Het gaat slecht met de emancipatie van vrouwen in Nederland. Ze zijn niet vooruit te branden. Ze kiezen voor kleine baantjes, naast de kinderen. En ook als ze geen kinderen hebben, ontbreken de ambities en zijn deeltijdbanen de norm. Als ze wel voltijds werken, zijn hun kansen beperkt. Het glazen plafond is nog steeds niet aan gruzelementen. Elma Drayer beschreef dit vorige week treffend.
Toch gaat dit veranderen. Binnenkort zullen vrouwen een overheersende rol spelen in de samenleving. Een logisch gevolg van de stormachtige ontwikkelingen in het onderwijs. De dames stuiven vooruit en laten de mannen ver achter zich. In het voortgezet onderwijs zijn meisjes sneller en scoren beter. Ze maken hun opleiding vaker af. Voor het eerst in onze geschiedenis volgen méér vrouwen hoger onderwijs dan mannen. Ze studeren bovendien sneller en halen hogere cijfers. Mannen haken vaker af. Dat geldt ook voor de onderkant van de ladder. Onder de jongeren zonder diploma zijn mannen oververtegenwoordigd. De opmars van de vrouwen is internationaal, althans in de ontwikkelde landen. In Zweden maken vrouwen inmiddels 60 procent uit van de studenten in het hoger onderwijs. Wij lopen achter, zoals altijd bij vrouwenemancipatie. Maar ook hier speelt het. In studiejaar 2003-2004 was 58 procent van de afgestudeerden aan het HBO vrouw .
Hoe het komt dat meisjes het plotseling zoveel beter doen, is niet duidelijk. De feminisering van het onderwijs speelt een rol. Op scholen zijn de vrouwelijke docenten nu verreweg in de meerderheid. Zij doen een beroep op de talige kanten van de leerlingen. Hiermee spreken zij vooral de meisjes aan. Bovendien ontwikkelen jongens zich veelal langzamer dan meisjes. In het huidige schoolsysteem, waar doorstroomsnelheid van de leerling centraal staat, vallen ze dan eerder af. Vroeger kon je blijven zitten en zo rijpen. Onze economie is ook meer gericht op communicatie, emoties en empathie. Deze eigenschappen passen beter bij meisjes. Een nieuw, feministisch leiderschap past daarbij.
Deze ontwikkelingen moeten zich wel voortzetten op de arbeidsmarkt. Zelfs in Nederland. Zeker nu in de volgende decennia steeds meer banen openvallen door de vergrijzing en de pensionering van oude mannen. Vooral in de hogere regionen dreigt personeelstekort. Bedrijven gaan dan jagen op de vrouw die thuis zit. Met alle mogelijke middelen wordt ze naar het werk gelokt.
Wraaklustige feministen kunnen nu fantaseren over glorieuze tijden. Geen old boys network meer, maar een verbond van grumpy old women aan het roer. Mannen, die zich in bochten wringen om een commissariaat te bemachtigen. Daarvoor moeten zij bij headhunters zijn, die niet langer koppensnellers heten, maar koppelaarsters. Een nieuwe sfeer op het werk. Vergaderingen gaan sneller, omdat vrouwen korte metten maken met de mannelijke rituelen van zelfverheffing. Vrouwen die meer verdienen dan mannen, ook als zij hetzelfde werk doen. Sociaal krijgen vrouwen vervolgens een benijdenswaardige positie. Ze trouwen niet meer ’omhoog’ met een man die een hogere status heeft, maar omgekeerd: de man vlast op een hoger opgeleide vrouw. Vaak is zij ouder dan hij. Eindelijk gerechtigheid.
Maar helaas voor de doorgewinterde mannenhaatster, zo’n maatschappij is niet aanlokkelijk. De beste prestaties komen uit gemengde teams, waar mannen en vrouwen elkaar aanvullen. Een maatschappij moet het beste halen uit iedereen, op alle niveaus. Geen kans mag onbenut blijven. Een onderklasse van mannen zonder diploma’s is bovendien gevaarlijk. Zij worden geen werkster of oppas, maar gaan vaak de misdaad in.
Dit betekent dat we niet alleen emancipatiebeleid moeten voeren om onze vrouwen langer aan het werk te krijgen en het glazen plafond op te ruimen. Het moet ook gericht zijn op de jongens. Die moeten bij de les blijven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.