*

 

’Jeugd gedijt alleen in prettige omgeving’

Fred Buddenberg − 23/06/07, 00:00

Als tenniscoach vindt Michiel Schapers dat kinderen langer in hun eigen vertrouwde omgeving moeten blijven. En dat ze hun school moeten afmaken. „Bewaak vooral de basis.”

Een bevriende coach omschreef hem eens als volgt: Michiel Schapers is soms een blaffende hond, maar bijten doet hij niet. In die typering kan de Eemnesser zich wel vinden. „Ik ben vrij direct”, zegt hij in de kantine van het Amsterdamse Frans Ottenstadion. „Ik vertel geen verhaaltjes en zeg altijd precies waar het op staat. Dat maakt je niet populair, maar ik doe alles om het Nederlandse tennis vooruit te helpen.”

De liefde van Schapers (47) voor de tennissport is onvoorwaardelijk. Dat stelde hem in staat veel drempels te nemen. Als tennisser haalde hij voornamelijk op eigen kracht de 25ste plaats op de wereldranglijst. Als coach werd hij deze eeuw tweemaal door de tennisbond aan de kant gezet. In 2000 moest hij opstappen als captain van de Davis Cupploeg en in 2004 werd zijn contract als coach van Jong Oranje beƫindigd.

Schapers heeft beide aanvaringen met de bond achter zich gelaten. Hij wil de incidenten niet meer oprakelen. „Dat de spelers in 2000 een andere Davis Cupcoach wilden, dat kon ik wel accepteren. Dat gaat zo in de sport. In het tweede geval was er sprake van persoonlijke rancune. Er werd op de man gespeeld en er werd niet gekeken naar prestaties. Dat heeft mij destijds wel geraakt.”

Na het voortijdig einde van zijn negenjarig dienstverband met de bond richtte de geboren Rotterdammer een eigen bedrijf op: Michiel Schapers international tenniscoaching BV. Hij runt die opleiding samen met Jeroen Rinkel, die zich bezighoudt met kinderen van acht tot veertien jaar, terwijl Schapers verantwoordelijk is voor de groep van veertien jaar en ouder. Op de achtergrond speelt Martin Simek, Schapers’ ex-coach, een rol als adviseur.

Doelstelling is om in een plezierige omgeving het beste uit de talenten te halen. „Het is belangrijk dat kinderen langer in hun eigen vertrouwde omgeving blijven. Er zijn uitzonderingen, Sjarapova ging op haar achtste naar Bollettieri. We moeten ons afvragen of we niet te serieus bezig zijn met iets wat eigenlijk die serieuze aandacht nog niet verdient. Er wordt met jonge kinderen omgegaan alsof ze een stuk ouder zijn. Selecteren, uitselecteren, criteria-predikaten, daar geloof ik niet in bij de jeugd. Breng ze niet in verwarring en bewaar vooral de basis.”

De Nederlandse weg naar de top heeft altijd het eindexamen als tussenstation. In het buitenland wordt die route vaak als een onbegaanbare omweg bestempeld. Waarom een extra drempel opwerpen die onnodige vertraging veroorzaakt? Schapers: „Jongens als Haase en Sijsling hebben hun eindexamen gehaald. Dat is nu een gegeven in Nederland. Daar kan je over klagen, maar je kunt daar ook je kracht van maken. Het is veel waard als iemand zijn schoolopleiding op een goede manier afrondt. Het geeft zelfvertrouwen en het is goed voor je ontwikkeling.”

„Wij hebben in het verleden bewezen dat het geen beletsel is voor het bereiken van de wereldtop. En dat is nog steeds zo. Een heleboel mensen proberen mij ervan te overtuigen dat het niet zo is. Lariekoek. In Amerika volgen veel spelers het Haarhuis-pad, gaan eerst naar college en daarna aan de slag. Ik ken een Zuid-Afrikaanse jongen, Kevin Anderson. Hij heeft een goed stel hersens, maar hij is nog niet zover om het circuit in de te gaan. Dan heb je kans dat hij tegen een muur aanloopt. Voor hem is het goed eerst naar college te gaan.”

Bij kinderen is de ontwikkeling belangrijker dan de prestatie. Schapers weet dat er veel op baseline-slagen wordt getraind, maar hij vindt ook dat Nederland de erfenis van het eigen succes niet moet verloochenen. De Nederlander is van nature een aanvallende tennisser, met een goede service en een dito volley. „Er wordt beweerd dat het tegenwoordig niet meer mogelijk is om service-volley te spelen, omdat alles te hard gaat. Nee, de mensen kunnen niet meer volleren en dan kun je inderdaad geen service-volley spelen.”

„Je kunt het dus ook omdraaien. Je leert mensen volleren en dan kan er iemand tussen zitten die later die aanvallende speelstijl hanteert, die ons zoveel succes heeft gebracht. Bij ons trainen leren we de kinderen volleren met een houten racket. Je moet dan een perfecte techniek hebben en de bal precies in het midden raken. We zijn een aanvallend, creatief volk. Wie zijn er bij ons goed geworden: Krajicek, Siemerink, Eltingh, Schultz, Oremans en ga maar door.”

mailIcon print |