*

 

Bij Langerlust onderaan beginnen

Wybo Algra − 19/05/07, 00:00

Mensen die het allermoeilijkst aan werk te helpen zijn, gaan in een speciaal daartoe opgezet vergadercentrum met brasserie het horecavak leren.

’Mo’ (35) heeft nog geen dak boven zijn hoofd, maar wel een baan. Slapen doet hij voorlopig nog bij Hulp voor Onbehuisden, werken in het splinternieuwe vergader- en congrescentrum Langerlust: schoonmaken, afwassen, tuinonderhoud. „Prachtig”, oordeelt hij over zijn nieuwe werkplek, en gelijk heeft hij. De tuin en de omringende terrassen zijn nog niet helemaal klaar, maar binnen ziet de verbouwde boerderij er al piekfijn uit.

Langerlust ligt aan de rand van recreatiegebied Gaasperplas in Amsterdam-Zuidoost. De officiële opening is net achter de rug, de eerste koffiedrinkers druppelen binnen in de brasserie. Ook de reserveringen voor vergaderingen komen op gang, en de eerste bruiloft en babyborrel zijn geboekt. En dat terwijl manager John van de Ven het voorlopig even rustig aan wil doen: „Het doel is niet om mensen hier gek te maken.”

Want Langerlust heeft een bijzonder personeelsbestand. Hier gaan mensen aan de slag die het op de arbeidsmarkt het allermoeilijkst hebben: jongeren met gedragsproblemen, ’thuiszitters’ uit het speciaal onderwijs, drugsverslaafden, mensen met psychiatrische problemen. Zij krijgen een vakopleiding in de horeca waarna ze hopelijk niet (meer) van een uitkering afhankelijk zijn maar zelf hun brood kunnen verdienen. In de sociale werkvoorziening bijvoorbeeld, maar liefst met een reguliere baan.

Dergelijke ’leerwerkbedrijven’ zijn er meer. Sociale werkvoorziening Pantar Amsterdam heeft er al twintig. Maar Langerlust is niet zomaar nummer 21. In de bestaande leerwerkbedrijven bevinden zich onder meer een schildersbedrijf, een tuinderij en een wasserij.

In Langerlust worden mensen opgeleid voor een vak waarin het werken met mensen centraal staat. Dat maakt het extra spannend. Leo Houtkamp weet als geen ander hoe lastig het is. Hij is praktijkleraar schilderen en begeleidde mensen uit dezelfde ingewikkelde doelgroep die de afgelopen anderhalf jaar hielpen bij de verbouwing van Langerlust. „Aan motivatie ontbreekt het niet”, zegt Houtkamp. „Maar voor de meesten zit een baan bij een commercieel bedrijf er niet in.” Op tijd komen, de juiste spullen bij elkaar zoeken, zelfstandig een aantal klussen afwerken: het blijkt voor zijn pupillen allemaal vaak bijzonder lastig. Velen zullen het niet redden, bevestigt Peter Veth, manager reïntegratie van Pantar. Maar toch, bij de andere leerwerkbedrijven lukt het in 50 procent van de gevallen om mensen uit een uitkering te houden. Eén op de drie daarvan vindt een reguliere, niet-gesubsidieerde baan. „In Langerlust gaan we proberen tachtig tot honderd mensen per jaar op te leiden. 60 procent jongeren, 40 procent volwassenen die soms twintig of dertig jaar niet hebben gewerkt, of helemaal nooit. Als per jaar twintig deelnemers een reguliere baan vinden, zijn we dik tevreden. Ze hoeven geen sterrenkok te worden. Als ze hier even verderop in het Golden Tulip Hotel een baan vinden als ontbijtkok, is dat prachtig.”

In Langerlust begint iedereen onder aan de ladder, in de spoelkeuken. Het mooie kelnerspak moeten ze verdienen, evenals het officiële diploma dat een opleiding straks naar verwachting zal gaan opleveren. Gesprekken hierover zijn nog gaande met de ROC Hotel & Horeca zijn nog gaande.

Aan Langerlust wordt onder meer meebetaald door het stadsdeel Amsterdam-Zuidoost, de gemeente en uitkeringsinstantie UWV. De tarieven zijn marktconform, om andere restaurants en vergadercentra niet uit de markt te prijzen. Maar het is geen commercieel bedrijf, benadrukt manager John van de Ven. „De winst zit in het mensen aan het werk krijgen, zodat ze geen uitkering meer nodig hebben.” In dakloze ’Mo’ heeft hij een groot vertrouwen: die wordt nog wel kok, dat heeft hij in zich. De avond voorafgaand aan de opening heeft hij al voor de hele club een Marokkaanse salade gemaakt.

mailIcon print |