Mensen met zelfmoordgedachten willen een einde maken aan het uitzichtloos lijden. Dat is echter niet het hetzelfde als een keuze vóór de dood.
De vervolging van suïcideconsulent Ton Vink vanwege hulp bij zelfdoding heeft de discussie over de strafbaarheid van hulp bij zelfdoding op scherp gesteld. Mensen die hulp bij zelfdoding uit het wetboek van strafrecht willen schrappen argumenteren als volgt: iedereen heeft het recht om over zijn eigen leven te beschikken. Op het moment dat iemand besluit niet langer te willen leven, zou hij of zij het recht moeten hebben om op een humane manier te sterven.
Door de strafbaarheid van hulp bij zelfdoding worden mensen die hun leven zelf willen beëindigen, gedwongen in alle eenzaamheid te sterven. Bovendien vaak op onnodig pijnlijke manier, omdat ze onvoldoende besef hebben van de gevolgen van de gekozen methode. In sommige gevallen worden ook anderen daardoor op traumatische wijze geconfronteerd met de consequenties van hun daad.
Deze redenering houdt geen rekening met de achtergrond van mensen die een doodswens hebben. Meer dan 90 procent van de suïcidale personen krijgt zelfmoordgedachten door een psychiatrische problematiek: vooral depressie, maar ook schizofrenie en borderline-stoornis. De overgrote meerderheid van suïcidale mensen blijft ambivalent: zij willen een einde maken aan het ondraaglijk lijden. En dat is niet hetzelfde als een keuze vóór de dood. Suïcidale personen raken in de ban van hun eigen doodswens, omdat zij denken dat alleen de dood het lijden kan opheffen.
Het ’recht op suïcide’ lijkt de uiterste consequentie van het zelfbeschikkingsrecht. Maar je mag betwijfelen of je in staat bent van je zelfbeschikkingsrecht gebruik te maken, wanneer een psychiatrisch probleem leidt tot de doodswens. Bij een depressie blijft dit ’recht’ juridisch gezien intact. Het recht op goede hulp is op dat moment echter veel belangrijker. Bovendien mogen we het recht op suïcide niet verwarren met het recht op hulp bij zelfdoding – wat soms sluipenderwijs in deze discussie lijkt te gebeuren.
Er zijn suïcidale mensen die worstelen met de vraag hoe ze een einde aan hun leven kunnen maken. Zij vragen soms daadwerkelijk ook om hulp. In Nederland is hulp bij zelfdoding strafbaar, maar in uitzonderlijke gevallen wordt er wel degelijk assistentie verleend: door een arts. De situatie is vergelijkbaar met euthanasie. Er vindt geen strafvervolging plaats wanneer bij de hulp aan strikte zorgvuldigheidseisen wordt voldaan. Het gesprek hierover wordt niet juridisch geblokkeerd.
Goede hulp aan suïcidale personen moet erop gericht zijn dat hun psychische lijden serieus wordt genomen. Dit betekent dat ook vragen over methoden en middelen kunnen worden besproken. Alle informatie moet dan beschikbaar zijn. Zo krijgt een suïcidale persoon zicht op de eventuele consequenties van zijn of haar daad. Dat kan helpen om uit de suïcidale crisis te komen.
Het gesprek over een suïcidewens is niet gemakkelijk. Het is ook voor behandelaars een bedreigend onderwerp. Zij beschikken vaak niet over de juiste vaardigheden om daar goed mee om te gaan. In Nederland zijn de opleidingen op dit gebied nog gebrekkig. De ervaring leert echter dat openheid over dwingende zelfmoordgedachten, met inbegrip van de methode die wordt overwogen, een preventief effect kan hebben. Openheid bevorderen over suïcidale gedachten is echter niet hetzelfde als een actieve begeleiding van de doodswens, zoals Stichting de Einder lijkt voor te staan.
Daarmee hebben we de fundamentele kwestie aangeroerd. Mag hulp bij zelfdoding door vrijwilligers worden toegestaan of is dat alleen voorbehouden aan medisch gekwalificeerde personen in zeer uitzonderlijke situaties? Hulp bij suïcide kan alleen verantwoord plaatsvinden in een goed geregelde en controleerbare situatie. De humane overweging iemand tot het einde toe te willen bijstaan biedt geen garantie dat voldoende kennis aanwezig is over de (psychiatrische) context waarbinnen de suïcidewens ontstaat. Veel mensen waren overtuigd van de uitzichtloosheid van hun situatie, maar pleegden toch geen suïcide. Achteraf constateren zij dat de suïcidewens onderdeel was van een inktzwarte, maar gelukkig tijdelijke episode in hun leven. Zorgvuldigheid en voorzichtigheid moeten daarom prevaleren.
Het feit dat mensen hulp zoeken bij suïcideconsulenten kan een signaal zijn dat de professionele hulpverlening tekort schiet. Niet omdat alle zelfmoorden daadwerkelijk kunnen worden voorkomen. Wel omdat de vragen die in de suïcideconsultaties aan de orde komen, blijkbaar onvoldoende gesteld kunnen of mogen worden in hulpverleningscontacten.
Een verbetering van de hulpverlening aan suïcidale personen maakt deel uit van een structureel beleid om suïcide te voorkomen. Tot heden ontbeert Nederland zo’n beleid. Op dit moment wordt in opdracht van de minister van volksgezondheid advies van de Gezondheidsraad over suïcidepreventie uit 1986 door het Trimbos Instituut herzien.
Dit is het resultaat van het Nationaal Actieplan Suïcidepreventie dat de Ivonne van de Ven Stichting heeft opgesteld. Er is recent een Nederlandstalig Handboek voor suïcidaal gedrag verschenen, dat handvaten biedt voor de preventie. Dat is maar goed ook. Anders worden er kansen gemist.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.