Hoewel de banen voor het oprapen liggen, blijven allochtone jongeren werkloos achter. 'Groenpluk' is in deze geen structurele oplossing, maar eerder een gevaar.
Dit stelt de Sociaal Economische Raad (SER) in het gisteren verschenen advies om de positie van allochtone jongeren op de arbeidsmarkt te verbeteren. Het waren de jongerenorganisaties van vakbonden en werkgeversverenigingen, zoals FNV Jong en CNV Jongeren, die aan de bel trokken. Voor het eerst werkten zij mee aan een SER-advies.
De afgelopen twee jaar daalde de jeugdwerkloosheid. Echter, jongeren van niet-westerse afkomst profiteren nog nauwelijks van de toenemende vraag naar personeel. De oorzaak ligt in het gemiddeld lagere opleidingsniveau, dit is al langer bekend. Vorig jaar waren er zestigduizend vroegtijdige schoolverlaters, alleen al in het vmbo. „Dit terwijl de aantrekkende economie de kansen op werk en scholing zou moeten vergroten”, zegt Judith Ploegman, voorzitter van FNV Jong.
De gunstige conjunctuur zorgt ondertussen ook voor gevaren. Door toenemende tekorten aan personeel gaan werkgevers trekken aan jongeren die nog op school zitten of stage lopen. Deze zogenoemde groenpluk lijkt op korte termijn een oplossing voor de hoge werkloosheid onder allochtone jongeren. Op lange termijn is het schadelijk voor alle partijen, zo stelt de SER. Jonge werknemers zonder diploma worden in slechte economische tijden als eerste weer ontslagen.
De raad vindt dat het nu tijd wordt voor een structurele oplossing. De aanbevelingen voor het nieuwe kabinet zijn talrijk. Belangrijk is een intensivering van begeleiding, voorlichting, aanpak van zorgleerlingen en antidiscriminatiebeleid. In dit kader vindt de SER het zorgelijk dat de veelgeprezen Taskforce Jeugdwerkloosheid van Hans de Boer ermee stopt. Vooral hun aanjaagfunctie wordt geroemd. Het adviesorgaan vraagt het kabinet om voortzetting van deze aanpak.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.