*

 

De pretvader is in opmars

door Iris Pronk − 20/01/07, 00:00

Zaterdag naar het zwembad, zondag naar de bioscoop. Gescheiden weekendvaders worden steeds vaker pretvaders. Dat is niet altijd goed voor het kind.

’Het voelt als een soort vakantie als mijn zoontje bij mij is,” zegt filmwetenschapper Bas Agterberg (38), vader van de driejarige Len. Die sjouwt gezellig rond in het benedenhuis van zijn vader, dat duidelijke kindersporen draagt. Trots wijst Len alles aan wat van hem is: de autootjes die kriskras op de vloer liggen, de lego-stenen, zijn bed met Jip en Janneke erboven. Daarin slaapt hij gemiddeld één nacht per week.

Sinds een kleine twee jaar is Agterberg weekendvader, zijn ex woont een paar straten verderop. Zijn relatie met Len is na de scheiding veranderd: „Het leukste van kinderen is: ze dagelijks zien opgroeien. Dat mis ik wel, daar ben ik me heel erg van bewust.”

Hij brengt zijn zoontje niet meer elke dag naar bed, kent zijn vriendjes van de peuterspeelzaal niet. En ook dit is anders nu hij weekendvader is: „Als Len iets aanwijst in de supermarkt, dan ben ik toch geneigd om het te kopen. Als je maar één dag samen hebt, dan is het moeilijker om nee te zeggen.”

Van die (anderhalve) dag per week probeert Agterberg een feestje te maken. Al sleept hij zijn zoontje heus niet pretpark in en bioscoop uit: „Ik ben geen extreme pretvader, maar als Len hier is, ben ik wel helemaal op hem gefocust. We gaan vaak samen dingen doen.”

Nu is Len nog heel jong en gauw tevreden: met de dierentuin, een bezoekje aan oma, zijn autootjes, de speeltuin om de hoek. Maar voor veel gescheiden vaders van oudere kinderen is dit een prangende vraag: hoe bezorg ik mijn kinderen een leuk weekend? Hoe kan ik ze het best vermaken?

De pretvader is in opmars, zegt psychologe Martine Delfos, auteur van het onlangs verschenen boek ’Weekendvaders / Wie kent vaders?’ Dit omdat er steeds meer mensen scheiden. En omdat de moderne vader zich meer dan vroeger betrokken voelt bij zijn kinderen. Verschool hij zich in voorbije decennia nog achter zijn krant, nu wil hij een actieve vader zijn. Maar hoe doe je dat, in één weekend per week of veertien dagen?

Samen paintballen, of snowboarden, of naar de nieuwste James Bond – zo probeert de weekendvader er tegenwoordig het beste van te maken. Misschien omdat hij zich onzeker voelt in zijn parttime vaderschap: ’straks vinden ze het bij mij niet leuk meer, zijn ze liever met hun stiefvader’. Maar ook omdat zijn zonen of dochters kinderen van deze tijd zijn, en dus thrillseeking: ze willen wél iets beleven.

„Een pretvader wordt gemaakt door de kinderen”, zegt Delfos. Zij surfen op internet, weten wat er in de wereld te koop is, zetten hun vader onbedoeld of bewust onder druk door te zeggen ’Pap, ik verveel me zo.’ Maar laat vader zich manipuleren, gaat hij inderdaad met ze uit eten, dan vinden ze dat diep in hun hart toch niet zo leuk, denkt Delfos: „Ze vinden het zielig dat hij zich zo uitslooft. En ook wat lelijk van zichzelf dat ze hem misbruiken.”

Delfos maakt zich zorgen en schreef daarom haar boek. Kinderen hebben een vader nodig – geen pretvader, geen man met wie ze volgens een omgangsregeling om moeten gaan. Want kinderen gáán niet met hun vader om, zo houdt de psychologe de gescheiden vader voor: „Ze moeten hun eigen dingen kunnen doen, dat is niet altijd vermaakt worden. Dat is vooral met andere kinderen bezig zijn. En jij, langs de lijn, aanvuren en trots zijn.”

Beschikbaarheid, aandacht en liefde, dat is wat de gescheiden vader te bieden heeft. En daarnaast moedigt Delfos hem aan om ook de rol van opvoeder te blijven spelen, hoe moeilijk dat ook is in die paar dagen per week of maand. Dat betekent niet – altijd – paintballen, maar soms ook streng zijn, nee zeggen, grenzen stellen, een manlijk tegenwicht bieden aan de moederrol.

Dat advies van Delfos is aannemer en meubelmaker Joost van Lingen (45), vader van twee jongens van negen en tien, uit het hart gegrepen. Hij laat zich niet als een pretvader typeren, want hij heeft de scheiding juist aangegrepen om zijn zonen liefdevol maar ook met duidelijke grenzen op te voeden.

Van Lingen ontvouwt zijn opvoedingsideeën in zijn lichte flat in een typische ’weekendvaderwijk’ in Utrecht („Ze stapelen de gescheiden mannen hier gewoon op.”) Hier wonen zijn zoons – soms allebei, soms één tegelijk – drie van de vier weekends per maand.

„Ik ben geen ambassadeur van het gebroken gezin,” aldus Van Lingen. „Maar met onze kinderen gaat het sinds de scheiding beter dan ooit.” Zijn jongste zoon heeft adhd, die is nogal ’impulsief’, zegt zijn vader, en ook zijn oudste zoekt graag en vaak de grenzen op. Reden waarom ze volgens Van Lingen ’een bijna ijzingwekkend consequente structuur’ nodig hebben: „Anders nemen ze het roer over.”

Zijn ex-vrouw dacht daar ’fundamenteel anders’ over, zegt hij: „Zij zei wel eens: jij hebt opvattingen uit 1953.” Ondanks gesprekken met jeugd- en gezinshulpverleners konden Van Lingen en zijn vrouw het niet eens worden over de vraag hoe zij hun jongens het beste konden begeleiden.

Nu Van Lingen, inmiddels gescheiden, in het weekend het rijk alleen heeft, kan hij zijn eigen opvoedingsstijl volgen. Daar horen eenduidige regels bij, zoals: ’s ochtends bij het ontbijt moet je een beker melk drinken. En: je mag niet interrumperen als volwassenen een gesprek voeren. En: je mag maximaal twee uur per dag naar een beeldscherm kijken (computer of tv).

„Voor mij is dit een schone lei,” zegt Van Lingen, „Ik ben hier gaan doen wat ik altijd heb willen doen.” En dat is, naast grenzen stellen, ook meer rust in het leven van zijn zonen brengen: „Ik vind dat kinderen tegenwoordig aan veel te veel prikkels worden blootgesteld.”

Zijn aanpak werkt, zegt Van Lingen, die sinds de scheiding gegroeid is in zijn vaderrol: „Vroeger had ik wel macht, maar geen gezag. Nu wel, ik zie de rust ook in de jongens komen.”

In het begin zag hij erg op tegen de weekends, ’omdat het met hen zo’n strijd was’. Nu geniet Van Lingen zeer – en meer dan vroeger – van het contact dat hij met zijn zonen heeft: „Laatst zaten die twee mannetjes op mijn schoot, en moest ik ze een verhaal vertellen. Dat is een hele kleine, maar waardevolle vorm van geluk.”

mailIcon print |