*

 

Politie verzweeg roofoverval

Rob Pietersen − 23/06/07, 00:00

Zijn vrouw werd gemolesteerd in hun winkel in Amsterdam-Slotervaart, dus belde hij het stadhuis. „ Nu wil ík thee drinken met Cohen.”

„Diefstal, dat gaat nog wel. Dat hoort er jammer genoeg tegenwoordig bij. Maar een overval met geweld – ze moeten niet aan m’n vrouw komen.” Het is de monoloog van een woedende winkelier die anoniem wenst te blijven.

„De maat was voor mij vol. Ik heb meteen naar het stadhuis gebeld en gezegd: nu wil ík wel eens met Cohen thee drinken. Overal hoor je om je heen dat de burgemeester weer ergens met Marokkaanse jongens, Turkse moeders of allochtone buurtvaders heeft gesproken. Daar heeft -ie blijkbaar voldoende tijd voor. Maar nu ben ik aan de beurt. Cohen komt woensdag; ik ben benieuwd hoe hij mij gaat pamperen.”

„Marcouch en Asscher, ze luisteren beleefd. Ze luisteren altijd beleefd, maar wat gebeurt er nu eigenlijk? Ik krijg uitnodigingen voor buurtbijeenkomsten om ons verhaal te vertellen. Maar ik heb geen zin in dat eindeloze geleuter. Ik wil verbeteringen zien.”

„ Er gaat weer twee miljoen euro subsidie deze kant op om de wijk te verbeteren. Straks krijgt het gymclubje met twee allochtone vrouwen weer een flinke donatie. En wij dan? Waarom kom ik met mijn dure veiligheidssysteem, met camerabewaking en mijn rolluik niet voor subsidie in aanmerking?”

„Je ziet het, je voelt het als ze binnenkomen. Meestal met z’n drieën. Die moet je in de gaten houden. Maar als het dan weer een tijdje goed gaat, ben je niet zo scherp meer. Het is ook helemaal niet leuk achterdochtig te moeten zijn.”

„Als winkelier mag je niets. En dat weten ze dondersgoed. Als je ze aanraakt om ze vriendelijk naar buiten te begeleiden, beginnen ze over hun rechten. De winkelier moet het met woorden oplossen, ook als ze met hun mesjes tegenover je staan. ”

„Jaren geleden geleden hebben we de koopavond afgeschaft. Vlak daarvoor waren de buren beroofd, medewerksters waren vastgebonden. Dat risico wil je toch niet lopen voor een paar rotcenten? Als je hier in de wijk ’s avonds niet over straat hoeft, dan doe je dat niet. Dan gaat toch geen mens winkelen? Soms waren we de hele avond open en was de omzet lager dan de rekening van de afhaal-italiaan.”

„Er zijn nog een paar winkels die langer op de koopavond open bleven. Die waren snel daarna aan de beurt. Het is gewoon niet leuk meer. Bij de Albert Heijn heeft het personeel volgens mij nu opdracht gekregen de winkeldieven met hun zakken vol rustig te laten gaan. Want als ze een mes trekken, wordt het allemaal nog veel vervelender.”

„Ik snap wel waarom mensen de wijk uit vluchten. Kijk eens rond: hier wil je toch niet wonen? Ik wil niet met mijn naam in de krant, je mag niet vertellen waar m’n winkel precies staat. Je moet hier voortdurend op je hoede zijn. Dat is toch geen leven?”

„Mijn vrouw zei meteen: we laten ons niet wegjagen. Maar ik weet het niet. Ik overweeg te stoppen. Volgend jaar kan ik de huur opzeggen. Mijn vrouw is een harde. Maar ze gaat nu wel Wilders stemmen. Die kant gaat het op.”

mailIcon print |