*

 

’Wij praten amper met de jongens’

Van onze verslaggever − 20/01/07, 00:00

Sila Erciyas (16) is een van de weinige meiden die op vrijdagavond in het paars en groen geschilderde jongerencentrum ’t Honk komen. Haar moeder is daarom zelf maar eens gaan kijken.

„Eerst was ik het enige Turkse meisje, inmiddels zijn we met z’n tweeën. Wij praten amper met de jongens. Zij weten hoe wij zijn. De meesten hebben liever niet dat hun zusjes daar zouden komen. Maar mijn broertjes zijn er ook. Ik heb nooit het gevoel gehad dat de jongens me raar aankijken of zo. De mensen hier in Oss weten alles van elkaar en ze kennen mij. Ik ben dat meisje van het TBL (Titus Brandsma Lyceum), de kakschool. Ze vinden mij veel te wijs. De jongens weten ook wel dat ze van mij weerstand kunnen verwachten.”

„Kort voor het debat met Prem Radhakishun, anderhalf jaar geleden, kwam ik hier voor het eerst. We kregen discussietraining en ik werd winnaar van het debat. Ik wist helemaal niet dat er zoiets bestond. Daarna heb ik wel geprobeerd andere meisjes mee te nemen, maar de een mocht niet van thuis en de ander had geen zin.”

„’t Honk heeft een slechte naam, er komen bijna alleen maar jongens en er wordt geblowd. Bij ons op school gymmen we samen en er wordt gedeald, maar toch wilde ons mam hier komen kijken. Dat zouden andere ouders ook moeten doen. Bij Turkse meisjes moet het altijd officieel zijn. Ouders zijn ook wel bezorgd dat hun zoons niet met verkeerde vrienden omgaan, maar ze willen altijd weten waar hun dochters mee bezig zijn.”

„Ik denk dat het beter is om de groepen niet meteen te mengen. Eerst moet er een soort verzuiling zijn, dat heb ik net bij geschiedenis gehad, en daarna krijg je secularisatie. Als de meisjes een aparte dag krijgen in het jongerencentrum, komen er vast veel meer.”

mailIcon print |