*

 

Vier vroege iconen van drie pop-artkunstenaars

Henny de Lange − 13/01/07, 00:00

Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam heeft vier topstukken verworven van de pop-artkunstenaars Claes Oldenburg (1929), James Rosenquist (1933) en Tom Wesselman (1931-2004). De stukken waren particulier eigendom, maar werden jaren geleden in bruikleen gegeven aan Boijmans. Door verkoop dreigden ze het museum te verlaten.

Met hulp van het VSB-fonds, het ministerie van cultuur, de Mondriaanstichting, de Vereniging Rembrandt, het Prins Bernhard Cultuurfonds, de vriendenstichting van Boijmans en de gemeente Rotterdam is het gelukt de aankoopsom van 2.318.400 euro bijeen te krijgen. Vooral de bijdrage van de gemeente, een bedrag van 800.000 euro, is bijzonder. Het is meer dan 25 jaar geleden dat Rotterdam met zo’n groot bedrag meebetaalde aan een kunstaankoop van het museum.

De vier werken zijn volgens het museum niet alleen van groot belang voor de collectie moderne kunst van Boijmans, maar ook voor de Collectie Nederland. Oldenburg, Rosenquist en Wesselman behoren tot de grondleggers van de pop-art in de Verenigde Staten. Deze stroming kwam op in de jaren zestig en liet zich inspireren door reclame, film en strips.

Het fenomeen massaconsumptie werd omhelsd, evenals televisie en popmuziek. De beweging floreerde met name in Amerika en Engeland. De vier aangekochte werken dateren van de beginjaren van pop-art en werden direct na het ontstaan aangekocht in New York en aan museum Boijmans Van Beuningen in bruikleen gegeven.

Het Rotterdamse museum heeft van meet af aan belangrijke werken van pop-artkunstenaars als Andy Warhol, David Hockney en Claes Oldenburg in de collectie gehad. Een van de bekendste is een werk van Oldenburg, die in de jaren tachtig een nieuwe brug voor Rotterdam bedacht in de vorm van twee gebogen schroeven. Het model daarvan wordt permanent in de museumtuin geƫxposeerd.

Oldenburg is vooral bekend vanwege zijn openbare kunstwerken, waarin hij vaak grote versies van alledaagse gebruiksobjecten weergeeft. In 1964 ontmoette hij Salvador Dalí en raakte geïnspireerd door het surrealisme, een stroming die ook ruim vertegenwoordigd is in Boijmans. Hieruit kwamen zijn soft sculptures voort, zachte versies van objecten die normaal hard zijn, zoals de Soft Washstand (1965).

Deze plastic wastafel is nu aangekocht. De andere aanwinsten zijn de installatie ’Meats’, eveneens van Oldenburg, ’Discs’ van James Rosenquist en ’Interior’ van Tom Wesselman.

De Amerikaan James Rosenquist ontwikkelde in de jaren zestig een geheel eigen beeldtaal, waarbij hij objecten op een uitdagende wijze rangschikt, overlapt en zo spanning creĆ«ert. Tom Wesselman ontleent zijn onderwerpen aan de wereld van ’naughty girls, fast food en Coca-Cola’. Hij neemt ook echte voorwerpen op in zijn levensgrote badkamer- en slaapkamerassemblages. De vier aanwinsten zijn momenteel in het museum te zien. Ze worden vanaf 20 januari opgenomen in de vernieuwde opstelling van de vaste collectie.

mailIcon print |