Een flinke januari-storm heeft oostelijk Flevoland nieuwe natuur gegeven: liggend bos.
In natuurgebied de Harderhoek spreken ze niet van stormschade. Windkracht tien en twee hevige onweersbuien maaiden op 18 januari tien procent van alle populieren neer. Volgens de beheerders wordt het er alleen maar mooier op.
Zevenduizend bomen zijn omgewaaid, afgebroken of half ontworteld. Vlakbij pannekoekenhuis Hans en Grietje in Zeewolde is de ravage het grootst. Daar is een bos van veertig hectare (zo’n twintig voetbalvelden) verworden tot een vlakte. Er staat nog een enkele populier overeind, maar het merendeel ligt schots en scheef over elkaar.
Omgerekend naar hout, ligt er 20.000 kuub plat. In de wirwar is het haast onmogelijk om te oogsten. „Een vrachtwagen zou een jaar bezig zijn om alles af te voeren”, zegt boswachter Age Boonstra van Natuurmonumenten.
De boswachter wil niet eens. Terwijl veel collega’s zo’n chaos ervaren als een enorme kostenpost, wijst Boonstra op de uitlopers die overal uit de stammen schieten, kaarsrecht omhoog.
„Populieren zijn heel flexibel. Ook al hebben ze behoorlijke wortelschade en ligt de halve kluit uit te drogen, hun kroon staat al weer in het blad.” Ook op de grond, waar voor het eerst zonlicht doordringt, kiemen nieuwe bomen. „Eindelijk krijgen ook essen, iepen en elzen de kans. Het bos wordt veel gevarieerder.”
Dertig jaar geleden was eentonigheid juist de opzet. De populieren werden toen puur voor de houtoogst geplant, in keurige rijen, zelfde soort en leeftijd per vak. Hoewel Natuurmonumenten niet aan houtoogst doet, wilde ze het saaie bos tien jaar geleden graag hebben. Ze had wel leden in Flevoland, maar geen natuurgebieden.
„Ik schaam me niet voor die strakke rijen”, zegt Boonstra. „Juist in de schaduw van die populieren heb ik de afgelopen tien jaar de mooiste dingen zien gebeuren. Maar eerlijk is eerlijk, inmiddels is het een stuk spannender en dynamischer. Met natuurbeheer zijn we nu wel klaar.”
Overal steken enorme kluiten uit de grond. Half onder de wortels zijn poeltjes ontstaan met regenwater. Ze trekken bruine kikkers en libellen en er zwemmen kikkervisjes. Tussen de wortels en brokken aarde heeft een winterkoninkje zijn nest gebouwd. En zelfs al redt zo’n boom het niet, de wortels laten een gat en een bult achter.
Age Boonstra: „Een nieuw natuurgebiedje op microniveau, waar nieuwe planten kunnen groeien. Op dood hout gedijen weer allerlei parasitaire schimmels en paddenstoelen.”
De wielewaal, die zijn nesten heel hoog in populieren bouwt, is niet zo blij met de nieuwe situatie. Spechten kunnen zich daarentegen uitleven op afgebroken hout. En als zo’n specht eenmaal een hol heeft getikt, kan dat weer gekraakt worden door boommarters. Ook de bevers, die sinds een jaar in de Harderhoek wonen, gaan er op vooruit. Populierentakken zijn opeens bereikbaar, nu ze op de grond liggen.
Het nieuwe bos lijkt ook aan te sluiten bij de trend van ’natuur beleven’. De recreant wil tegenwoordig struinen en klimmen. Toch is dat niet de bedoeling. Eind deze maand verzorgt Natuurmonumenten wel een paar excursies door de wildernis, maar zonder boswachter mag je niet afwijken van de paden.
Boonstra is niet bang voor overtredingen. „De natuur regelt het hier zelf: buiten de paden stikt het van de brandnetels.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.