*

 

Jarvis Cocker: Ik bleek voortreffelijk met mezelf te kunnen samenwerken.

door Annemarie van Looij − 30/01/07, 00:00

Ooit was hij de markante frontman van de Britpopact Pulp. Ooit dook hij samen met grote sterren de studio in. Ooit produceerde hij videoclips voor anderen. Ooit maakte hij deel uit van talloze projecten en hobbybands. Nu vindt Jarvis Cocker het tijd voor Jarvis Cocker.

Met Pulp scoorde hij grote hits als ’Disco 2000’, ’Do You Remember The First Time?’ en het inmiddels tot klassieker bestempelde ’Common People’. Opzien baarde hij in 1996 door een megalomaan optreden van Michael Jackson te verstoren bij de Brit Awards. Maar liefst 24 jaar na de oprichting in 1978 gooiden de leden van Pulp de handdoek in de ring. Ieder ging zijn eigen weg, het gezin was voor velen de belangrijkste keuze om uit de schijnwerpers te stappen. Maar voor Jarvis Cocker was de koek nog niet op.

De zanger en songschrijver stortte zich op diverse projecten en hobbybands (zoals Relaxed Muscle), hij werkte samen met Marianne Faithfull, het elektronische duo The Lovers, Nancy Sinatra en Charlotte Gainsbourg. Hij verscheen in de film ’Harry Potter And The Goblet Of Fire’ waar hij in een tovenaarsband speelde, en daarnaast schreef hij mee aan teksten voor diverse compilatieplaten zoals een hommage aan zijn grote held Serge Gainsbourg.

En toen werd het tijd voor Jarvis: The Sequel, zoals hij het zelf quasi-komisch zegt. Het soloalbum moest er dan toch eindelijk van komen. Eind vorig jaar verscheen de plaat, simpelweg ’Jarvis’ geheten.

„Op een gegeven moment voelde ik het aan. Er zat een album in mij te broeden, een soloalbum. Ik wilde het vooral intiem en persoonlijk houden. De plaat is een analyse van mezelf. Er is in de afgelopen vier jaar veel in mijn leven gebeurd en ik wilde dat allemaal op een rijtje zetten. Ik ben veertig geworden, getrouwd, heb een kind gekregen en ik ben van Londen naar Parijs verhuisd. Dat gaat je niet in de koude kleren zitten.”

„Heel anders dan bij Pulp gaat het nu niet over pornosterren of B-actrices, maar puur over Jarvis.”

„Ik vond het niet moeilijk om dit album alleen te moeten maken. Het is anders, dat wel ja, ik ben meer gewend om samen te werken met anderen. Ik hou ervan om te overleggen en ideeën uit te wisselen. Nu had ik alleen mijzelf en de reflectie in de spiegel. Daarom is de plaat ook zo persoonlijk geworden, het is haast een dagboek. In dertien dagen had ik het af. Belachelijk snel, maar het moest eruit. Ik wist wat ik wilde en bleek voortreffelijk met mezelf te kunnen samenwerken.”

Cocker werkte ook samen met de dochter van zijn held Serge Gainsbourg. „Ah, Charlotte”, zegt hij dromerig. „Eigenlijk is die samenwerking bij pure toeval ontstaan. Ik was op een dag aan het rondstruinen in een Parijse studio waar ik graag wilde werken. Op dat moment was de studio echter bezet, maar de eigenaar zei dat ik best even binnen kon kijken. Dus ik klopte netjes op de deur en tot mijn verbazing deed Nigel Godrich (bekende Britse producer van onder andere Radiohead en Beck) open. Hij was daar bezig met Charlotte en de jongens van Air om tracks te schrijven. Op dat moment hadden ze even geen inspiratie en dus zaten ze met flessen wijn in een donkere studio met waxinelichtjes te blowen. Ze nodigden mij uit om erbij te komen zitten. En van het een kwam het ander.”

De verhuizing van Londen naar Parijs viel de zanger honderd procent mee. Het lukte de typisch Britse Jarvis om zich aan te passen aan de Franse mentaliteit. „Ik moest wel, mijn vrouw is Française. Zij woonde, toen ik haar ontmoette, in Londen, maar verlangde er hevig naar om terug te keren naar Frankrijk. Volgzaam als ik ben, besloot ik om met haar mee te gaan. Voor mij was het hoofdstuk Engeland eigenlijk ook wel klaar, ik moest een nieuwe omgeving om me heen, een nieuw begin. Ik geniet ontzettend van Parijs. Het vreemde is, ik herken mezelf niet meer terug, ik heb echt het gevoel dat de stad mij veranderd heeft. En juist nu ik vanaf een afstand kijk naar Londen en Engeland, heb ik meer stof tot nadenken. Toen ik midden in die stad leefde, kon ik er geen grip op krijgen, het maakte me rusteloos. Dat hoor je ook terug op het album, ik kan zaken beter in perspectief plaatsen. Er is een duidelijke scheiding tussen toen en nu.”

En in het nu is de zanger vader, iets wat hij nooit voor mogelijk had gehouden. Het heeft, in zijn eigen woorden, de cynische en stoïcijnse Jarvis in hem kapotgemaakt. Althans, in het dagelijks leven, het album bruist daarentegen van sarcasme en cynisme. „Ja, dat is grappig om te merken. Het doet iets met een mens, vader worden. Voor mij is het nog meer bijzonder om vader te zijn van een zoon. Doordat mijn eigen vader de benen nam toen ik zeven jaar oud was, heb ik geen enkel referentiekader. Dat is tegelijkertijd beangstigend, maar ook bevrijdend. Want ouderlijke liefde is zo’n puur oergevoel. Natuurlijk ben ik ook kwaad op mijn eigen pa. Het is nu nog confronterender. Als ik naar mijn Albert kijk, dat kleine wezen dat compleet van mij afhankelijk is, dan kan ik niet begrijpen waarom mijn vader mij in de steek heeft gelaten. Ook die woede heeft zijn uitweg gevonden op het album.”

Is er in deze tijden van oude bands die weer bij elkaar komen (Dolly Dots, Pink Floyd, The Police) een kans dat Pulp de draad weer oppakt? „Offcieel zijn we nooit uit elkaar gegaan, niemand van ons heeft gezegd dat het boek Pulp gesloten is. We zijn nog altijd vrienden en we hebben nog contact, dus wie weet. Ik zeg in ieder geval nooit nooit. Maar voor nu is het toch echt tijd voor Jarvis: The Sequel.”

En als een hese voice-over fluistert hij: „De herboren zanger die na een heftig Britpop-ongeluk na lange tijd uit een diepe coma ontwaakt.”

mailIcon print |