De commissie-Vreeman wil de verkiezingsnederlaag van de PvdA in november 2006 niet volledig in de schoenen van politiek leider Bos schuiven. Weliswaar omschrijft ze de campagne die de PvdA-leider voerde als ’slecht’ en ’beneden peil’, maar ze veronderstelt dat het resultaat niet beter was geweest als Bos een goed geoliede campagne had gevoerd. Dat klinkt, ook door de voorzichtige bewoordingen waarin de veronderstelling wordt gewikkeld, niet erg overtuigend.
Natuurlijk waren er ’omgevingsfactoren’ die het verlies van de PvdA mede veroorzaakten. Zo wijst de commissie op het feit dat de bestuurlijke, compromisgerichte middenpartijen het bij deze verkiezingen moeilijk hadden en stemmen verloren aan hun ’flankpartijen’; het CDA aan de ChristenUnie, de VVD aan de Partij voor de Vrijheid en de PvdA aan de SP. Dezelfde partijen die twee jaar eerder met succes het verzet aanvoerden tegen de Europese grondwet. Dit zal zeker een rol hebben gespeeld, maar feit blijft dat de campagne beroerd was en dat is allerminst een incident.
De commissie-Vreeman constateert dat de inhoudelijke vernieuwing van de partij nog niet was voltooid en ingedaald in de hoofden en harten van de leden; dat de identiteit van de PvdA onduidelijk was en dat de interne regie in de verkiezingsperiode flink rammelde. Dat is nogal wat. Dit leidde ertoe dat Bos na ruim drie jaar oppositievoeren tegen de kabinetten-Balkenende niet voldoende duidelijk kon maken wat zijn partij onderscheidde van pakweg het CDA en de SP en evenmin welke punten zijn prioriteiten waren. Hij bood het CDA de kans hem als ’een draaikont’ neer te zetten. Gebrek aan een sterke organisatie zal de partij parten hebben gespeeld, gebrek aan overtuiging is ernstiger voor een beweging die naar het woord van interim-voorzitter Koole als ’grote, moderne partij links van het midden’ een rol wil spelen bij het vormgeven van de samenleving.
Het kan niet anders of de bevindingen van de commissie leggen een hypotheek op het leiderschap van Bos. Directe gevolgen hoeft het rapport niet te hebben, zoals Bos zelf, partijvoorzitter Koole en rapporteur Vreeman vooral in bijzinnen duidelijk maakten. Dat is begrijpelijk. Bij een leiderschapscrisis is niemand gebaat; de PvdA niet, de coalitie niet en het kabinet niet. Dat levert alleen maar nieuwe politieke verkramping op. Tegenover de kritiek staat bovendien dat Bos zich na de verloren slag om de kiezers in de kabinetsformatie behoorlijk heeft gerevancheerd, niet alleen inhoudelijk maar ook met een veelbelovende bewindsliedenploeg.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.