De jaarlijkse nota van het energiebedrijf is voor veel Nederlanders vooral een zorg vanwege het te betalen bedrag. Het is nog niet het moment waarop de eigen bijdrage aan het broeikaseffect wordt beseft. Dat wringt, want consumenten veroorzaken ondertussen 20 tot 25 procent van de uitstoot van broeikasgassen. Hun energieverbruik is de laatste jaren zo gegroeid, dat de extra CO2 die zij uitstoten zelfs teniet doet wat bedrijven al aan klimaatmaatregelen hebben bereikt, blijkt uit de jaarlijkse Milieubalans van het RIVM.
De milieuorganisaties hebben, samen met enkele vakbonden, nu voorgesteld alle zeven miljoen huishoudens in Nederland een aantal ’vervuilingsrechten’ te geven. Burgers krijgen dan een van te voren vastgesteld streefverbruik aan stroom, gas en benzine; wie minder verbruikt, krijgt geld terug, wie meer energie verbruikt moet bijbetalen tegen een hoger tarief.
Een goed idee. Maar zoals wel vaker met goede ideeën waren de reacties sceptisch. Energiebedrijven, maar ook politici vinden het een aardig, maar onuitvoerbaar idee. Het CDA verwijst het plan onverbiddelijk naar de bureaulade.
Hoeveel praktische hindernissen het plan ook kent, het verdient meer serieuze aandacht omdat het stoelt op een sterk uitgangspunt: de vervuiler betaalt. Op basis van dit principe maakte de overheid eerder al afspraken met het bedrijfsleven. Grote bedrijven moeten sindsdien emissierechten hebben om te mogen vervuilen – ook dat gaf bureaucratische rompslomp, maar dat bezwaar woog uiteindelijk niet op tegen de milieuwinst. Het is een logische volgende stap om ook van burgers een concrete inspanning te vragen. Wil het kabinet de belofte waarmaken dat Nederland in 2020 zo’n 30 procent minder broeikasgassen uitstoot, dan moeten ook burgers offers brengen. De energienota is daarvoor een praktisch uitgangspunt. Wie weet nu hoeveel hij meer aan stroom of gas is gaan verbruiken? Die informatie is nu vreemd genoeg alleen te vinden voor wie er zelf naar op zoek gaat, of oude nota’s heeft bewaard.
Milieubeleid kan niet blijven steken in een oproep om meer spaarlampen te kopen. Minister Cramer heeft Nederlanders aangemoedigd om van energiebesparen een ’sport’ te maken. Die aanmoediging is terecht, maar het kan ook van politieke moed getuigen als een kabinet er een sport van maakt om creatieve plannen niet meteen af te wijzen. Dat geldt temeer nu milieuorganisaties niet langer hun pijlen exclusief richten op het bedrijfsleven, maar ook hun eigen mensen durven aanspreken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.