*

 

’Rechters zijn soms enorme bangeriken’

Hélène Butijn en Adri Vermaat − 19/05/07, 00:00

Rechters moeten zich veel meer dan nu verantwoorden voor de overwegingen die zij hebben gemaakt bij de vaststelling van een straf.

Peter Tak, hoogleraar strafrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen, maakt zich zorgen over de kwaliteit en de continuïteit van de rechtspraak in Nederland.

„In de Nederlandse discussie wordt enorm gehamerd op de positie van de onafhankelijke rechter. We willen er niet aan om kritisch te zijn over de rechterlijke macht. Voor een moord kan de rechter één dag tot dertig jaar opleggen. En daartussen heeft hij alle vrijheid. In andere landen is de vaststelling van de straf vaak beter, zijn vonnissen duidelijker. Laat zien hoe het zit, waarom er precies strafverzwarende of verzachtende omstandigheden zijn die van invloed zijn op het vonnis.”

Volgens Tak baseren rechters zich toch vooral op het strafdossier dat het Openbaar Ministerie voor hen samenstelt. „In Nederland bepaalt het OM het kader voor de straf.” Ook hierom is het volgens hem van belang om in vonnissen precies aan te geven welke factoren in het voordeel of nadeel van de verdachte spreken.

Uit onderzoek van de commissie- Deetman, eind vorig jaar, bleek dat uitgerekend rechters kritisch zijn over de kwaliteit van hun werk. Dat rechtbanken in financiële zin worden afgerekend op prestaties, gaat ten koste van de kwaliteit en leidt tot onvrede over de hoge werkdruk. Tak: „Wat je ziet is dat het vertrouwen in de rechterlijke macht niet toeneemt. Het is niet transparant. Dat mag gezegd worden. Maar rechters kunnen ook zelf het initiatief nemen om duidelijker te zijn over de straftoemeting. Dat durven ze niet, ze zijn soms enorme bangeriken.”

Als voorbeeld noemt de hoogleraar de recente gang van zaken rond een 18-jarig getuige in een verkrachtingszaak voor de rechtbank in Almelo. De officier van justitie wilde niet dat het kwetsbare meisje in de rechtszaal zou worden geconfronteerd met de verdachte en stelde de rechters voor haar in een kamer ernaast te horen, met behulp van videoapparatuur. Toen de rechtbank vasthield aan het horen van het meisje in aanwezigheid van de verdachte, trok de officier zich terug en ging de verdachte vrijuit.

Op welke grond de rechtbank besloot de getuige toch in de rechtszaal te willen horen, is onbekend. De rechters beroepen zich op het ’geheim van de raadkamer’. Tak: „Het geheim van de raadkamer gaat over stemmen. Wat in Almelo is gebeurd, is maatschappelijk onverantwoord rechtspreken. Ethisch kan dit niet, de rechtbank moet dit motiveren. Dat is in ieders belang.”

mailIcon print |