Alcoholpreventie mag best in samenwerking gebeuren met de drankindustrie. De Bob-campagne bewijst dat dit goed kan.
In ons land ligt het samen optrekken van overheden en maatschappelijke instellingen met de alcoholbranche nog altijd stevig onder vuur. Zo zou de aanpak van het drankprobleem worden vertroebeld als het kabinet daarover regelmatig praat met het bedrijfsleven.
De redenering is dat ’Den Haag’ en het particuliere initiatief niet met fabrikanten en hun brancheorganisaties aan dezelfde tafel moeten willen zitten. Alcoholpreventie vereist immers voortdurend geducht en onafhankelijk stelling nemen tegenover de drankindustrie.
Terecht kijken de ministeries daar anders tegen aan. „Het kabinet verwacht dat door dialoog in een vroegtijdig stadium van beleidsvorming draagvlak bij de uitvoering van het alcoholbeleid naar beste vermogen aldus gerealiseerd kan worden”, schreef minister Hans Hoogervorst (volksgezondheid) al in het najaar van 2003 aan de Tweede Kamer.
Zijn ministerie tekende hierbij een jaar eerder wel aan dat voorlichting aan het publiek om overmatig alcoholgebruik tegen te gaan altijd onafhankelijk van het belanghebbende bedrijfsleven moest gebeuren.
Dat is ook zo. Maar er zijn volgens het ministerie van volksgezondheid wel een paar uitzonderingen op die regel, zoals bepaalde projecten over rijden onder invloed. De Bob-campagnes, met elkaar afspreken wie er rijdt en dus niet drinkt, zijn hiervan elke zomer en winter een prachtig en geslaagd voorbeeld.
Deze brede publiek-private samenwerking staat onder regie van het ministerie van verkeer en waterstaat en omvat drie groepen. Overheden (rijk, provincies, gemeenten, politie en justitie), maatschappelijke organisaties (Veilig Verkeer Nederland, TeamAlert) en de alcoholbranche met de horeca.
De Bob-bijdragen aan het terugdringen van alcoholmisdrijven in het verkeer mogen er intussen zijn. Sinds de invoering van de wettelijke alcoholgrens van 0,5 promille zaten er op uitgaansavonden nog nooit zo weinig automobilisten met te veel drank op achter het stuur.
Het gaat om 2,8 procent van de automobilisten, terwijl dat percentage vijf jaar eerder nog 4,2 bedroeg. Ook het aantal verkeersdoden als van alcoholgebruik blijft alsmaar dalen. Volgens minister Karla Peijs (verkeer) daalde die van 170 doden in 2001 (toen de Bob-campagne begon) naar 115 doden in 2005.
Onder invloed van de alcohol-verkeerscampagnes verdubbelde in die jaren het aantal alcoholtesten door de politie. In dezelfde periode timmerden overheden, maatschappelijke organisaties én de alcoholbranche met de horeca gezamenlijk aan de weg via de gesmeerd lopende en niet betuttelende Bob-campagne.
Evaluaties laten zien dat deze bij het publiek gewaardeerde campagnes vooral een positief effect hebben op de grootste groep van matige drinkers. En dat is ook de bedoeling. Daarmee is succesvol aangetoond dat brede samenwerking in het alcoholbeleid veel vermag.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.