*

 

Staten trekken hun grenzen ook in cyberspace

Martijn Roessingh − 19/05/07, 00:00

Een toenemend aantal overheden beseft welke potentie het internet heeft om hun gezag te ondermijnen, concluderen de onderzoekers van het OpenNet Initiative in hun rapport. En zij handelen ernaar. Dat landen als Zimbabwe en Rusland juist niet aantoonbaar filteren, wijten zij aan de gebrekkige internettoegang in die landen. Als internet heel veel gebruikt wordt in een land, is het zeker dat autoritaire staten gaan proberen het te beheersen.

Onderzoeker Rafal Rohozinski van de universiteit van Cambridge omschreef het filteren tegen persbureau AP als ’de wraak van de geografie’. Met de nieuwe technieken kunnen staten hun politieke grenzen op de aardbol doortrekken naar cyberspace. Binnen die nieuwe opgerichte muren kunnen de regeringen de burgers sturen in hun sociale gedrag en beperken in ongewenst activisme. Het is de virtuele pendant van het controleren van reisverkeer.

Een goed voorbeeld is China. Het land sloot na 2002 tienduizenden intercafés vanwege ’gebrekkige brandveiligheid’, maar volgens critici wilde de overheid eigenlijk de vrijplaats blokkeren die het internet voor jongeren was geworden. De censuur werkt bovendien veel subtieler. Zoekmachines staan onder druk om bepaalde gezochte informatie niet boven te laten komen, zoals over de religieuze Falun Gong-beweging. Daaraan doen ook westerse bedrijven als Google mee. Kritische buitenlandse sites worden in hun geheel geblokkeerd, deels met hulp van technologie die westerse bedrijven hebben ontwikkeld om sites te kenmerken. Providers zijn verantwoordelijk gemaakt voor de inhoud van de websites die ze hosten, en moeten de privégegevens verschaffen van internetsurfers die ongewenste sites zoeken of ’staatsgeheimen’ mailen. De meest kritische webloggers worden vastgezet, waarna anderen zichzelf beperken om aan dat lot te ontkomen. In internetcafés moet iedereen zich eerst registreren.

Met de technologische opmars van China kan ook de Chinese technologie zich eenvoudiger verspreiden, zegt Simon Hania, technisch directeur van de Nederlandse provider Xs4all. „China is hard bezig leverancier van netwerkapparatuur te worden. Daar bouwen ze de filtertechnieken in. Ze zijn zo goedkoop dat we het ons niet kunnen veroorloven om hun apparatuur níet aan te schaffen. Die filtertechnieken hoef je daarna niet te gebruiken, maar het kan wel. Als je filtertechnologie inbouwt, is het een kwestie van tijd voor het aangezet wordt.”

Hij wijst erop dat ook in Nederland en de rest van Europa de roep toeneemt om ’burgers te beschermen tegen de vuiligheid en viezigheid op internet’. Zo sprak de coördinator van terrorismebestrijding Joustra er onlangs zijn zorg over uit dat ’haatzaaiende websites’ niet worden geblokkeerd. „Het gaat vrij ver. Technisch kan het allemaal, maar het zou veel meer een punt van discussie moeten zijn.”

Dat laatste is de crux, aldus Hania. „Technologie is in principe waardenvrij, het gaat om het beleid. Is het de eindgebruiker, de politiek of een tussenpersoon die het filter bepaalt? Hoe transparant is dat, is er beroep mogelijk? In Finland moeten providers alle e-mail verplicht langs eigen servers voeren. Dat is nu tegen spam, maar kan ook voor andere doeleinden gebruikt worden. Op zich hoeft dat niet erg te zijn, als het maar om democratisch tot stand gekomen, toetsbare regels gaat.”

In de praktijk kan er een rommeltje ontstaan, waarbij verschillende landen verschillende criteria hanteren om informatie te blokkeren of juist vrij te laten. Volgens pessimisten dreigt het internet zo steeds meer de geografische begrenzingen van de staten in de wereld te volgen. De uitvinders van internet hadden het zich anders voorgesteld.

mailIcon print |