*

 

Inkijkje in (post)moderne waanzin

Jann Ruyters − 30/01/07, 00:00

De Dixie Chicks krijgen open doekjes in Rotterdam. Lead-zangeres Nathalie Maines heeft het filmpubliek mee alsof ze echt op het podium staat. Ze is ook moeilijk te weerstaan, Nathalie. De goedgebekte zangeres van de ’all blond’ en ’all American’ countryband kreeg miljoenen countryfans over zich heen toen ze in maart 2003 op een podium in Londen te berde bracht dat ze zich schaamde dat de president uit Texas kwam. Oei. De op dat moment best verkopende meidenband in de VS werd geboycot door radiostations, concert en cd-verkoop liep terug, gefoeter op tv, doodsdreigingen. Zelfs de president zelf had er wat op te zeggen: „De dames mogen roepen wat ze willen maar dan moeten niet ze gaan klagen als ze minder verkopen”, zegt Bush op tv, terwijl hij naar een vliegtuig loopt. ’What a dumbhead!’, reageert Nathalie in de muziekstudio. ’Yeah’, joelt de zaal weer.

Documentairemaakster Barbara Kopple legt in ’Dixie Chicks: shut up and sing’ luchtig de ’neergang’ van de miljoenenband vast, van 2003 tot 2006. Ze wint met haar film vast ook veel nieuw publiek voor de dames die zich niet laten dwingen. Scheuren in de ’sisterhood’ tussen het drietal merk je alleen indirect, in gesprekjes met Marty Maguire die spreekt over oude jaloezie en over Nathalie’s schuldgevoel (projectie?), maar Kopple wil het vooral leuk en sprankelend houden. En dat is het dus ook.

Een steviger visie op de gestoorde relatie tussen fan en artiest vind je in de speelfilm ’The Killing of John Lennon’ waarin je in de geest van moordenaar Mark Chapman kruipt. Niet een plek waar je graag wil zijn, maar regisseur Andrew Piddington trekt je vrij voorzichtig mee.

Zoeker Chapman vindt zijn identiteit in Holden Caulfield uit ’The Catcher in the Rye’ en richt zijn agressie op ’phoney’ John Lennon, de multi-miljonair die zingt over ’no possessions’. Het is een miezerig mannetje, Chapman, en Piddington maakt hem ook niet heroïscher, maar je gaat zijn dwangmatigheid wel snappen.

Geen fijne film voor Nathalie Maines en collega’s, maar wel een bijzonder inkijkje in typisch (post)moderne waanzin.

mailIcon print |