*

 

Opiumboeren Uruzgan mogen hun gang gaan

Van onze redactie buitenland − 31/01/07, 00:00

Minister Agnes van Ardenne wil de arme opiumboeren in Uruzgan voorlopig met rust laten, om de toch al moeizame wederopbouw niet verder in gevaar te brengen. De Nederlandse militairen hebben al vijanden genoeg in de Afghaanse provincie, is de redenering.

Puur formeel kan een Nederlandse minister niet tegen Hamid Karzai zeggen wat hij moet doen. Maar in de praktijk is het juist de Afghaanse president die machteloos staat.

Terwijl in de aangrenzende provincie Helmand het platwalsen van de papaver al is begonnen, zal het daar in Uruzgan niet van komen, besloot de Nederlandse minister van ontwikkelingssamenwerking, Agnes van Ardenne. En of de gouverneur van de provincie dat maar zou willen meedelen aan zijn president.

In werkelijkheid zal het verzoek wel wat diplomatieker bij Hamid Karzai aankomen. Maar diezelfde werkelijkheid dicteert ook, dat hij in de provincie waar de Nederlanders het tegen de taliban opnemen het vernietigen van de papaveroogst zal moeten uitstellen.

De Afghaanse president is speelbal van vele krachten. Zo werd zijn besluit van eerder deze maand om in het hele land de papaver-akkers dit seizoen opnieuw te laten platwalsen gezien als een daad van verzet tegen de Amerikanen. Die hadden gevraagd om, net als in Colombia gebeurt, de velden vanuit de lucht met herbiciden te laten besproeien.

Het Afghaanse kabinet wilde niet zover gaan. Het was bezorgd dat landbouwgewassen die wel toegestaan zijn daaronder ook te lijden zouden hebben. En dat het schadelijk zou zijn voor de gezondheid van mens en dier.

In een reactie op de uitspraken van minister van Ardenne zegt een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken dat het een zaak is voor de Afghaanse regering, maar dat die „vastbesloten vasthoudt aan een robuust vernietigingsbeleid, waar de VS bij zullen helpen.”

De Amerikanen zijn niet uit zorg om hun eigen bevolking zo gebrand op het vernietigen van de papaverplanten. Van de heroïne die wordt gefabriceerd van opium uit Afghaanse papaverbollen komt maar weinig in de VS terecht. Maar volgens de Amerikanen gaan de inkomsten uit de illegale drugshandel naar de taliban. Het vernietigen van het gewas staat daardoor gelijk aan het bestrijden van de vijand.

Nederland ziet dat dus anders. Door kleine boeren hun inkomsten uit papaverteelt af te nemen, maak je hen tot vijanden. Dus moeten de militairen in Uruzgan alleen tegen de taliban zelf vechten.

Welke opstelling president Karzai in die controverse kiest, maakt eigenlijk weinig uit. In de provincies is zijn macht erg beperkt, vandaar zijn bijnaam ’de burgemeester van Kaboel’.

In de praktijk moet de gouverneur van een provincie het zelf uitzoeken, in samenspraak met de westerse bondgenoten. En met lokale stamhoofden. Bij hen liggen de papavervelden letterlijk om de hoek.

mailIcon print |