*

 

Sarah Bernhardt: 19de eeuwse Madonna

Cokky van Limpt − 14/07/07, 00:00

In een unieke overzichtstentoonstelling onthult het Joods Historisch Museum ware feiten over de Nederlands-joodse afkomst van de Franse actrice Sarah Bernhardt.

Niemand kon zó sterven op het toneel als de Franse actrice Sarah Bernhardt (1844-1923). Ze was er dermate bedreven in dat al vanaf 1880 sterfscènes bijna verplichte kost waren in de rollen die ze vertolkte. Met grote verfijning kon ze langdurig haar laatste adem uitblazen, of ze nu gewurgd of vergiftigd werd of zichzelf het leven benam. Op de tentoonstelling ’Sarah Bernhardt: de Kunst van het Grote Drama’, in het Joods Historisch Museum (JHM), tonen foto’s van verschillende sterfscènes haar talent op dit gebied.

Deze eerste ooit aan Sarah Bernhardt gewijde overzichtstentoonstelling, samengesteld door The Jewish Museum New York, geeft niet alleen een beeld van haar roemrijke toneelcarrière en acteertalent, maar ook van de mode en stijl van het fin de siècle. Bernhardt was een van de belangrijkste smaakmakers van haar tijd. Haar theaterproducties, de inrichting van haar huizen en haar garderobe laten een mengelmoes zien van elegante art nouveau en een historische oriëntatie, die afwisselend oudtestamentisch, middeleeuws of oosters van aard was.

De veelzijdige Sarah Bernhardt was behalve actrice ook beeldhouwster, promotor van producten en impresario van theaterstukken. Ze had een geheel bij de smaak van het fin de siècle passende esthetische voorkeur voor morbiditeit. Zo draagt haar gebeeldhouwde bronzen zelfportret vleermuisvleugels en wordt de nek geschraagd door sfinxenklauwen.

In de loop van haar zestigjarige carrière ontwikkelde de ’goddelijke Sarah’ zich tot een tragédienne van wereldformaat en tot internationale superster. Ze kan nog het best worden vergeleken met een hedendaags icoon als Madonna, en zeker ook vanwege de rol die het schandaal in haar leven speelde.

Dat zij zo mateloos beroemd kon worden, is onder meer te danken aan de talloze malen herhaalde afbeelding van haar portret, op foto’s, souvenirs, ansichtkaarten, in reclame voor ontelbare producten – van LU-biscuits tot likeur – op posters van haar eigen toneelvoorstellingen en vanaf 1900 ook in de film. Ze was een pionier in het gebruik van de media.

Geboren vijf jaar na de uitvinding van de fotografie, werd ze de meest gefotografeerde vrouw ter wereld in die tijd. Ze poseerde voor de bekendste kunstenaars, zoals de schilders Victor Clairin en Louise Abbéma (die beiden ook haar minnaars waren), de fotograaf Félix Nadar en de Tsjechische kunstenaar Alphonse Mucha.

Wat zeker ook de vele tienduizenden fans en bewonderaars moet hebben gefascineerd, is de gelaagdheid en ongrijpbaarheid van haar persoonlijkheid. Sarah Bernhardt was in veel opzichten ambivalent en koketteerde ook graag met haar ’dubbele leven’: als dochter van een joodse Amsterdamse was ze joods, maar op haar elfde werd ze ook rooms-katholiek gedoopt. Naar gelang het haar uitkwam noemde ze zichzelf van joodse afkomst danwel rooms-katholiek. In de affaire Dreyfus afficheerde zij zich nadrukkelijk als joodse. Ze koos de kant van de onterecht van spionage beschuldigde joods-Franse legerofficier. De brief die zij Emile Zola schreef ter openlijke ondersteuning van diens aanklacht tegen het Franse leger, is op de tentoonstelling te zien.

Ze was supervrouwelijk maar speelde dolgraag mannenrollen. Dat was op zich niet ongebruikelijk in die tijd, maar Bernhardt buitte de pikante mogelijkheden die dat bood, graag uit. Als Hamlet bijvoorbeeld verscheen zij op het toneel in een korte tuniek en een donkere maillot, die ongegeneerd haar benen in beeld brachten, lichaamsdelen die gewoonlijk verborgen bleven onder de kleding van de respectabele vrouw.

Op seksueel gebied was ze al even dubbel: ze had vele mannelijke minnaars naast een levenslange liefdesrelatie met vriendin Louise Abbéma.

Sarah Bernhardt was een meesteres in het creëren van mythes rond haar leven en afkomst. Zo zou ze Hamlet hebben gespeeld met een houten been en in een doodskist hebben geslapen.

Zelfs voor list en bedrog deinsde zij bij haar eigen mythevorming niet terug, zo blijkt uit het boekje dat de Amsterdamse stadsarchivaris Harmen Snel bij gelegenheid van deze tentoonstelling heeft gemaakt. Dankzij onderzoek in onder meer de hoofdstedelijke archieven kan Snel voor het eerst de waarheid onthullen omtrent de achtergrond van Bernhardts Nederlandse familie: haar joodse grootouders uit Amsterdam en haar in Amsterdam geboren ongehuwde moeder, die als courtisane in Parijs de kost verdiende.

Ook brengt hij de fraude aan het licht die de, inmiddels tot icoon van Frans nationalisme uitgegroeide actrice heeft gepleegd om in 1914 voor een lintje van het Légion d’Honneur in aanmerking te komen. Ze kon dat lintje alleen ontvangen, als ze kon aantonen Française te zijn. Om die reden vervalste ze haar geboorteakte en doopbewijs. Aangezien haar vader onbekend was, maar zijzelf al haar leven lang de achternaam Bernhardt droeg, verzon ze een vader die Edouard Bernhardt heette en een rechtenstudent zou zijn uit Le Havre. Voor haar ongehuwde moeder, die in werkelijkheid – naar Sarah’s grootvader Moritz Bernhardt – Julie Bernhardt heette, verzon ze de nieuwe naam Judith van Hard. Tot nu toe, zegt Snel, hebben kranten en biografen Sarah Bernhardts falsificaties voor waar aangenomen en elkaar daarin blind overgeschreven. Ook de Amerikaanse catalogus bij de expositie maakt zich hier schuldig aan, maar op de tentoonstelling zelf zijn de door Snel onthulde werkelijke feiten over Sarah’s achtergrond wél correct vermeld.

Behalve dat hij Sarah Bernhardts bedrog aan het licht bracht, kwam Snel ook achter gegevens over haar grootvader, die verklaren waarom zij hem haar leven lang zorgvuldig heeft verzwegen. Opa Moritz Bernhardt was namelijk niet alleen brillenverkoper en ’oogheelkundige’ van twijfelachtig allooi – hij deed onder andere staaroperaties op de kermis – maar ook een groot crimineel, misschien wel de beruchtste van rond Amsterdam. Snel: „Hij pleegde kerkroof, ongeveer het ergste wat je als Jood kon doen, was zakkenroller, pleegde diefstal met geweld, en bij een juwelendiefstal uit het koninklijk paleis in Brussel gold hij als hoofdverdachte. Hij was evenwel zo slim en zo goed in het omzeilen van pijnlijke vragen, dat hij nooit veroordeeld is.”

Op de tentoonstelling is, afkomstig uit het bezit van het Nederlands Israëlitische Kerkgenootschap in Amsterdams, het huwelijkscontract te zien uit 1829 van opa Moritz en diens tweede vrouw Sara Kinsbergen. Ook ligt er correspondentie uit 1838 tussen de politie van Marseille en die van Amsterdam, die met de criminele handel en wandel van opa te maken hebben.

Sarah Bernhardt debuteerde in 1862 bij de Comédie-Française in Parijs in Iphigénie. Ze ontwikkelde zich al snel tot een ster door haar hoofdrollen in klassiekers als Phèdre en Le Passant. Na haar vertrek bij de Comédie in 1880 begon haar verovering van het internationale toneel. Ze richtte haar eigen gezelschap op, waarmee ze tot in 1922 over de hele wereld optrad, van Groot-Brittannië tot Rusland en Roemenië, Egypte, Turkije, Noord- en Zuid-Amerika, Zuid-Afrika, Australië, Tahiti. Ook Nederland deed zij verschillende malen rond de eeuwwisseling aan. In de vitrines op de expositie liggen programmaboekjes van de Amsterdamse Stadsschouwburg uit 1897, 1903-1904 en 1910. Haar optreden in Nederland was evenmin geheel schandaalvrij. In 1888 werd haar verboden La Tosca op te voeren in Den Haag, omdat er een verliefde handeling in een kerk in voorkwam. Naar aanleiding van dit incident verscheen in ’de Nederlandsche Spectator’ een karikatuur waarop de actrice gemuilkorfd staat afgebeeld.

Sarah Bernhardt overleed in 1923. Op de documentaire van haar begrafenis is te zien hoe tienduizenden bedroefde Fransen haar begeleidden op haar laatste tocht, naar de Parijse begraafplaats Père Lachaise. Als herhaling de sleutel was van Bernhardts roem, dan was deze laatste film volgens de gast-conservatoren haar paspoort voor onsterfelijkheid.

mailIcon print |