Met verbazing heb ik het artikel van Henny de Lange gelezen, inclusief de beelden, in Trouw van 16 januari. Het betreft foto’s voor een expositie waarop situaties van dood en geweld zijn vastgelegd. Zoals een vrouw die in een plas bloed ligt, twee bungelende mannenvoeten, een paar witte pumps besmeurd met bloed et cetera.
Ik wens mij niet te verdiepen in al die narigheid. Ik weet heus wel dat het bestaat maar wil daar via zulke weerzinwekkende beelden niet nog eens extra mee geconfronteerd worden.
De Lange schrijft: „we huiveren, willen dergelijke beelden eigenlijk niet zien, maar worden er toch door geobsedeerd () eigenlijk mogen we ze helemaal niet zien. Het zijn gebruiksfoto’s die op een koele en zakelijke manier zoveel mogelijk informatie geven.”
Informatie voor wie? Informatie voor politiewerk, rechercheonderzoek, maar niet voor mij als Trouw-lezeres. Ik heb die informatie niet nodig en het geeft mij beslist niet meer controle en grip op het bestaan. Dergelijke beelden zijn afschuwelijk, ik wil ze niet zien al betreft het de harde werkelijkheid. Nieuws genoeg daarover. Mij zul je dan ook niet op de expositie Plaats Delict in Amsterdam tegenkomen.
KrommenieHannie Blonk-Guleij
Als nabestaande van een familielid dat slachtoffer was van een (vermeend) misdrijf vind ik het ronduit stuitend dat foto’s van politieonderzoek voor Jan en Alleman worden tentoongesteld in het Fotografiemuseum Amsterdam FOAM.
Temeer daar ik als nabestaande de politie herhaaldelijk heb verzocht inzage in (beeld)materiaal van het dossier van mijn familielid te krijgen, waarop de politie reageerde met drogredenen als ’Onmogelijk in verband met de privacy van het slachtoffer’.
Uit de openbare tentoonstelling van politiefoto’s blijkt geen enkel respect voor het slachtoffer en diens privacy. Deze vertoning is verre van respectvol en wekt slechts wantrouwen bij nabestaanden ten aanzien van openbare gezagdragers.
RotterdamV.A. van Driel
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.