In slechts zes weken tijd produceert informateur Wijffels een regeerakkoord. Dat lukte vooral dankzij theorie van de dialoog van Hubert Hermans.
Sinds de in geheimzinnigheid gehulde bijeenkomst in Beetsterzwaag is er in verschillende kranten gemeld dat het informatiewerk van Herman Wijffels gebaseerd is op de psychologische theorie van de dialoog. Daarbij wordt verwezen naar mijn boek Dialoog en misverstand waarin gesteld wordt dat misverstand tussen mensen de regel is en wederzijds begrijp de uitzondering. Om desondanks een productieve overeenstemming tussen groepen belanghebbenden te bereiken is een open dialogische relatie een noodzakelijke voorwaarde.
Dialoog is meer dan het binnenslepen van standpunten en is een zegen voor de informatie. De plaats van samenkomst is daarbij een eerste punt van aandacht. De herinnering aan de dramatisch verlopen formatiegesprekken van 2003, waarbij het CDA en de PvdA beide in het politieke stof moesten bijten, was voor de huidige informateur voldoende reden om een onbeladen plek op te zoeken die voldoende gelegenheid gaf tot geconcentreerd overleg. Op deze afgelegen plek wordt van politici gevraagd hun kemphanengedrag, dat hoogtij vierde in de verkiezingstijd – denk aan de confrontaties tussen Verhagen en Bos – in te ruilen voor luistergedrag en genuanceerde oordeelsvorming.
Omdat politici ook mensen zijn, kunnen emoties die het resultaat zijn van eerdere mislukkingen, insinuaties en rechtstreekse beledigingen, de overgang van confrontatie naar dialoog danig verstoren. Indachtig de uitspraak dat woede een bewijs is van onmacht, zal elke politicus het ’uit zijn hoofd laten’ om hiervan rechtstreeks blijk te geven. Toch is het onvermijdelijk dat gevoeligheden uit het verleden de gespreksruimte aanzienlijk inperken. Sterke emoties, die voortvloeien uit de perceptie onterecht aangepakt te zijn, gaan ten koste van een open mind. Tegelijkertijd is de dialoog de meest aangewezen benadering om zulke emoties te overstijgen.
Daarbij is het creëren van de juiste sfeer een factor die niet voldoende benadrukt kan worden. Creativiteit gedijt bij een sfeer van exploratie, openheid en wederzijdse uitdaging. Als die sfeer er is, kunnen mensen elkaar vinden op punten waarop ze, in een andere, meer negatief geladen sfeer, nooit tot overeenstemming gekomen zouden zijn. Sfeer is moeilijk te bepalen omdat het iets is dat onder gunstige omstandigheden vanzelf tussen overlegpartners ontstaat. Wel kunnen voorwaarden gecreëerd worden die sfeer faciliteren, zoals een rustgevende locatie, informele kleding, aandacht voor niet-zakelijke ’bijkomstigheden’, humor en vrije bewegingsruimte. In de juiste sfeer groeit het vertrouwen.
In een dialogische overlegvorm nemen de deelnemers posities in ten opzichte van elkaar. Een goede informateur zal erop bedacht zijn om in een vroegtijdig stadium van de gesprekken het aantal posities te verminderen en de gespreksruimte te begrenzen. Formeren is elimineren, zoals hoogleraar parlementaire geschiedenis Joop van den Berg recent duidelijk maakte. Zo wordt voorkomen dat tijdens de formatiegesprekken partijen die menen op brandende punten niet aan hun trekken te komen over hun schouder heen kijken naar andere partners. Zo zal de PvdA nu het gezicht moeten wenden naar de Christen-Unie en het CDA en eventuele coalities met GroenLinks en de SP links laten liggen. Informatiegesprekken kunnen niet zonder beperkingen, zodat in te nemen posities niet alsnog alle kanten uit kunnen.
Succesvolle informatiegesprekken zijn meer dan harde onderhandelingen waarbij wisselgeld achter de hand wordt gehouden. Bij laatstgenoemde onderhandelingen wordt de aanvankelijk ingenomen positie zoveel mogelijk vastgehouden en een akkoord bereikt via minimale concessies. Als dit aan beide kanten gebeurt, volgt er een compromis waarover geen van de partijen volop tevreden is: standpunt A doet noodgedwongen concessies aan standpunt B en omgekeerd.
Een dialoog echter veronderstelt de haalbaarheid van een ’derde positie’: partijen vinden elkaar op een gemeenschappelijk standpunt C dat winst betekent voor alle betrokken partijen. Zo zou de ChristenUnie een hard punt kunnen maken van euthanasie, maar de drie partijen kunnen elkaar vinden op het punt van palliatieve sedatie. De PvdA zou halsstarrig kunnen vasthouden aan het snel niet meer aftrekbaar maken van de hypotheekrente, maar alle drie partijen kunnen in een win-winsituatie komen door een staatscommissie de opdracht te geven dit probleem politiek en financieel goed in kaart te brengen. Het creëren van dergelijke derde posities heeft het voordeel dat meer flexibiliteit ontstaat, ook op die punten waar men eerder een onwrikbare opstelling maakte.
In een interview met Herman Wijffels, opgenomen aan het einde van mijn boek, zegt hij: „Als je kijkt naar de organieke plek van de politiek in de maatschappij, (. . .) dan is de meest essentiële rol van de politiek: codificatie. Dat is het in beleid en in wet en regelgeving laten neerslaan van wat zich aan nieuwe ontwikkelingen voordoet. In sterk veranderende tijden kan de politiek bijna niet anders dan in het tweede deel van het peloton rijden en niet aan de kop van de wedstrijd”.
Als ik deze woorden nu herlees, denk ik dat Wijffels probeert om via de dialoog in een afgezonderde ruimte een kabinet te vormen waarin, meer dan tevoren, het leiderschap in de politiek terugkeert.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.