*

 

Porseleinzwam is gevreesde beukenparasiet

Henk van Halm − 26/11/07, 00:00

De porseleinzwam, gefotografeerd door Trouwlezer Evert Sikkema, heeft bij vochtig weer een extreem slijmerige hoed, maar bij droog weer glanst de hoed alleen maar kleverig en is hij droog. Meestal is die hoed rimpelig, in het begin licht gewelfd en grijsbruin, later porseleinwit en breed uitgespreid. Gewoonlijk is er een okerkleurige blos in het midden van de hoed. De brede plaatje schijnen lichtelijk door de hoed heen, staan ver uit elkaar en lopen iets langs de steel af. De taaie steel is dun en vaak wat krom met een slijmerige, gestreepte ring en boven die ring gestreept, eronder iets beschubd. Porseleinzwammen groeien van begin juli tot eind december voornamelijk op staande dode en levende stammen en takken van oude beuken, een enkele keer op eiken, meestal in grote aantallen groepsgewijs en flink hoog. Je krijgt ze meestal pas goed te zien op afgevallen dode takken.

De porseleinzwam is gebonden aan de hoge zandgronden en komt dus vooral voor in het midden en oosten van ons land en in de binnenduinen. Merkwaardig is dat de soort ontbreekt op de hoge zandgronden in het oostelijke deel van de Graafschap en zeldzaam is in Noord-Brabant, mogelijk omdat oude beuken er nauwelijks voorkomen. Het is een necrotrofe zwakteparasiet, die echt gevaarlijk is voor beukenopstanden. Hij doodt beuken, die toch al wat mankeert. Op afgevallen takken leeft de zwam van het dode materiaal. De zwamvlok bevat het antibioticum mucidine, dat wordt toegepast bij de genezing van enige huidziekten. Porseleinzwammen zijn eetbaar.

mailIcon print |