Notarissen moeten volgens de minister van justitie weigeren mee te werken aan ’sharia-testamenten’. Dat gaat te ver. Iedereen is nu eenmaal vrij zelf de erfenis te verdelen.
De Amsterdamse hoogleraar Ruud Peters, expert islamitisch recht, meldde onlangs dat sommige moslimouders in Nederland testamenten laten opstellen conform de sharia. Dochters krijgen de helft van wat zonen ontvangen. Geert Wilders stelde Kamervragen, waarop minister Hirsch Ballin antwoordde dat notarissen hun diensten moeten weigeren als ze vermoeden dat het gaat om een shariatestament (Trouw, 23 december).
De minister verwees daarbij wel naar het in het Nederlandse erfrecht verankerde beginsel dat in Nederland iedereen in principe vrij is wat betreft de inhoud van zijn testament. Dat behoeft nuancering en aanvulling.
De ’testeervrijheid’ hangt samen met het recht op zelfbeschikking, een hoofdbeginsel van ons burgerlijk recht. Deze vrijheid omvat niet alleen de vrijheid om een testament te maken, maar ook de vrijheid een testament te maken ten behoeve van wie men wil én naar eigen inzicht de inhoud, werking en de voorwaarden te bepalen.
Er zijn wel enkele beperkingen, zoals verplichtingen tegenover echtgenoten (de zorgverplichting voor langstlevende) en kinderen (de legitieme portie). Dat houdt echter niet in dat de kinderen ieder een gelijk deel van de erfenis moeten krijgen. Als kinderen onterfd worden, maken zij aanspraak op ten minste de helft van wat hun zonder testament toekomt. Het is hoogst merkwaardig dat de partij van Wilders, die voor vrijheid zegt te staan, dergelijke elementaire vrijheden wenst te beperken.
Het is niet bij wet verboden om in het testament onderscheid te maken tussen de kinderen. Hiervoor kunnen goede redenen zijn, bijvoorbeeld als broer of zus reeds tijdens het leven van de erflater zijn bevoordeeld, bijvoorbeeld met de bekostiging van een studie. Ook subjectieve voorkeuren mogen een rol spelen. Al is het onderscheid in de ogen van buitenstaanders onredelijk, het valt onder de testeervrijheid en is dus in beginsel toegestaan.
De wetgever is terecht zuinig geweest met de mogelijkheden om een testament aan te tasten. Een testament is alleen nietig als de inhoud daarvan strijdig is met de goede zeden of openbare orde. Het is aan de rechter om dat te beoordelen. Mede gelet op de al bestaande beperking dat elk testament moet voldoen aan de zorgverplichting voor de langsleven en de legitieme portie voor kinderen, ligt het niet voor de hand om om shariatestamenten in strijd te oordelen met de goede zeden of openbare orde.
Minister Hirsch Ballin vindt weliswaar dat het onwenselijk is wanneer dochters slechts de helft zouden erven van wat zonen erven, maar voor het verbieden van een shariatestament is een expliciete wijziging van de wet nodig. En dat is onwenselijk, omdat dan het recht op zelfbeschikking te zeer uitgehold raakt. U en ik mogen in onze privésfeer discrimineren. U hoeft niet iedereen thuis uit te nodigen, u mag desnoods slechts blanke vrienden uitnodigen. Een wetswijziging is ook lastig omdat een differentiëring naar de motieven van erflater – die overigens zelden in het testament genoemd worden – nodig is. Dit roept de vraag op wanneer discriminatie in de privésfeer nog toegestaan is en wanneer niet. Staatssecretaris Cohen kreeg tijdens de parlementaire behandeling van het homohuwelijk in 2000 de vraag van de SGP over testamenten. Cohen zei toen dat daarin inderdaad onderscheid gemaakt mag worden tussen hetero- en homohuwelijken.
Alleen indien de wetgever een andere kant wenst op te gaan, is alertheid geboden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.