Boeren uit Doesburg en Zelhem rijden met hun materieel over de provinciale weg. Voor Gelderland smaakt dit experiment naar meer.
In het stadje Doesburg en in het Achterhoekse dorp Zelhem mogen landbouwvoertuigen omwille van de veiligheid niet meer door de bebouwde kom rijden. De boeren moeten via de rondweg naar hun verderop gelegen akkers. Maar daar hinderen ze met hun geringe snelheid het autoverkeer.
Gelderland heeft nu op beide plaatsen een proef gehouden met passeerhavens. Dat zijn stroken langs de weg, waarop de trekkers en machines kunnen uitwijken om het snellere verkeer voorbij te laten gaan, vergelijkbaar met de rijstroken voor langzaam verkeer in bergachtig gebied elders in Europa. Op de N317 bij Doesburg zijn daartoe twee bestaande parkeerhavens verlengd en op de N315 bij Zelhem zijn anderhalf jaar geleden zes korte parallelstroken aangelegd. Op beide wegen geldt een inhaalverbod.
Zowel de boeren als de provincie zijn tevreden over het resultaat. Er zijn geen ongelukken gebeurd en de passeerhavens worden geregeld gebruikt. De maatregelen worden daarom permanent. Gelderland wil bovendien bekijken of ook elders passeerhavens kunnen worden gemaakt.
Het is maatwerk, zegt beleidsmedewerker Chris Pit van de provincie. „We gaan het van geval tot geval bekijken. Deze twee experimenten waren het gevolg van een initiatiefvoorstel van het CDA. Maar de Gelderse Staten hebben er niet zoveel vertrouwen in dat de trekkers vrijwillig opzijgaan. Ze willen verplichte vakken, zoals Limburg al heeft.”
Gelderland begint daarom met een nieuwe proef op de N346 bij Lochem, maar nu met verplichte passeerhavens. „De bedoeling is dat we die nog dit jaar aanleggen, maar het is de vraag of dat lukt.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.