Er moet een landelijke registratie komen van orthopedische implantaten, zoals knieën, heupen en schouders.
De Vereniging van Orthopedisch Chirurgen hoopt dat zo’n databank leidt tot een betere kwaliteit van protheses. „In Zweden registreren ze al enige tijd en het werkt”, zegt voorzitter prof. dr. Ruud Pöll. In Nederland moet bij 11 procent van de patiënten na verloop van tijd de prothese vervangen worden. Deze zogenoemde revisielast is in Zweden maar 6 procent. „Wij verliezen patiënten na een operatie snel uit het oog, waardoor we niet goed zien of een prothese tegenvalt of snel slijt. Bij registratie kun je in een vroeg stadium ingrijpen en slechte protheses uit de markt halen”, zegt Pöll.
De registratie van protheses, die in het eerste jaar naar schatting 420.000 euro zou kosten, kan tot een flinke bezuiniging leiden. Pöll rekende uit dat alleen al op heupoperaties vijf miljoen euro bezuinigd kan worden. Een gemiddelde revisieoperatie kost zo’n 12.000 euro. Voor de patiënt is registratie ook handig bij een onverwachte calamiteit. Hulpverleners kunnen dan sneller informatie vinden over het implantaat.
Vanwege de vergrijzing verwachten orthopedisch chirurgen een snelle stijging van het aantal implantaatoperaties. „In 1980 werden er 7000 heupprotheses geplaatst, in 2004 liep dat op tot 24.000”, aldus Pöll. Het aantal implantaten ligt nu op 40.000 per jaar. De voorzitter vreest dat de orthopedisch chirurgen de regie over de zorg verliezen. „Jaarlijks laten 30.000 Nederlanders zich in het buitenland behandelen. Wij moeten de wachtlijsten sneller wegwerken en meer service bieden om de patiënten te behouden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.