Menig rechts georiënteerde kiezer stemde 22 november op het CDA. Nu bekeert het CDA zich tot centrum-linkse thema’s. Is dat geen kiezersbedrog?
Het CDA neemt afscheid van een eenzijdig economisch mensbeeld en geeft het milieu meer prioriteit. Een hoopvolle ontwikkeling. Maar het zou eerlijker zijn als het CDA dit signaal vóór de verkiezingen had afgegeven. Nu pas schuiven is weinig heldhaftig. Een duidelijke keuze tussen links en rechts vergroot het vertrouwen in de politiek.
De verkiezingsuitslag van 22 november 2006 gaf een duidelijke richting aan: centrum-links. CDA en VVD konden niet samen verder. De PvdA en de ChristenUnie kwamen voor het CDA in beeld als beoogde coalitiepartners. Deze ontwikkeling plaatste de partij voor een nieuwe politieke werkelijkheid.
Medewerkers van het wetenschappelijk bureau van het CDA zijn aan de slag gegaan om het CDA een ander profiel te geven. In het rapport ’Mens, waar ben je?’ wordt het mensbeeld herijkt. Het marktdenken moet plaatsmaken voor een ’nieuwe sociale kwestie’ waarin maatschappelijke organisaties een sleutelrol spelen. In een andere publicatie pleiten bureaudirecteur Ab Klink en zijn medewerker Elisabeth den Otter voor ambitieuze milieumaatregelen.
Het CDA laat zien een bestuurlijke middenpartij te zijn die niet uitsluitend met de VVD wil regeren. De partij kan ook linksom leiding geven en bevestigt haar sleutelpositie in het politieke krachtenveld. Maar de recente bewegingen binnen het CDA roepen ook principiële vragen op. Want waarom durft het CDA pas na de verkiezingen kleur te bekennen? Een fundamentele vraag die hieraan voorafgaat luidt: getuigen de recente publicaties eigenlijk niet van politiek opportunisme?
Het CDA had de recente rapporten waarschijnlijk niet geschreven als de verkiezingsuitslag aanleiding had gegeven voor een coalitie met de VVD. Machtspolitiek lijkt het doel te zijn in plaats van een nuttig instrument, terwijl het formuleren van nieuwe idealen een instrument lijkt te zijn van politieke strategie.
In de verkiezingscampagne durfde het CDA zich nauwelijks met centrum-linkse thema’s te profileren. Het zou te veel kiezers in de armen van de VVD drijven. Rechts georiënteerde kiezers die zweefden tussen VVD en CDA, kozen op 22 november in veel gevallen voor het CDA. Mede hierdoor werd het CDA de grootste partij. Maar hoe kijkt deze groep kiezers nu tegen de ontwikkelingen binnen het CDA aan? Om niet de verdenking van kiezersbedrog op zich te laden, was het eerlijker geweest als het CDA zich vóór de verkiezingen al met centrum-linkse ideeën had geprofileerd.
De ChristenUnie en de PvdA hebben de kiezers vooraf meer helderheid verschaft over hun positie. Denk aan de sociale oplossing om de AOW te financieren en een generaal pardon voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Of is het voortdurend pendelen tussen ’centrum-rechts’ en ’centrum-links’ op basis van volkswil en tijdgeest wat de kiezer ten diepste van het CDA verlangt? Dat mag zo zijn, maar het getuigt niet van een geloofwaardige en principiële opstelling.
Zolang christen-democraten niet voorop lopen maar trendvolgend zijn door zich – afhankelijk van de wind die waait – dan weer naar rechts en dan weer naar links te bewegen, is een tweepartijenstelsel voor de kiezer wenselijker. Maar bij de Nederlandse traditie van pluriformiteit en minderheden, past nu eenmaal beter een meerpartijenstelsel. Binnen dit stelsel kunnen bijvoorbeeld twee hoofdstromingen groeien: een conservatieve en progressieve, met daarnaast nadrukkelijk ruimte voor kleinere partijen als ChristenUnie, GroenLinks, SGP en Wilders.
Een dergelijk stelsel met twee hoofdstromingen leidt tot meer helderheid tussen links en rechts en de mogelijkheid van een échte keuze voor de kiezer die vooraf wil weten waar die aan toe is. Het vergroot bovendien de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de politiek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.