De familie van tasjesdief Ali el B. begrijpt niet dat justitie in Amsterdam twee jaar na zijn dood nog geen besluit heeft genomen over strafvervolging van Germaine C., de vrouw die hem op 17 januari 2005 aanreed.
Advocate mr. N. Dekens zei gisteren dat zij namens de familie een klaagschrift indient bij het hof. Op deze manier wil de familie justitie ertoe dwingen dat C. wordt vervolgd. „De wens van mijn cliĆ«nten is dat de rechter oordeelt over de handelwijze van de bestuurster, over de vraag of zij schuldig is”, aldus de raadsvrouw. „Van het OM is de afgelopen periode niets vernomen”.
Het Openbaar Ministerie ontkent dat het onderzoek door zijn toedoen traag verloopt. „Het OM kan alleen afwachten”, reageert woordvoerder F. Wattimena. „Er loopt een gerechtelijk vooronderzoek: op wens van de verdediging moeten nog getuigen worden gehoord. Als dat is gebeurd, kan het onderzoek worden afgerond en wordt een beslissing genomen. Wij verwachten die beslissing nog dit kwartaal, maar helemaal zeker is dat niet”.
Raadsvrouw Dekens: „Er worden in strafzaken zoveel getuigen gehoord. Ik heb het OM eerder gevraagd de intentie uit te spreken dat in deze kwestie, die zoveel beroering in de samenleving heeft gegeven, vervolging plaatsvindt. Er is immers wel een dode gevallen. Maar het blijft stil, terwijl het tegenovergestelde gebruikelijk is. Ik heb een situatie als deze niet eerder meegemaakt. Je beslist of iemand wordt vervolgd of niet. Kennelijk is het wachten op het onderzoek van de rechter-commissaris”. De raadsman van C., mr. A. van der Waal, wil niets over het onderzoek kwijt. „Geen commentaar”, laat hij weten.
Op de avond van 17 januari 2005 griste Marokkaan Ali el B. met een vriend in de Derde Oosterparkstraat in Amsterdam een tas uit de auto van C. De vrouw bedacht zich geen moment en reed, volgens justitie met opzet, met hoge snelheid 50 meter achteruit om de scooter van beide jongens ’aan te tikken’. Ali el B. raakte bekneld tussen haar auto en een boom en overleed ter plekke.
Automobiliste C. werd aangehouden op verdenking van doodslag. Haar werd verweten dat zij met haar gedrag een ’onaanvaardbaar risico’ had genomen. Op 20 januari 2005 werd zij op last van de rechter-commissaris, die, anders dan het OM, geen gronden aanwezig achtte voor het verwijt van doodslag, vrijgelaten. Zij dook onder en behoudens een enkele, summiere, reactie van haar advocaat bleef het nadien stil. Zoals in de Marokkaanse gemeenschap de woede over de dood Ali el B. plaatsmaakte voor stil verdriet en elders vooral het onbegrip over de aanhouding van Germaine C. verstomde.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.