De Jeugdzorg kan van psychiaters niet eisen dat zij systematisch alarm slaan als kinderen gevaar lopen door een psychiatrische ziekte van hun ouders. Helpen zal het ook niet.
Directeur Janssen van Bureau Jeugdzorg regio Amsterdam zegt in Trouw van afgelopen zaterdag dat hij met een signaleringsplicht voor psychiaters kinderen beter kan helpen. Psychiaters zouden de jeugdzorg op de hoogte moeten stellen, indien ouders met psychische problemen een gevaar vormen voor hun kind of als zij door hun psychische toestand niet in staat zijn hun kind op te voeden. Nu gebeurt dat niet om privacy- overwegingen.
Dit voorstel lijkt voor de hand liggend, maar het is een te grote vereenvoudiging. Want wie gaat, hoe, het gevaar dat ouders vormen voor hun kinderen vaststellen? Kunnen de medewerkers van Janssens Bureau Jeugdzorg er dan wel wat mee? Dat is de vraag.
Als ouders psychiatrische stoornissen hebben, kunnen zij falen in hun opvoedingstaken. Dat kan een flinke wissel trekken op de ontwikkeling van hun kinderen, tot (levens)bedreiging en de dood aan toe. Het vaststellen van deze zaken ligt op de weg van kinder- en jeugdpsychiaters samen met volwassenen-psychiaters.
Je hebt hier niets aan een natte vinger. Het moet gestructureerd gewogen te worden op basis van goede diagnostiek en met goede communicatie naar de Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg. De zorg voor ouders en die voor kinderen is echter gesplitst, ook binnen de geestelijke gezondheidszorg. Nu worden kinderen uit huis geplaatst met een onder toezichtstelling door Bureau Jeugdzorg, terwijl je ouders met een psychiatrische stoornis die gevaar opleveren voor hun eigen kinderen net zo goed gedwongen in een psychiatrisch ziekenhuis op kan nemen. Het gevaar voor kinderen dient daarom uitdrukkelijker in de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen opgenomen te worden (Wet BOPZ).
Daarnaast dient het gevaar voor de kinderen altijd een uitdrukkelijke overweging te zijn bij het beoordelen van een ouder. De Forensisch Psychiatrische Dienst (FPD) kan bemiddelen. De dienst doet dit al, maar de Bureaus Jeugdzorg maken er weinig gebruik van, terwijl ze juist een link naar de psychiatrie missen, zoals directeur Wiel Janssen bevestigt.
De grote kloof tussen de zorg voor kinderen en die voor volwassenen komt doordat we dat in Nederland zo georganiseerd hebben. Die kloof wordt nog dieper doordat de vele instanties langs elkaar heen werken. Veel kinderen krijgen daardoor niet de zorg die zij nodig hebben. Er zijn daardoor de laatste jaren heel wat zaken tragisch geƫindigd.
Ik denk dat medewerkers van bureaus Jeugdzorg er niets mee kunnen als hun wordt verteld wat de ouders mankeren. Ik spreek uit ervaring. Er bestaat een structureel kennisprobleem bij de (veelal jonge) medewerkers van Bureau Jeugdzorg over de diagnostiek en de mogelijkheden van zorg bij psychische stoornissen. Ook weet men onvoldoende van de wettelijke kaders en is er een groot personeelsverloop. Misschien is het kennistekort soms zelfs zo groot dat men niet meer door heeft dat men de kennis mist en dat men van buiten kennis zou moeten inroepen. Dat leidt soms tot tekortschietende diagnostiek, onvoldoende zorg en ongelukken.
Buiten het inschatten van gevaar en de kennis van de medewerkers zijn er ook nog andere zaken van belang. Er bestaat een grote spraakverwarring door de verschillende referentiekaders van de jeugdzorg en de gezondheidszorg. Gevolg: misverstanden over zorg en behandelmogelijkheden van kinderen en ouders. Daarnaast is er een falende bureaucratie: gegevens van eerdere diagnostiek of zorg zijn niet bekend of worden niet overgedragen, zodat onderzoeken opnieuw worden uitgevoerd. Er is geen goed volgsysteem of zorgregister voor kinderen die in gevaar verkeren zodat ook onduidelijk is wie welke verantwoordelijkheid heeft bij riskante situaties. Vaak weet men niet dat het kind of het gezin ook elders bemoeienis heeft, zoals ook bleek uit het gezamenlijk inspectierapport uit 2004 van het gezinsdrama in Roermond (kinderen uit probleemgezin overleden bij brand).
Veel instellingen zijn druk met zichzelf als gevolg van hun grootte, door structurele problemen, door uitbreiding van taken, door reorganisaties en fusies, doordat ze afgerekend worden op ‘output’ waardoor er weinig samenhang en samenwerking is met andere instanties voor kinderen die in gevaar verkeren of ouders die gevaar veroorzaken.
Er zijn geen eenvoudige oplossingen voor gevaarvolle situaties van kinderen van ouders met psychiatrische stoornissen. Zwarte pieten zijn niet uit te delen zijn. Er valt wel veel te verbeteren, maar een meldingsplicht voor psychiaters leidt tot niets als de ontvanger van de melding er niet mee uit de voeten kan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.