen hebben bij stabiliteit, die aanvraag. Ze willen een handreiking doen om grip te krijgen op de hervormingen. De EU-top heeft echter toen met steun van Nederland negatief beslist en afgelopen maandag is dat herhaald. Het uitblijven van de uitlevering van Mladic en Karadzic aan het Joegoslavië-tribunaal is het struikelblok.

Dat is kortzichtig, de toekomst van een hele regio mag niet afhankelijk worden gemaakt van het prestige van het tribunaal. Aan de regeringen daar kun je ook moeilijk eisen stellen waaraan zij slechts op straffe van hun eigen ondergang en chaos kunnen voldoen.

Ter aansporing voor politieke aanpassingen nam de Navo eind vorig jaar Servië, Bosnië en Montenegro op in het Partnership for Peace-programma, een voorportaal voor Navo-lidmaatschap. Tegelijk is vastgelegd dat volledige opname in de Navo afhankelijk is van de samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal.

Maar er is meer nodig. De vele onderlinge spanningen daar moeten worden opgelost. Twee zaken zijn van primair belang. Ten eerste heeft op de Balkan alles met alles te maken. Er is dus behoefte aan een integrale benadering. Ten tweede kan de regio alleen een stabiele stuctuur krijgen en van de criminele last worden verlost als het economisch gezond wordt gemaakt en er werkgelegenheid komt.

Dat alles zal niet vanzelf gaan, er is een gezamenlijke inspanning van de EU en de Navo nodig. Die zullen een Balkan-stuurgroep moeten vormen en het eens worden over een blauwdruk voor de regio. Vervolgens moet met alle betrokkenen naar oplossingen worden gezocht die voor iedereen acceptabel zijn. Van de Unie zal dat aansprekende compenserende hulp voor de partijen vergen. Noem het een Marshall-plan voor de Westelijke Balkan.

De twee voor Europa zo belangrijke organisaties moeten nu de handen ineenslaan. Het gaat om de toekomst van een regio en veiligheid voor heel Europa.

Voor Nederland is er nog iets. Onder druk van politieke partijen en uit bewogenheid heeft Nederland zich al in 1992 achter militaire interventies daar geschaard en sindsdien militairen ingezet. Dat heeft bij de bevolking verwachtingen gewekt, maar rampen zijn gevolgd. Dat alles mag niet voor niets zijn geweest. Nederland heeft de medeverantwoordelijkheid om de regio uit de ellende te helpen. Reden voor diplomatieke initiatieven om de Westelijke Balkan hoog op de internationale agenda te krijgen

mailIcon print |