Dankzij singer-songwriter Flip Kowlier kan het Vlaams weer in de popmuziek. Op zijn derde cd ’De man van 31’ omlijsten rootsige arrangementen zijn zompige Izegems.
’Als mensen bezig zijn over de jeugd, gaat het niet meer over mij.’ Vanuit dat besef schreef Flip Kowlier zijn derde album ’De man van 31’. In elf nummers maakt hij de balans op, zonder overigens tot een eindafrekening te komen, want daarvoor is het veel te vroeg. „Jongen of man, ik zou zeggen half om half. Ik ben vorig jaar getrouwd, wat als thuiskomen voelt, maar kan me ook nog best verliezen in computerspelletjes. Dankzij de band blijf ik jong van hart. Samen op pad en slapen in hotels, het is net als vroeger met kamp.”
Toen hij in 2001 als voormalig hiphopper een nieuwe weg insloeg en meteen flink indruk maakte met zijn liedjesdebuut ’Ocharme ik’, met teksten in het zompige West-Vlaams zoals dat in Izegem gesproken wordt, vertelde hij bij interviews over zijn verlegenheid tegenover meisjes met wie hij op een bankje in het park belandde, en over zijn wens eens een nieuwe auto te bezitten, ’geen BMW, gewoon eentje zonder gebreken’. Dat Urbanus opeens fan van hem was, daarvan stond hij te kijken. En welke kant het opging, dat zag hij wel.
„Sindsdien is mijn leven flink veranderd”, vertelt hij nu aan de telefoon, in de aanlooop naar zijn optreden op Crossing Border in Den Haag. Hij heeft wat hits gescoord, ’zoveel meer ervaring’ opgedaan, ’het hele mediacircus’ driemaal meegemaakt. Dankzij Kowlier kan het Vlaams in de popmuziek. Tientallen jonge bands hebben hem daarin gevolgd.
Gabriel Rios is een van de gastmuzikanten die het album een gepaste opgewektheid meegeeft, bijvoorbeeld in ’El Mundo Kapotio’. Daarnaast zorgt zijn groeiende liefde voor hillbillymuziek voor wat rootsige arrangementen, zoals in ’Meiske’. „Ik houd steeds meer van akoestische klanken. Zal dat te maken hebben met ouder worden?” Het is een terugkerende vraag. Hij stelt hem ook als het over het mooie ’Caravan’ gaat, een loflied op het lichte leven. „Ik kan goed genieten van eenvoudige dingen, van rust en natuur.”
Omdat onrust vaak een goede aanjager is van creativiteit, prijst hij zichzelf gelukkig dat die rust vooral een ’idyllisch streven’ is. „Tam word ik niet, al ben ik wel huiselijk.”
Flink stappen kan hij nog best, zo blijkt uit de single ’Donderdagnacht’, over een avond eindigend in het besef dat hij iemand nodig heeft ’die nog rechte kan stoan’, ’die de boane nog wit’, oftewel de weg weet.
Het is een regel die terugkomt in het slot- en titelnummer: ’Ik ben ip weg / en nog loange nie thus / ik wete wok de baene niet / ’t is ne zoektoch dus’ (ik ben onderweg, en nog lang niet thuis, ik weet de weg ook niet, het is een zoektocht.’ „Dat is zo, ik heb richtlijnen nodig, ik word graag een beetje begeleid. Voordat ik een keuze maak, hoor ik het liefst het oordeel van anderen.”
Hij heeft een boot die vaart, zingt hij verder, een lief die spaart; alles wat hij wenst. Slechts van één ding heeft hij spijt: hij ziet nooit geen mensen meer: ’En ’t jinnigste dak spit van i / waarom zie kik nuot hin minsen mi’. „Hoe ouder je wordt, hoe kleiner je vriendenkring, dat valt me op.”
Kowlier bezong de vaste kern ervan nog op zijn debuutalbum in het nummer ’Min Moaten’. Daarin kwam onder meer kameraad Bza voorbij: ’inne vlamsche rapper en ne partime vizzekluot’ (een vlaamse rapper en parttime vieze vent). „Die zie ik nog bijzonder weinig.”
Kowlier woont al acht jaar in Gent, wat ervoor zorgde dat zijn Izegems verandert. „Van West-Vlamingen hoor ik soms: dat zeggen wij zo niet. Maar ook mijn taal evolueert, en het ging me ook nooit om het Izegems maar om de taal van mijn gevoel.”
In de Vlaams-Waalse kwestie laat hij zich niet in een kamp duwen. „Toen ik vorig jaar optrad bij een concertserie tegen het Vlaams Belang, kreeg ik in het gastenboek van mijn website de mededeling: ’800.000 Vlaams Belang-leden zijn in u teleurgesteld’. Vlaams is een volkse taal waar ik erg trots op ben, maar verder moet het niet gaan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.