*

 

Resultaat taaltoets verrast niet

Van onze redactie onderwijs − 13/01/07, 00:00

Hoe komt het dat eerstejaars rechtenstudenten slecht spellen en verkeerde zinsconstructies maken? Oud-hoogleraar Wim Meijnen: „De verpakking van een verhaal vinden we in het middelbaar onderwijs al jaren minder belangrijk.”

Een goede gedachtengang achter een betoog krijgt tijdens de lessen Nederlands veel aandacht. Of de zinnen grammaticaal kloppen en komma’s op de goede plaats staan, wordt als minder belangrijk gezien. Logisch, redeneert Wim Meijnen, oud-hoogleraar onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam, dat bijna de helft van de eerstejaars rechtenstudenten zakken voor een toets die juist die verpakking meet.

Bijna 650 eerstejaars van de Rotterdamse Erasmusuniversiteit maakten in oktober zo’n toets, 45 procent haalde een onvoldoende. De toets was vrijwillig en een proef. Al jaren klagen docenten dat studenten het Nederlands zo slecht beheersen. De rechtenfaculteit beslist volgende maand of de taaltoets een verplicht onderdeel van de studie wordt.

De Onderwijsraad constateerde vorige maand al dat leerlingen in het voortgezet onderwijs, het beroepsonderwijs en het hoger onderwijs kampen met een tekort aan kennis van de Nederlandse taal en wiskunde. Onderwijsinstellingen bieden steeds meer ’reparatieprogramma’s’ aan om dat te compenseren, schreef de raad, na een onderzoek op verzoek van minister Van der Hoeven (onderwijs).

Bij het vak Nederlands is de woordenschat, kennis van grammatica en zinsopbouw gebrekkig, aldus de Onderwijsraad. Leerlingen en studenten hebben ook moeite met complexe taalvaardigheden, zoals het onderscheiden van hoofd- en bijzaken en redeneren.

De oorzaak zoekt de raad in de veranderde inhoudelijke eisen in het onderwijs. Zo is er meer aandacht voor het opdoen van vaardigheden in plaats van kennis. Bij het vak Nederlands ligt de nadruk meer op het presenteren en opzoeken van informatie in plaats van zelf formuleren.

Meijnen denkt dat de Rotterdamse taaltoets vijftien jaar geleden ook slecht gemaakt zou zijn. „Al in de jaren zeventig kwam het debat op gang dat er meer aandacht voor inhoud moest zijn dan voor de vorm, dus spelling werd minder belangrijk.”

Hij ziet dat er nu ’een soort restauratie’ aan de gang is. „Je hoort steeds vaker zeggen: dit kan zo niet meer.” Het baart hem geen zorgen. „Eerst vond niemand het erg, maar als men vindt dat er weer meer nadruk moet komen op de vorm, dan zal die er wel komen. In de examens zie je er dan meer van terug. De docenten passen hun lessen op die behoefte aan. Dit fluctueert met de maatschappelijke prioriteit die er aan gegeven wordt.”

Minister Van der Hoeven heeft nog niet gereageerd op de bevindingen van de Onderwijsraad. Zij wacht eerst een ander onderzoek over het onderwerp af, dat in de eerste helft van dit jaar zal verschijnen, meldt haar woordvoerster.

mailIcon print |