’We dronken een glas, keken uit over de plas en zagen dat het goed was.’ Deze poëtische zin rolde op een avond in de zomer van 1977 uit de mond van CDA-leider Dries van Agt na een formatieberaad op het Catshuis. Voor de verandering waren de onderhandelingen met PvdA en D66 eens succesvol verlopen en Van Agt was duidelijk goed geluimd; zelfs, wellicht geholpen door de whisky, in een dichterlijke bui. De plas waarop hij doelde, is de Haagse Beek, die van de duinen bij Kijkduin naar het park Sorghvliet stroomt, waar zich het Catshuis bevindt. Vandaar meandert het stroompje richting Vredespaleis, waar het ondergronds gaat en zijn weg vervolgt, langs paleis Noordeinde, naar het eindpunt, de Hofvijver.
De beek kan dus worden beschouwd als een passende metafoor van de lopende kabinetsformatie, die een bijna revolutionaire terugkeer laat zien naar de tijden van Beel. Deze katholieke politicus, bijgenaamd de sfinx van Wassenaar, had tussen 1946 en 1971 achter de schermen een grote, vaak beslissende invloed op de machtsvorming. Hij hechtte zo aan de beschutting van de binnenkamer, dat hij zelfs over bospaadjes en door struikages kroop als hij ongezien een bezoek aan paleis Soestdijk wilde brengen. In die dagen werden niet alleen de media buiten de deur gehouden, maar ook de kamerfracties.
Typerend is de passage uit het dagboek van Beel tijdens de formatie van 1963, waarin hij noteert dat koningin Juliana haar bezorgdheid uitte over het feit dat KVP-fractieleider De Kort in het onderhoud met haar geen eigen oordeel had uitgesproken, maar steeds had gesproken over de visie van zijn fractie. De koningin vroeg zich af of dat niet zou betekenen dat straks de hele fractie zou meeformeren, wat in haar ogen volstrekt onjuist zou zijn. ’Ik zei Haar’, schrijft Beel, ’dat ook ik deze vrees deelde en dat niet aanvaardbaar achtte’.
De formatie van een kabinet was een zaak van hogere politiek, waaraan van de gekozen politici alleen de fractieleiders te pas kwamen en hooguit enkele van hun vertrouwelingen. In 1971 brak de katholieke Steenkamp met de gesloten methode-Beel en in 1973 en 1977 beleefden we de openste en tegelijk ook langste formaties aller tijden. De reactie volgde in 1982, toen onderkoning Willem Scholten de deuren weer dichtgooide. De voormalige RVD-chef Hans van der Voet zei naderhand: ’Het was de stilste formatie ooit, nog stiller dan bij Beel’.
Een verschil was wel dat uit de beoogde coalitiefracties van CDA en VVD werkgroepen van kamerleden werden gevormd om het regeerakkoord te schrijven. Voor deze uitverkorenen werden – een slimmigheidje van CDA-leider Lubbers –vertrekken in de Eerste Kamer vrijgemaakt om hen meer status te geven. Dat werkte. Volgens een ooggetuige liepen ze rond als ’hanen met stront aan hun poten’.
Het formeren volgens de methode-Scholten ging wel een stuk sneller dan in de jaren zeventig. In dertig dagen lag er een uitvoerig regeerakkoord, dat door de vergaande betrokkenheid van de fracties nadien fungeerde als een volmacht voor Lubbers’ eerste kabinet. De Tweede Kamer had nauwelijks nog wat in te brengen. Hoewel apetrots hadden de geïnvolveerde Kamerleden zich zelf dus volledig in het pak genaaid.
De methode-Wijffels houdt een beetje het midden tussen de aanpak van Scholten en die van Beel. De fractieleiders Balkenende, Bos en Rouvoet hebben elk een secondant bij zich. Op meer afstand staan klankbordgroepjes in de fracties. De voltallige fracties zijn totnutoe één keer globaal geïnformeerd. Een belangrijk verschil met 2003 is dat de ’spindoctors’ niet meeformeren. Wijffels voorkomt daarmee dat als de onderhandelaars het eens worden over de aankoop van een dromedaris de ene partij op fluistertoon laat weten dat het een paard is, precies zoals zij wilde, terwijl de andere achter de hand insteekt dat het, geheel volgens haar wens, een kameel is geworden.
Wijffels heeft de tijd kennelijk scherp aangevoeld en zijn gezag goed ingeschat, want op verzet stuit zijn methode niet. Sterker nog, de politici zijn er enthousiast over. Zelfs PvdA-dinosaurus Ed van Thijn, de man die in de open formatie van 1977 een van de hoofdrollen speelde, roept nu bij herhaling ’dat we niet in oude fouten moeten vervallen’. Het is nu deuren dicht, mondje dicht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.