Nederland wordt langzamerhand het toneel van doldwaze taferelen die zich voor je ogen afspelen. Ongelooflijk hoe brutale apen het hier steeds vaker voor het zeggen krijgen. Neem heel verschillende figuren zoals de rapper Ali B., de extremist Samir A. en de man die zichzelf als clown liet fotograferen voor zijn paspoort. Onder het mom van hun levensovertuiging doen ze waar ze zin in hebben. Dat is natuurlijk hun goed recht en het is heel Nederlands om zo te denken.
Toch irriteren deze grappenmakers me de laatste tijd meer dan dat ze op mijn lachspieren werken. Ze wekken met hun puberale gedrag, dat iedereen normaal lijkt te vinden, weerstand op. Zo kromden mijn tenen toen Ali B. in verkiezingstijd op televisie met onze minister-president omging alsof hij een bevriend buurtschoffie was. Tijdens het gesprek gedroeg deze troetelmarokkaan zich als een onbeschofte vlerk. Nu ben ik geen fan van Balkenende, maar de manier waarop Ali B. hem aansprak was respectloos. Als alle Marokkaanse jongens in Nederland zich zoals hij zouden gedragen zou ik me diep schamen.
Een ander voorbeeld. Samir A. wil niet dat er vrouwen verblijven in de afdeling waar hij opgesloten zit. Hij gaat in hongerstaking, neemt zijn medicijnen niet in en krijgt plots zijn zin. Samir A. wordt overgeplaatst.
En dan de man uit Hellevoetsluis die onherkenbaar als joker in zijn paspoort wil staan. De gemeenteambtenaar gaf aan zijn wens gehoor. Hij motiveerde dat met de opmerking dat zoiets niet tegen de wet was. Bovendien moesten we naar zijn idee iedereen in zijn waarde laten. Dat is een holle frase. Ali B., Samir A. en de andere clown doen alsof het hier het hele jaar door carnaval is. We nemen ze wel erg serieus. Bovendien krijgen ze altijd hun zin en aandacht in de media.
Net over de grens, in Belgiƫ, zouden ze om deze clowns slechts grinniken. Dat heeft te maken met verschil in cultuur en mentaliteit. Natuurlijk houden de Belgen ook van hun stripfiguren, maar ze zo overdreven op een voetstuk plaatsen doen ze niet snel. Ik pleit er niet voor dat politieke correctheid weer de norm wordt. Wel vind ik dat we qua houding veel van onze zuiderburen kunnen leren.
Dat viel mij op toen ik onlangs tijdens een studiedag in Brussel optrad voor een paar honderd Belgen. Het publiek bestond voor de helft uit moslims. De overigen waren niet-moslims. Op verzoek van de Koning Boudewijnstichting hield ik een voordracht over hoe culturele verschillen een dialoog kunnen beïnvloeden of verzieken. Uit een recent onderzoek naar de knelpunten in de dialoog tussen moslims en niet-moslims bleek dat er veel frustraties zijn.
Moslims zijn het beu om zich steeds weer te moeten verantwoorden voor wat er op wereldschaal gebeurt. En niet-moslims klagen dat moslims zich niet uitspreken over fundamentele principes, zoals gelijkheid van man en vrouw. Om de dialoog te prikkelen werden debatten gevoerd. Wat me als waarnemer opviel was dat moslims zich voortdurend verdedigden. Om hun verhaal kracht bij te zetten spraken ze in wij-vorm en gebruikten ze heftige handgebaren. Ook maakten ze grapjes om vriendschappelijke relaties aan te gaan. Niet-moslims gedroegen zich zakelijker, praatten veelal met ‘ik’ en waren er niet op uit om vriendjes te maken. Moslims zochten naar respect en begrip. Niet-moslims zochten naar duidelijkheid en een scherp debat.
Wat opviel: de diversiteit onder de Belgen was groot. Iedereen kreeg het woord, van traditioneel tot zeer modern. In de Belgische media is dat ook zo. Deze afspiegeling vormt een contrast met wat we doorgaans in Nederland zien. Ik zie te vaak moslimclowns à la Ali B. als gewichtige gesprekspartners in de media optreden om de dialoog tussen bevolkingsgroepen te bevorderen, terwijl ze in mijn ogen zelf nog opgevoed moeten worden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.