*

 

De zuiderzeekrab is minder blij

door Maaike Bezemer − 27/01/07, 00:00

Op 28 mei is het 75 jaar geleden dat de Afsluitdijk werd voltooid. Nederland is er veiliger door geworden. Maar de zuiderzeekrab is de klos.

De Afsluitdijk maakte Nederland veiliger. In plaats van 300 kilometer hoefde nog maar 45 kilometer zeewering aan de strengste eisen te voldoen, in het binnengebied volstonden lagere dijken. De winning van nieuw land werd eenvoudiger. En bovendien ontstond, met de dijk, een enorm zoetwaterbekken. Dat was destijds al handig voor het voeden van de nieuwe landbouwgrond, maar kwam ook in 2003 nog van pas, toen Zuid-Holland kampte met droogteproblemen. En vandaag de dag drinkt een groot deel van de Randstad IJsselmeerwater.

Net nu Nederland zich opmaakt om de vijfenzeventigste verjaardag te vieren, blijkt uit een vijfjaarlijkse controle dat het ding niet voldoet. De dijk moet weerstand kunnen bieden aan stormen die, statistisch gezien, eens in de 10.000 jaar voorkomen. Maar hij is niet hoog genoeg en de grasbekleding is onvoldoende erosiebestendig. Ook de sluizen zijn niet hoog en stabiel genoeg. En als de Afsluitdijk bij zo’n superstorm faalt, stijgt de waterstand in het IJsselmeer met enkele decimeters en lopen de polders onder.

Sjaak de Wit, regionaal directeur water bij Rijkswaterstaat: „Volgens de normen zou er anderhalve meter dijk bij moeten, dat is behoorlijk. En de sluizen moeten misschien in zijn geheel vervangen worden. Maar we weten ook dat het wel heel strenge normen zijn.”

Rijkswaterstaat is bezig met een verkenning van wat er moet gebeuren en hoeveel dat gaat kosten. Dat duurt even, maar er zijn ook honderden miljoenen euro’s mee gemoeid. En in de tussentijd is het veilig genoeg.” Sterker nog: voor een oude dame functioneert de dijk nog prima, zegt De Wit. „Misschien voldoet ze niet meer aan alle eisen, maar het oude systeem van dijkopbouw staat nog als een huis.”

In het Nieuw Land Erfgoedcentrum in Lelystad is te zien hoe de Afsluitdijk tot stand kwam. Baggerschepen en stoomkranen stortten keileem en zand. Maar het meeste werk werd gedaan door mannen op klompen. Honderden mannen, die enorme gevlochten matten volgooiden met stortsteen, tot het geheel onder water verdween en de beginnende dijk versterkte. Daarover kwam nog meer steen, riet en klei, tot de dijk uiteindelijk boven de waterlijn uitstak en kon worden afgewerkt met basaltstenen. En ook die werden weer één voor één en met de hand gestapeld.

Op 28 mei, precies 75 jaar nadat het laatste gat in de Afsluitdijk werd gedicht, opent het erfgoedcentrum de tentoonsteling ’Eén streep door de Waddenzee’. Nieuw Land heeft het hele depot doorgespit op zoek naar origineel materiaal. Dat er sprake was van een bijzonder project was van meet af aan duidelijk, ontdekte conservator André Geurts. In 1926 waren er al ansichtkaarten en brochures in drie talen. Bioscoopjournaals brachten bewegend beeld van het grootse werk en mensen kwamen ook live kijken.

Met het Zuiderzeeproject kon Nederland zich profileren, zegt Geurts. „Zo vlak na de oorlog wilde Nederland graag laten zien dat je ook land kon winnen zonder je buren tot last te zijn. Het was de tijd van grote infrastructurele werken. In Amerika had je de Hoover-dam, Duitsland kreeg zijn autobahnen. Nederland deed even mee.”

Door de jaren heen is de aandacht wel eens verslapt, zegt Geurts „Toen de Afsluitdijk eenmaal af was, zaten we midden in de crisisjaren en het 10-jarig bestaan viel in de Tweede Wereldoorlog. Bij het 25 jarig jubileum was er meer aandacht voor de ingenieuze Deltawerken. Pas in 1982 werd er weer van alles georganiseerd. Geurts: „Het jubeljaar werd aangegrepen om de geesten rijp te krijgen voor de aanleg van de Markerwaard, het laatste, maar nog steeds niet uitgevoerde onderdeel van de Zuiderzeewerken.”

Dit jaar staat er ook van alles op stapel, botterwedstrijden, tentoonstellingen. Geurts: „De vraag is nu in hoeverre dijken moeten worden aangepast aan de zeespiegelstijging. En die aanpassing gaat natuurlijk een paar centen kosten, die je moet verantwoorden.”

Toch zijn er ook wel wat kanttekeningen te plaatsen bij alle hosanna-verhalen. Ecoloog Mennobart van Eerden werkt in hetzelfde gebouw als Sjaak de Wit. Maar als ecoloog bij het Rijksinstituut voor Zoetwaterbeheer (Riza), heeft toch een wat andere kijk op de Afsluitdijk. Als er nu opnieuw een dijk gebouwd moest worden, dan zou die er wat Van Eerden betreft heel anders uitzien. Ook veilig, maar met behoud van de oude dynamiek tussen zout en zoet water.

Want tot zijn spijt is met de komst van de Afsluitdijk een uniek milieu verloren gegaan. Een gebied van zeventig kilometer lengte dat onder invloed stond van eb en vloed. Ter hoogte van Staveren ging zout water geleidelijk over in brak water, en helemaal in het zuiden was het zoet. Trekvissen, die opgroeiden in zout water, maar paarden in zoet water, of andersom, zagen hun route opeens gedwarsboomd door een harde, hoge dijk. Door de constante aanvoer van de IJssel was het meer al in 1934 zoet.

Van Eerden wil niet al te negatief doen over het IJsselmeer. „De nieuwe zoete natuur is ook weer spectaculair. Soorten als blankvoorn, paling, baars en brasem en pos kregen een enorme boost. En hoewel eidereenden en duikeenden er niet meer terecht kunnen omdat kokkels en andere zoutwaterdiertjes zijn verdwenen, doet de driehoeksmossel het geweldig en die trekt weer kuifeenden en tafeleenden. Zo’n groot zoetwatermeer kom je in de rest van Noordwest-Europa niet tegen.”

Er is ook een kleine opening in zicht. In 2008 begint de bouw van een extra spuisluis. Rijkswaterstaat wil vissen daarbij de kans geven heen en weer te zwemmen. Van Eerden: „Europees gezien is er best bewondering dat we dat over hebben voor onze vissen. Maar het is een kleine overwinning. Die vissen moeten dat gat maar net weten te vinden, en zoet gaat plots over in zout. Als vis schrik je je natuurlijk rot”.

De natuur heeft verloren van veiligheid en zoetwaterwinning, beseft Van Eerden. „Van 52 vissoorten zijn er nu nog maar dertig over. De Zuiderzeeharing komt niet meer terug en het zuiderzeekrabbetje heeft nog maar een kilometer van het Noordzeekanaal waar hij zich happy voelt. Zo’n krabbetje staat symbool voor een heel ecosysteem, inclusief ongewervelde wormen, brakwaterkokkels, en hele velden zeegras. Dat heeft niets te maken met nostalgie, maar met een dynamiek en veerkracht die nooit meer terugkomt.”

mailIcon print |