*

 

Koninklijk paar zorgt voor geld

door Wilfried van der Bles − 02/02/07, 00:00

Willem-Alexander en Maxima, die vandaag precies vijf jaar getrouwd zijn, zetten zich nog altijd in voor het fonds dat werd opgericht met het geld dat ze als huwelijkscadeau van de Nederlandse bevolking ontvingen.

De vraag is hoe de gezichten – van het inzamelingscomité en van het paar zelf – stonden toen de opbrengst van de inzamelingsactie voor het nationale huwelijksgeschenk vijf jaar geleden bekend werd: 3,6 miljoen euro bleek te zijn overgemaakt. Het geschenk was bedoeld voor een feest in de Amsterdamse Arena, iets voor in de tuin en voor een fonds waaruit projecten ter bevordering van de onderlinge verbondenheid tussen de verschillende culturen in Nederland moesten worden gestimuleerd. Een schamele opbrengst, gezien het feit dat het paar toen al razend populair was. Maxima had de harten van het overgrote deel van het Nederlandse volk een jaar eerder op slag gewonnen toen ze haar toekomstige echtgenoot ’een beetje dom’ noemde. Dit deed ze na een stuntelige opmerking van Willem-Alexander ter verdediging van Maxima's vader die deel had uitgemaakt van een fascistisch regime in Argentinië.

Van het kapitaaltje ging 2,4 miljoen euro af ter financiering van het feest voor vijftigduizend mensen in de Arena. Bleef over 1,2 miljoen euro voor het Oranje Fonds. Met dank aan de Postcodeloterij werd daar 2,2 miljoen van gemaakt. Kortom: het geld kriebelde niet echt in de broekzakken van de Nederlanders. Nu zijn die, zoals bekend, vrij zuinig, maar in de emotiecultuur waarin Nederland toen al lang terecht was gekomen – zie Pim Fortuyn – had toch wel iets meer mogen worden verwacht. In een interview gooide Pieter Beelaerts van Blokland, voorzitter van het Nationaal Oranje Comité, het op de slechte economie. Een inzamelingsactie in het bedrijfsleven was om die reden ook al mislukt. „Als we twaalf miljoen euro hadden opgehaald, had je een heel ander beeld gekregen. Dan was er veel meer naar het fonds gegaan.”

Een magere start dus voor het fonds. Maar het kan verkeren. Nu, vijf jaar later, kan het fonds gerust worden omschreven als een gouden greep, namelijk het vehikel waarmee het ’beschermpaar’ (zo noemen ze zichzelf) Willlem-Alexander, maar vooral Maxima zich op de kaart hebben gezet als kampioenen van de integratie en de sociale cohesie. Hoe hebben ze dat geflikt? Immers, met 2,2 miljoen begin je weinig. Enige uitbreiding van het kapitaal was dringend gewenst om er iets van te maken.

Ronald van der Giesen, tegenwoordig directeur van het Oranje Fonds, maar destijds werkzaam bij de Postcodeloterij, het fonds dat zo ruimhartig in de buidel had getast, legt uit hoe dat in z’n werk is gegaan: „Aan de vooravond van het huwelijk zaten Hans Wijers, de voorzitter van het Oranje Fonds en Bert Okkers, voorzitter van het Juliana Welzijns Fonds (vroeger het Koningin Julianafonds) naast elkaar op de tribune. De heren waren het er snel over eens om de krachten te bundelen. Zo kon het Oranje Fonds zijn voordeel doen met de financiën en de organisatie van het Julianafonds. Met het netwerk en de medewerkers van het Juliana Welzijns Fonds haalde het Oranje Fonds in een klap veel ervaring binnen.”

De geschiedenis van het Julianafonds gaat terug tot het oorlogsjaar 1944. Toen besloot het kabinet in Londen tot de oprichting van de Stichting Nederlands Volksherstel (SNV). Doel was geld in te zamelen voor de sociale wederopbouw van Nederland na de oorlog. Toen prinses Juliana in 1948 koningin werd, werd de SNV omgedoopt tot Koningin Julianafonds. Om aan geld te komen werden soms originele wegen bewandeld, bijvoorbeeld een toeslag van maar liefst drie gulden op de accijns voor importsigaretten. Die actie leverde vijf miljoen gulden op, destijds een heel bedrag.

Dankzij de fusie werd het Oranje Fonds in een klap 125 miljoen euro rijker. Uit de opbrengst van de beleggingen was op jaarbasis dertien miljoen beschikbaar voor sociale projecten als begeleid wonen, buurthuizen, opvang van dak- en thuislozen of warme maaltijden voor ouderen. Inmiddels bedraagt het eigen vermogen 187 miljoen euro en is jaarlijks 22 miljoen euro beschikbaar voor projecten. In tegenstelling tot het Juliana Welzijns Fonds doet het Oranje Fonds ook zelf aan fondsenwerving. Dat levert inmiddels 2,5 miljoen per jaar op. Maar de belangrijkste geldbron is de Postcodeloterij waaruit het Oranje Fonds per jaar zo’n achttien miljoen euro krijgt.

Aan het Oranje Fonds zijn ook ’fondsen-op-naam’ gelieerd die min of meer dezelfde doelstelling hebben. De opmerkelijkste daarvan is het Neyenburghfonds. De eigenaren van de bekende specerijen- en rijstfabrikant Silvo hadden daarin hun aandelenkapitaal ondergebracht. Enkele jaren geleden zijn de fabrieken verkocht. In dit fonds zit nu 275 miljoen euro.

Het oorspronkelijke doel van het Oranje Fonds – stimuleren van projecten die de integratie van nieuwkomers in Nederland bevorderen – is door de fusie met het Juliana Welzijns Fonds verruimd tot steunen van allerlei initiatieven die goed zijn voor de cohesie in de samenleving. Van der Giesen: „Op het Friese platteland heb je nu eenmaal andere problemen dan in de grote steden. Daar in het noorden zullen we bij voorbeeld meehelpen om een dorpshuis van de grond te krijgen, terwijl we in de steden bijdragen aan projecten voor nieuwkomers. De laatste jaren zijn we bezig de koers te verleggen van de traditionele welzijnsinstellingen die vaak semi-overheid zijn naar kleinschalige burgerinitiatieven in buurten.”

De drie mooiste initiatieven worden jaarlijks beloond met een ’Appeltje van Oranje’, waaraan een geldbedrag is verbonden van 15.000 euro. Vorig jaar viel Stichting Chrysantenveld in Geleen in de prijzen. Buurtbewoners hadden daar het initiatief genomen om een chrysantenveld dat misbruikt werd als dumpplaats voor illegaal afval om te toveren tot een kinderboerderij en speeltuin. Van der Giesen: „Voorwaarde voor subsidie is dat een project vernieuwend en duurzaam is. Als we het idee hebben dat een initiatief na een jaar al weer zal zijn doodgebloed, dan komt dat niet voor steun in aanmerking. En we stimuleren zeer dat men van elkaar leert. De winnaars van de Appeltjes van Oranje dienen als voorbeeld voor andere dorpen en steden. We laten ze het land ingaan om hun ervaring met anderen te delen.”

Van der Giesen verzekert dat Willem-Alexander en Maxima ’zeer betrokken’ zijn bij het Oranje Fonds. „Ze hebben er bij wijze van spreken de toon van hun huwelijk mee willen zetten.” Hoe dan ook, de doelen van het fonds passen uitstekend bij de taak van een (toekomstige) koning en zijn echtgenote: bevorderen van de eenheid, of, platter uitgedrukt: de boel bij elkaar houden. Andere activiteiten van het paar sluiten daar uitstekend bij aan: Maxima’s werk voor de inmiddels opgeheven commissie Pavem, om de integratie van allochtone vrouwen te bevorderen. Het Oranje Fonds maakte de projecten ’taalles-aan-huis’ voor deze vrouwen mogelijk. Of haar inzet voor het microkrediet van de VN, waardoor vrouwen in derdewereldlanden in staat worden gesteld een eigen bedrijfje te beginnen. En ook Willem-Alexanders voorzitterschap van een belangrijke VN-commissie voor het watermanagement.

In de eerste vijf jaar van hun huwelijk hebben Willem-Alexander en Maxima stelselmatig gebouwd aan een imago van sociale betrokkenheid. En met inmiddels twee en straks drie kinderen komt daar nog het beeld van een gelukkig gezin bij. De tijden van prins pils en het Argentijnse feestvarken Maxima lijken inmiddels ver weg. Mocht koningin Beatrix over een paar jaar haar taak willen overdragen dan is het paar daar helemaal klaar voor. Regeren zullen ze, althans hij, in de stijl van zijn grootmoeder Juliana: betrokken, warm en sociaal.

mailIcon print |