*

 

De oude hutongs moeten wijken voor de Spelen

door Leonoor Kuijk − 30/01/07, 00:00

Peking verandert in de aanloop naar de Olympische Spelen van 2008 zo snel, dat bewoners de stad nauwelijks terugherkennen. „Ik denk dat ik straks uren in de file sta.”

’Het gaat zo hard”, zegt vertaalster Wenjun (37), „dat als je ergens een maand niet bent geweest er opeens een weg is, of een nieuwe wijk.” Ze stuurt haar auto behendig een afslag op. „Ik moet hierachter ergens zijn, maar deze wijk was er eerst niet; we moeten even zoeken.”

Zijzelf woont welbewust in een oude buurt in het centrum van Peking, niet ver van de Verboden Stad. Daar kocht ze onlangs een oud huis, dat ze liet opknappen. De buurt is als monument aangewezen, samen met een paar andere oude wijken. Maar in Peking zijn veel van de andere hutongs, oude straatjes, al tegen de vlakte. Op het boerenland rondom de stad verrijzen in snel tempo flats en snelwegen. Auto’s domineren inmiddels het straatbeeld. De fietsers, waar China beroemd om was, moet je met een lantaarntje zoeken. Ze zijn met al die auto’s hun leven niet meer zeker. Er komen in Peking ook parken, groenstroken, nette stoepen, westers aandoende winkelcentra en nog veel meer wat de Chinese hoofdstad op een willekeurige Duitse of Amerikaanse stad doet lijken.

Wenjun heeft gemengde gevoelens. „Op een bepaalde manier is het goed. Maar het is jammer dat de stadsontwikkeling zo ongestructureerd gebeurt. Als een projectontwikkelaar geld heeft en hij weet het te regelen, komt er een nieuwe wijk. Er is geen overkoepelend idee.”

In het grote Tentoonstellingsgebouw voor Stedebouwkundige Ontwikkeling in Peking wordt een andere indruk gewekt. In een van de zalen toont een immense maquette hoe de stad er over een jaar moet uitzien, en dat ziet er allemaal weldoordacht uit. De 35-jarige Wang Bo neemt er foto’s van. „Kijk”, zegt hij, terwijl hij wijst op een gebouw in de buurt van het nieuwe gebouw voor de Chinese staatstelevisie CCTV, ontworpen door de Nederlandse architect Rem Koolhaas. „Hier werk ik. En dit komt er in deze buurt allemaal nog bij.” Hij vindt het interessant. „Het zijn geen belachelijk hoge gebouwen, al komt ook het hoogste gebouw van Peking hier. Het blijft allemaal heel open en toegankelijk.” Hij vindt wel dat er weinig is nagedacht over het vervoer. „Het wordt een drukke zakenwijk, en er werken nu al zoveel mensen. Ik denk dat ik straks uren in de file sta. Aan een metro wordt gewerkt, maar dat schiet niet op. Ze beginnen met de gebouwen.”

Hij werkt zelf bij een projectontwikkelaar, maar wordt nu hij doorpraat steeds kritischer. „Het is bouwen, bouwen, bouwen, de vercommercialisering van Peking is in volle gang. Alles is in korte tijd verschrikkelijk duur geworden. Soms ben ik bang dat ook in Peking, net als in Shanghai en Hongkong, het zakenleven de boventoon gaat voeren. De overheid moet niet uit het oog verliezen dat Peking ook een rol heeft als cultuur- en beschavingscentrum.”

Direct achter het tentoonstellingsgebouw begint de wijk Qianmen, althans wat er nog van rest. De sloop van deze hutongbuurt van oude huizen en smalle straten is in volle gang. Er komen nieuwbouwwoningen voor rijke mensen. Er staan nog maar een paar straten overeind, maar op de maquette op de tentoonstelling liggen alle smalle straatjes er nog vredig bij.

In een piepklein winkeltje in een van de overgebleven straten verkoopt Lu Yu Hia (78) sigaretten, frisdrank en groente in blik. Hier heerst een andere economie. Een mevrouw uit de buurt komt binnen voor wc-papier en betaalt in muntgeld, zo klein van waarde dat het in de tiende centen zou gaan lopen als het naar euro’s werd omgerekend. Het is geld dat een paar straten verderop, rondom het Plein van de Hemelse Vrede en in de drukke winkelstraten waar Gucci en Nokia etaleren, niet meer in omloop is.

Al vier generaties wonen ze hier, vertelt ze. Het winkeltje was ooit van He Sen, die in de tweede helft van de achttiende eeuw een beroemde dienaar was van de toenmalige keizer. Maar nu moeten ze hun huis uit. Van de overheid krijgt het gezin 40.000 euro verhuisgeld als compensatie. „Het is veel te weinig. Hier in de buurt kun je voor dat bedrag al helemaal niets kopen. Dat kan alleen in de nieuwbouw in de verre buitenwijken, uren van hier. En dan nog alleen een klein appartementje. Dat kan niet, want we zijn een grote familie.” Met buurtgenoten probeert ze via rechtszaken de boel te rekken tot 2009. „Als de regering dan veel heeft verdiend aan de Spelen, krijgen we misschien een hoger bedrag.”

Het is hopen tegen beter weten in. Om de hoek zijn de huizen al tot halverwege de steeg gesloopt. Aan de overkant doen ze in een klein restaurantje goede zaken dankzij de sloop. Ze hebben voor de bouwvakkers gekookt en scheppen maaltijden in bakjes van foam. Alle vijf de formicatafeltjes in dit piepkleine lokaaltje zitten stampvol. „Het is dom van de overheid”, zegt de 24-jarige Jing, die op een kantoor werkt en hier zit te eten. „Over een maand bestaat dit niet meer. Ze zouden meer oog moeten hebben voor de cultuur in de stad en deze oude wijk moeten behouden. Straks hebben ze spijt.”

Zelfs uit professionele kring klinkt er voorzichtig protest. De Chinese architect Yung Ho Chang, hoofd van de afdeling architectuur van MIT (het Massachusetts Instituut voor Technologie bij Boston in de VS), waarschuwde vorige maand tijdens een conferentie in Hongkong dat de Chinese steden er met hun woud aan nieuwe flats voor de bewoners niet prettiger op worden. „Ik zie vooral dat steden worden gebouwd met economische bedoelingen.”

Het stadsbestuur van Peking is er intussen van overtuigd dat het goed bezig is en wordt hierin ten volle gesteund door de centrale regering. De stad moet er straks tiptop uitzien. De Olympische Spelen moeten de wereld voor eens en altijd duidelijk maken dat China niet alleen een supermacht is, maar ook een beschaafd land, dat zich kan meten met de westerse wereld. Geld speelt geen rol, want de Communistische Partij heeft geen last van eventuele kritische kiezers die zich afvragen hoe de Partij aan dat geld komt en of het niet beter besteed kan worden aan scholen op het platteland of de bestrijding van de gigantische milieuvervuiling.

De overheid zegt dat ze 20 miljard dollar uitgeeft aan de Olympische Spelen. Dat is een gigantische som geld in een land waar bouwvakkers maar een schijntje verdienen. Het officiële Peking Bouw Comité maakte deze maand bekend dat per 1 februari de salarissen van bouwvakkers, afkomstig van het platteland, zullen worden opgetrokken van 3 euro per dag tot 6 euro.

Het Comité hoopt hiermee extra arbeidskrachten te kunnen aantrekken om de bouw nog sneller te laten verlopen.

De overheid vertelde er niet bij wat zij wil gaan doen aan het feit dat veel bouwvakkers nu minder krijgen dan drie euro per dag, en dat er rechtszaken lopen tegen bouwbedrijven die de lonen niet uitbetalen.

mailIcon print |