*

 

Dankzij Martina Hingis rijdt er door Pfüffikon een stadsbus

door Henriëtte Lakmaker in Pfÿffikon − 20/01/07, 00:00

Sinds de ’vlucht’ van de Franse zanger Johnny Hallyday naar het fiscaal vriendelijke Zwitserland barst de kritiek op het belastingparadijs los – ook de Zwitsers zelf zien bezwaren.

„Kijk, de bus”, zegt gemeentesecretaris Beat Abegg. Inderdaad, op de helling waartegen het stadje Pfüffikon gebouwd is rijdt een stadsbus. Dat is niet vanzelfsprekend in Zwitserland, wil Abegg maar zeggen.

Net zomin als het bejaardenhuis, de kinderopvang, het jongerencentrum, de muziekschool en het zwembad in het aangrenzende Meer van Zürich. Voor dergelijke voorzieningen moeten Zwitsers in andere kantons duur betalen, of ze zijn er gewoon niet. Maar dankzij de Zwitserse tennisster Martina Hingis en andere miljonairs die zich in de gemeente vestigden, staan de openbare voorzieningen er op een hoog plan.

De laatste jaren krioelt het in Zwitserland van de succesvolle sporters en beroemdheden. Johnny Hallyday zorgde met zijn verhuizing naar Gstaad eind 2006 voor een diplomatieke rel tussen Frankrijk en Zwitserland. Inmiddels zijn de relaties tussen de EU en Zwitserland sterk bekoeld: Zwitserland ontduikt de regels van de Europese markt, is het verwijt van Commissie-voorzitter Barroso.

Ook onder Zwitsers zelf groeit de wrevel: hun rijken moeten meer betalen dan de buitenlandse. Zo wordt de ’eigen’ Roger Federer tien keer zo hoog aangeslagen als Hallyday. Er zijn meer scheve verhoudingen. De 26 kantons mogen hun eigen tarieven vaststellen, waardoor er forse verschillen zijn ontstaan. De inheemse ’belastingvluchteling’ is inmiddels een bekend verschijnsel.

Het aantrekkelijke fiscale klimaat, zegt Abegg, heeft het ooit arme kanton Schwyz geen windeieren gelegd. Particuliere grootverdieners spreken er af hoeveel ze per jaar afdragen – voor hen meestal niet meer dan een schijntje, maar evengoed enkele nullen meer dan dat van de gemiddelde burger. Daardoor verhoogt de rijke inwoner het inkomen van de gemeente, en die kan daar leuke dingen mee doen.

Abegg somt ze met glimmende oogjes op. Trots wordt hij pas echt bij het stadion waar het nationaal voetbalelftal regelmatig traint. Het is nog een tamelijk simpel veld; er is niet aan af te zien dat Pfüffikon bulkt van de miljoenen.

Behalve de rijke emigranten zijn er meer inkomstenbronnen. Vanaf de hoofdweg wijst Abegg naar de hoofdvestiging van hightech-bedrijf Oerlikon. Iets verderop staat het hoofdkwartier van multinational Man Investments. Zij kwamen af op de gunstige vestigingsvoorwaarden van de gemeente. Een ander lokkertje is het tarief voor successierechten en schenkingbelasting: nul. De Pfüffikonners varen er wel bij.

Er zijn ook nadelen, zegt Abegg. „Gewone burgers kunnen zich bijna geen woning meer veroorloven vanwege de hoge huurprijzen. Veel jongeren trekken naar oostelijke kantons, omdat het leven daar goedkoper is.” Daarnaast zijn de miljonairs doorgaans niet degenen die zich inzetten voor de gemeente. Ook de Zwitserse ’vluchtelingen’ zijn slechts zijdelings betrokken bij de gemeenschap. Abegg: „Sommigen hebben alleen een postbusadres hier. Maar stemmen kunnen ze wel. Als het daarbij gaat om belastingverhoging zijn ze natuurlijk tegen.”

mailIcon print |