Suleymania heeft binnenkort z’n eerste fabriekje waar goud wordt verwerkt tot sieraden. Nu Bagdad onveilig is, zijn veel goudhandelaren neergestreken in de Koerdische provinciehoofdstad.
„In Bagdad kon je geen goud meer in de etalage leggen”, zegt goudhandelaar Johannes Sabah. „Zelfs politiemensen kwamen binnen om het op te eisen. De meeste goudwinkels zijn er nu dicht, of verkopen nog maar een paar uur per dag, zonder dat ze hun waren durven uit te stallen.”
Door de slechte veiligheidssituatie in Bagdad ligt de toekomst van de goudhandel in Suleymania, meent de handelaar die de Iraakse hoofdstad drie jaar geleden al verliet. Hij had er een grote zaak en een fabriekje dat gouden sieraden produceerde, met vijf man personeel. Nu heeft hij een piepklein winkeltje op de drukke goudmarkt van Suleymania, en is hij bezig ook zijn werkplaats grotendeels naar die plaats over te brengen. „Ik zit al dertien jaar in het goud, en ik weet dat de fabriek hier groter wordt dan die in Bagdad ooit was”, voorspelt hij optimistisch.
Tot nu toe kwamen zijn sieraden uit Bagdad. Hij is één van de weinigen met een Koerdische chauffeur die de gevaarlijke route nog aflegt om de producten uit de fabriek te halen. Alleen durft hij dat niet meer aan sinds zijn broer een paar jaar geleden onderweg werd vermoord.
Sabah is lang niet de enige die een winkeltje heeft gevonden in de Koerdische provinciehoofdstad. Langs de lange goudstraat en in de steegjes ernaast zitten veel goudhandelaren uit Bagdad. Dertig van de 351 goudwinkels zijn inmiddels in hun handen, en hun aantal groeit.
Thaer Hikmet leunt op de toonbank in zijn zaakje dat net groot genoeg is voor een bank met plek voor hooguit drie bezoekers. In zijn etage schitteren de gebruikelijke gouden kettingen, ringen en oorbellen.
Een jaar geleden besloot hij dat het in Bagdad te gevaarlijk werd voor zijn gezin, vertelt hij in nadenkend Engels. Zijn vrouw is Koerdisch, en vond een baan als onderwijzeres. Maar zelfs met het dubbele inkomen is het leven duur in de snel groeiende handelsstad. Zijn winkeltje kost 450 euro per maand aan huur, en hij speelt maar nauwelijks quitte.
Zeker tachtig procent van de goudwinkels en –fabriekjes in Bagdad zijn inmiddels dicht, vertelt hij. De sieraden komen mede daardoor nu vooral uit de Golfstaten. Hij wijst erop dat dit gevolgen heeft voor het aanbod in Suleymania: meer versierselen, grotere sieraden, meer steentjes.
Beide handelaren stellen vast dat de Koerden in Suleymania goud meer zien als een luxe-artikel om mee te pronken, terwijl in Bagdad vrouwen vooral goud krijgen bij hun huwelijk en het een vorm van belegging is. Daardoor ook is in de paar winkels die in de veilige wijken van Bagdad nog functioneren, de prijs van het goud gestegen. Onveiligheid en gebrek aan vertrouwen in de munt leiden tot goudaankopen, en daarmee tot een hogere goudprijs.
Hikmet belt nog dagelijks met zijn ouders, broers en zuster in Bagdad. Hij verwacht niet dat hij terug kan, maar hij wil zeker niet naar het buitenland. „Ik hou van Irak, en ik wil in mijn land blijven”, zegt hij. „Ik ga niet meer weg uit Suleymania als ik hier een goed bestaan kan opbouwen.” Johannes Sabah is nog stelliger. Hij blijft in Suleymania zolang het in Bagdad onveilig is: „En als het nodig is wel twintig jaar”.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.