*

 

De laatste reis van Kapuscinski

door Sasza Malko − 26/01/07, 00:00

De dinsdag overleden Poolse schrijver Ryszard Kapuscinski bouwde een wereldberoemd oeuvre op. Maar schrijven was voor hem een lijdensweg, onthulde hij op zijn boekenzolder aan zijn landgenoot Sasza Malko.

Zijn laatste boeken verschenen eerst, hoofdstuk na hoofdstuk, in de Warschause krant Gazeta Wyborcza. De velletjes, getikt op een oude schrijfmachine, bracht hij zelf naar de redactie. Het was een eer, een gebeurtenis, vertellen de redacteuren, maar Kapuscinski deed altijd alsof hij zich wilde excuseren voor zijn bezoek.

Hij was een kalende rustige man, bescheiden tot in het absurde. De wereldschrijver, de grootste journalist op aarde, de paus van de verslaggevers, de koning van de reportage – hij nam kennis van die predicaten, trots maar ook geïrriteerd, verbaasd over zijn eigen roem. Elke volgende vertaling van zijn boek betekende immers nog meer interviews, noodzakelijk maar lastig.

Want Kapuscinski wou op reis, daar ging het om. Een reis betekende zichzelf wegcijferen, onopvallend kijken, praten en kijken in een gammele bus, rustig onder een boom op een dorpsplein of bij een enorme kuil in een Afrikaanse weg, waar het lokale sociale leven zich ontwikkelt. Hij gebruikte geen bandrecorder, soms maakte hij een krabbeltje met een potlood. De essentie onthoud je hoe dan ook, herhaalde hij. Hij vroeg: „Hoe gaat het met u?” en wou het echte antwoord horen. Zo verzamelde hij zijn materiaal, kruimel na kruimel, met zijn aardige, toegenegen belangstelling. Zo leerde hij de wereld begrijpen, een wereld gereduceerd tot een stuk brood, een waterpomp, een armetierige dorpswinkel, de wereld waarin twee derde van de mensheid leeft. En omdat hij het begreep, kregen deze details universele betekenis.

Hij schreef prachtig. ’De Keizer’, ’De voetbaloorlog’, ’Ebbenhout’, ’Nog een dag’, ’Imperium’, ’Reizen met Herodotos’, ’Sjah aller Sjahs’ en de rest van zijn negentien boeken bevatten adembenemende verslagen, voornamelijk over het ontstaan en de ontbinding van de derde wereld. De boeken zijn strak waarheidsgetrouw, tegelijk poĆ«tisch, bijna surrealistisch omdat het leven zelf zo vaak absurd is. Waar dan ook, overal ter wereld. En overal zijn zijn beelden herkenbaar, de Polen herkenden zich in EthiopiĆ« van Haile Selassie, de Afrikanen in Latijns-Amerikaanse revoluties.

Hij schreef moeizaam. „Hoe gelukkig moeten de mensen zijn die zomaar kunnen beginnen”, zei hij mij eens op zijn zolder met duizenden en duizenden boeken. „Ik ben onzeker, ik moet eerst alles weten, alles hebben gelezen, en zelfs dan is elke pagina een lijdensweg.”

Kapuscinski begon te schrijven in het midden van de jaren vijftig, in een krant van de Poolse communistische jeugdbeweging. Stalin was net dood, de ’dooi’ trad in. De jonge verslaggever Kapuscinski werd gestuurd naar de belangrijkste bouwput van Polen, het pronkstuk van het communisme, de enorme staalfabriek Nowa Huta bij Krakau, om de onopgesmukte waarheid op te tekenen. „Het was een nachtmerrie”, vertelde hij kort geleden aan het dagblad Rzeczpospolita, „een totale honger onder de arbeiders, viezigheid, dronkenschap...” Zijn reportage veroorzaakte het ontslag van de hoofdredactie, hijzelf moest schuilen voor de geheime dienst. Uiteindelijk werd er toch een hoge partijcommissie voor Nowa Huta gevormd, er kwam een grote zuivering en Kapuscinski mocht terugkeren naar de redactie. Als beloning mocht hij op reportage naar India. Daarna naar China. Toen kwam weer een schrijfverbod om zijn al te onafhankelijke houding, en een baantje van een anonieme berichtenschrijver op een kantoor van een persagentschap. „Na een jaar dacht ik dat ik gek werd. Ik heb me als vrijwilliger in het leger gemeld, anders zouden ze me nooit laten gaan.” Aan zijn militaire carrière kwam helaas een einde toen een kanon onder zijn commando op een oefening buitengewoon goed presteerde. „Een generaal liet ons als beloning voortijdig uit dienst treden.”

Nog hetzelfde jaar werd hij door het hervormingsgezinde blad Polityka naar Ghana gestuurd, dat net onafhankelijk werd. Daarna kwam Congo en de oorlog in Biafra, vervolgens andere staatsgrepen en revoluties, zevenentwintig bij elkaar.

Nu is hij dood. Voor ons, reizende verslaggevers, zijn zijn boeken leerboeken geworden, je neemt Kapuscinski mee op reis om advies en inspiratie bij het beschrijven van een wereld waar niets zeker en alles aan het veranderen is.

mailIcon print |